Regelmatig vindt u via deze pagina een koilum geschreven door Joop "Ginrin" van Tol.
Door middel van zijn scherpe, analytische en soms ietwat 'sarcastische" blik op koi gerelateerde zaken weet Joop ons al jaren te boeien in de Koi. Hèt toonaangevende magazine in de Nederlandse koi wereld.
Vergeet dus niet regelmatig op deze plaats de nieuwe koilum te lezen.
Veel plezier.
Koilum 20 - Water naar de zee dragen
Uit het dagboek van een startende hobbyist.
3 april. De nieuwe vijver draait eindelijk na veel noeste arbeid. Ik gooi een bus bacteriën in poedervorm in mijn vijver (€ 22,95) om de filter op te starten. Via marktplaats scoor ik op verschillende adressen voor een leuk prijsje 10 koikarpers.
24 april. Mijn waterwaardes laten meten bij het tuincentrum. Er wordt ammoniak gemeten, dus nog een bus poederbacteriën (€ 22,95) gekocht. Ook vond men mijn KH van vijf wat laag, dus een bus KH+ aangeschaft (€ 19,95). Tevens een doosje van die handige “all-in-one” waterteststrippen (21,95) meegenomen. Kan ik voortaan zelf meten.
20 mei. Gek word ik van die algen, terwijl mijn waterwaardes nu goed zijn. Ik snap er niets van. Gelukkig heeft een dealer hier in de buurt daar een poedertje met geheime ingrediënten voor (€ 35,00). Als ik weer wat gespaard heb, dan ga ik zo’n apparaat kopen dat koper-ionen aan het water afgeeft.
31 mei. Geen algje meer te bekennen, maar nu meet ik weer ammoniak en zijn mijn vissen aan het schuren. Bij het tuincentrum koop ik een zak zeoliet (€ 24,95), een bus poederbacteriën (€ 22,95) en een goed medicijn, dat tegen alle ziektes helpt (€ 28,50). De zeoliet plaats ik in de laatste filterkamer, en ik gooi de bacteriën en het medicijn in het water. Het water krijgt een mooie fluorescerende groene kleur.
10 juni. Gelukkig, de vissen schuren niet meer. Echt zwemmen doen ze trouwens ook niet meer. Zeker te warm voor ze. Ik jaag ze een paar keer op met een net om ze wat te activeren. Om de kleur uit het water te halen koop ik een grote zak actieve kool (€ 42,50) en plaats die ook in de laatste filterkamer.
5 augustus. Verdorie, nu schuren die vissen wéér. Maar niet getreurd, de medicatie hielp vorige keer goed dus ik haal nog een fles (€ 28,50). Ik doseer voor de zekerheid maar dubbel. Daarnaast voeg ik flink wat zout toe aan de vijver, om de slijmhuid te stimuleren, dat las ik op internet.
6 augustus. Twee dode vissen. Water gemeten. Een gigantische ammoniakpiek! Flink water ververst en een Ammoniakbindend middel gehaald (€ 16,95). Nu las ik dat ammoniak minder giftig is bij een lage pH, dus tevens een fles pH- gekocht (€ 21,95).
28 augustus. Vijf dode vissen sinds 6 augustus. Ik ververs toch veel water, de kraan staat iedere week zeker een kwartier open en ik voeg na iedere verversing 25 kilo zout toe. Wel merk ik dat ik KH+ en pH- kan blijven kopen (€ 19,95 + € 21,95) want die KH blijft hardnekkig zakken als ik pH- in het water gooi en de pH stijgt als ik KH+ in het water doe. De vissen schuren niet meer, maar hangen voor de uitstroming van de filter. Ze hebben een soort grijzige waas over het lichaam. Een anti schimmelmiddel (€ 17,95) zal uitkomst moeten bieden.
02 september. De laatste drie vissen zijn gestorven. Honderden euro’s aan middeltjes en niets helpt. Stomme hobby!
03 september. De vijver dichtgegooid en begonnen met de bouw van een volière.
Joop “GinRin” van Tol
Koilum 19 - Wil de echte parasiet nú opstaan?
De microscoop is voor mij persoonlijk de voornaamste reden dat ik me fanatiek op het onderwerp visziektes, als onderdeel van de koihobby, ben gaan storten. Gefascineerd vele uren turen en me telkens weer verbazen over de wonderbaarlijke microwereld. Nog altijd kan ik enthousiast raken als ik wéér een “nieuwe diersoort” ontdek. Daar hoef je echt niet voor naar een ongerept stukje jungle in de Amazone, of op duikexpeditie rond een schiereiland van Nieuw Guinea.
Tijdens mijn K.V.A. bezoeken moet ik er zelfs voor waken, dat ik niet te enthousiast reageer als er een prachtige Trichodina door het beeld zweeft, ik live getuige mag zijn van de ontroerende geboorte van een huidworm of als een groepje Costia speels door elkaar peddelt. De probleemeigenaar zit natuurlijk niet te wachten op vreugdekreetjes van een malloot die “opgewonden” raakt bij het zien van een parasiet die zijn vissen terroriseert.
Bij gebrek aan zieke vissen kan overigens wat vuil uit de filter uitstekend dienst doen als surrogaat. Hiermee wordt toch het wekelijks benodigde shot microscoopstaren gescoord. Een schitterende wereld dus, die zich afspeelt op een sciencefictionachtig landschap, vlak onder onze neus. Honderden, soms bizarre, soms oerlelijke, soms “vieze” en soms wonderschone levensvormen geven zich bloot en vertonen hun kunstjes onder de kunstmatige vergroting. Zich onbewust van het feit dat ze hierbij gadegeslagen worden door een gigantisch groot monster.
Soms slaat mijn fantasie op hol, en vraag ik me af of ons zonnestelseltje ook niet ergens onder de microscoop ligt en er door een intelligent reuzenras met verbijstering naar het primitieve gedrag van ons mensen wordt gekeken. Wij moeten wel dé grootste parasieten uit ons melkwegstelsel zijn. We hebben het immers in een kleine honderd jaar voor elkaar weten te krijgen om een complete planeet te molesteren. We zijn, voor zover ik weet, de enige parasieten die niet louter uit zelfbehoud op andermans zak teren. Mogelijk beraden deze reuzen zich wel over een “effectieve” manier om de plaag, die zichzelf “mens” pleegt te noemen, te bestrijden, zonder al het andere delicate leven op aarde te moeten vernietigen. Ze zullen toch minimaal het doel hebben om te voorkomen dat dit inferno overslaat naar andere zonnestelsels?
Mogelijk is het zwarte heelal om ons heen niet meer dan de wand van een enorme quarantainebak, zo bang is men dat we op termijn zullen uitvliegen om ons destructieve werk elders voort te zetten. Al jaren worden we gadegeslagen door nanobots, die wij, bij gebrek aan inzicht, UFO’s noemen. De Spaanse griep, een brouwsel van deze reuzen, kreeg ons er niet onder, evenmin als de pest, de pokken en allerlei andere probeersels om ons selectief uit te roeien. Eigenlijk dezelfde, niet te winnen strijd, die wij met de parasieten op onze koi voeren. Onze zwakke plek was niet zo moeilijk te vinden. Onder een heel dunne schilletje met de naam beschaving, dat ons net als de slijmhuid van een vis beschermd, maar dan tegen het doen van “kwade dingen”, blijkt een woeste niets ontziende barbaar schuil te gaan. Door hier en daar strategisch dit schilletje te verwijderen (ik noem een Hitler, Attilla, Bush, Mao en Stalin) komt de ware aard boven en slaat binnen de kortste keren de vlam in de pan. Er blijkt namelijk verdomd weinig nodig te zijn voor homo sapiens om elkaar af te slachten. Innovatief als we zijn doen we dat echter iets te fanatiek naar de zin van deze reuzen, enpassant slopen we namelijk de halve planeet met ons steeds effectiever oorlogstuig. Ik ben daarom benieuwd wat hun volgende stap zal zijn. Eén ding weet ik zeker. Ze zullen ons er nooit onder krijgen! Tegen een parasiet als de mens is geen kruid gewassen……
Joop “GinRin” van Tol
Koilum 18 - Het groot Koidictee der Nederlandse Taal
Voor de grap een keer meegedaan aan het “Groot Dictee der Nederlandse taal”? Ook zo gefrustreerd dat vrijwel ieder jaar één van onze zuiderburen met de hoogste eer strijkt? Persoonlijk denk ik, dat ook hier geldt, dat oefening kunst baart. Natuurlijk oefent het veel lekkerder als het over koi gaat. Tevens het “Gròtuh Hââgsuh Dikteé” dat hier traditioneel op volgt. De “vertaling” voor als u geen van beiden kunt lezen is bijgesloten.
Sterkte…
Nishikigoi voor Neerlandici. Een welslagende biotoop rond de periferie is door lacune voorwaar geen sinecure. Suburbanisatie echter, compliceert de communicatie met gelijkgestemden. Zijn wij echter zo coulant dat we onze eruditie willen distribueren onder lotgenoten of limiteren we ons louter tot de eigen perikelen? Weteringmanagement is de passe-partout tot prosperiteit, dat is perceptibel, dus allengs bekend. Desniettegenstaande blijft de koihouderij een gecompliceerde aangelegenheid met vele impedimenten welke velen tot aporie drijven. Met veel persistentie geeft een petieterige clan echter geen krimp en houdt weloverwogen stand. Helaas ligt de genese van de koihobbyist frequent bij tuincentra, waardoor ten gevolge van een manco in de retoriek der tewerkgestelde abituriënt, veel misère kan verrijzen. Veelal wordt hierdoor, door de potentiële adept, vroegtijdig de spreekwoordelijke calumet aan Maarten overhandigd. Een wellicht geapprecieerd, Nishikigoi Sociëteit der Lage Landen lid, gaat dientengevolge frustratoir doch inevitabel verloren. Toch gloort er hoop aan de kimme. Homo Sapiens Alveus wordt door het lezen van het opiniërend magazine “KOI” allengs kiener. Met als repercussie dat de Koi langer in vivo blijven.
Kârpah voâr De Hââgh. Hèt bleìf een klotùhbaan om in De Hââgh een veìvah te bâwe met al die drukke teringzooi enzo. Doâhdat iedaheen pleîtheine gaat naar Iepenbûràgh kenje oâk bijna niemand meâr wat vraguh. Trâwus ik vertel zelf âuk geen ene rùk meâr aan die klôothommels, ik bemoei me lievah met me èìguh tíévusbendûh. Je mot je watâh zuivâh houwuh, dat weet togh iedarah boerahlul! Tog blìjf ut een grafbâhn, wah je behogluk temmus van ken wôgde. Sommaguh van die megoluh blèivuh ut ùitèinduhluk tog prôberuh. Tis ruk dat veel begînnahs bìj van die graftuinschuâhruh ankloppuh, wâhr zoown van schol getraptù mêgool geen ruk weet van kârpags. Gèk hè, dat die lijpuh dur vroegtìjdagh mee nokkuh? Weâr een klojo mindah voâr die klotuhclub. Tog komp ut wel goed hoâr, doâh af en toe in dat klôtuhblaadje “KOI” ter gluren, blèìvuh die baggâhvissuh langah in lèivuh.
Koi voor de rest. Een succesvolle vijver bouwen in de grote stad is door het gebrek aan ruimte moeilijk. Doordat veel vijveraars de stad verlaten, valt het daar nog niet mee om met medehobbyisten in contact te komen. Willen wij trouwens onze kennis wel delen, of houden we die liever voor onszelf? Watermanagement is de sleutel tot succes. Dat is gemakkelijk waar te nemen en bij bijna iedereen wel bekend. Toch blijft het houden van koi er een van veel obstakels, die velen tot wanhoop drijven. Met veel doorzettingsvermogen houdt een kleine groep nieuwelingen het toch vol. Helaas komen veel mensen bij tuincentra voor het eerst in contact met koi, waardoor door onbekwaamheid van de te werk gestelde schoolverlater veel ellende kan ontstaan. Vaak wordt hierdoor, door de nieuwe koiverslaafde, vroegtijdig de pijp aan Maarten gegeven. Een mogelijk toekomstig en gewaardeerd lid van de Nishikigoi Vereniging Nederland gaat onherroepelijk verloren. Toch gloort er hoop aan de horizon. De vijveraar wordt steeds slimmer. Door het lezen van het magazine “KOI”, kunnen de koi een langer leven tegemoet zien.
Joop “GinRin” van Tol
Koilum 17 - Desillusie
Goed voorbereid was ik zeker. Blakend van zelfvertrouwen zelfs. De dag ervoor nog speciaal voor de tweede keer de cursus Koi Kopen bijgewoond. Met een gevoel van “dit varkentje was ik wel even” liep ik zondag 11 februari zelfverzekerd in Arhnem binnen bij de studiemiddag koivergelijking. Arrogant genoeg om Marian mee te nemen, zodat ze me na afloop van de dag op een (nog hoger) voetstuk kon plaatsen. “Doe ook voor de gein mee joh”, motiveerde ik haar nog op de heenweg, “wat maakt het nu uit als je het slecht doet. Lang niet iedereen is zo achterlijk fanatiek met Koi bezig als ik hoor”. De hele rit pochte ik met allerlei dure termen als motoguru, kuchibenni, secundairy Hi, sachi, kiwa, shimmy en odome. Zogenaamd bedoeld als spoedcursus maar in werkelijkheid om een staaltje onvervalste koikennis te kunnen spuien.
In zes vats zaten telkens drie vissen van dezelfde variëteit. De opdracht was simpel: bepaal per vat de nummers één, twee en drie. Pfff, eitje, ik was van de seminars op de Holland Koi Show zes vissen per vat gewend en deed het daar de laatste jaren niet onverdienstelijk. Uiteraard deed ik in Arnhem (als bestuurslid) buiten mededinging mee, waardoor de hoofdprijs, een koi van maar liefst 500 euro, natuurlijk aan mijn neus voorbij zou gaan. Maar, bescheiden als ik ben, was de hoogste eer voor mij voldoende. De koi zou ik met een grotesk gebaar aan de nummer twee overdragen.
Voorafgaand aan de keuring was ik natuurlijk niet te beroerd om bij de verkoopbakken hier en daar nog wat tips mee te geven aan de overige 49, gemotiveerde maar natuurlijk kansloze, deelnemers. Uiteraard niet opdringerig, maar onopvallend en uiterst bescheiden probeerde ik tussen neus en lippen door het niveau van de overige kandidaten nog een beetje op te krikken. Marian was tijdens de beoordeling helemaal op zichzelf aangewezen. Ik wilde niet de illusie wekken dat ik haar zou voorzeggen en de vis alsnog in de vijver van huize “GinRin” zou belanden. Om het voor mezelf nog enigszins aantrekkelijk te maken, besloot ik niet meer dan twee minuten de tijd te nemen per vat. Op die manier bouwde ik voor mezelf dan toch nog een zekere moeilijkheidsgraad in. Iets later dan gepland leverde ik mijn formulier in bij regiocoördinator Franc.
De uitslag kwam als een mokerslag. Van de 18 vissen had ik er zeven goed. Een kansberekening leert, dat als je alles zou gokken, je er gemiddeld zes goed zou hebben! Daar zat ik dus maar nèt boven! Veel erger was nog, dat Marian er óók zeven goed had. Een ervaring rijker, maar een illusie armer droop ik af. Ondertussen murmelend dat het wel aan de Japanse judge gelegen zou hebben, of aan het licht, of aan het geroezemoes, maar zeker niet aan mij…..
Joop “GinRin” van Tol
Koilum 16 - China: Land van uitersten
We werden als koningen, neen als goden ontvangen en tot in het belachelijke verwend met superchique hotels en exorbitant luxe diners. Niets was te gek. Chauffeurs, bediendes en zelfs personal assistants. Het ontbrak ons werkelijk aan niets! Je kreeg de kans niet om zelf ook maar een deur open te doen, of bij wijze van spreken je eigen veters te strikken. Je eigen kont afvegen werd (gelukkig) oogluikend toegestaan. Zeven deuren in een hotel betekent zeven man personeel om die open en dicht te doen! Een parkeerterreintje naast het hotel voor 20 auto’s had vier man personeel om het verkeer te leiden. Drie liften, dus drie liftboys. Met 12 man dineren, dan ook 12 obers. Blijkbaar is een arbeidskracht goedkoper dan een paar lijnen op het asfalt, een simpele bewegingsmelder, een leesbaar bedieningspaneel of een wat groter dienblad. Ted beschreef de positie van “de gewone man” in communistisch China treffend: “Iedereen heeft recht op werk, als het er niet is, dan verzinnen we wel wat”. Hij doelde hiermee op de vele nutteloze baantjes.
In het begin wordt je gestoord van die vent die de hele dag om je heen loopt te draaien en probeert te voorspellen wat je volgende “move” is, zodat hij kan anticiperen op zijn te leveren bijdrage daarin. Als je maar slikte of kuchte had je al een verse fles koud water (ochtend) of bier (middag) in je handen. “Hij vind je lief, Jopie”, waarschuwde Jeroen me gekscherend (Jeroen komt overigens nog uitgebreid terug op onze avonturen in Azië). Wierp je een blik richting auto, dan zwaaide het portier al open. Als nuchtere Hollanders heb je dan al snel zoiets van “doe even normaal!” Het slaventijdperk ligt toch ver achter ons?
Toch heeft een dergelijke persoonlijke assistent het aanmerkelijk beter dan de gemiddelde bouwvakker, die ARBO-loos en onverzekerd dagelijks zijn leven in de waagschaal stelt op een acht verdiepingen hoge, bamboe steiger. Geloof het of niet, maar het is een goedbetaalde erebaan. En ach, we schikten ons daarom maar in ons “lot” en ondergingen de luxe gedwee. Onder protest uiteraard ;-) Dat luxe snel went, bleek wel toen we China verlieten en landden in Taipei. Wat verdwaasd staarden we naar de bagageband en vroegen ons verwonderd af waar die “mannetjes” nou waren gebleven om onze koffers te sjouwen.
Joop “GinRin” van Tol
Koilum 15 - Vier wijzen in het Oosten
Dit najaar vertrekken we met vier wijzen naar het Oosten. We zijn echter niet van plan met Mirre, Wierook en dat soort troep te gaan slepen. Het plan is om de Koiscene in Taiwan, Thailand en China eens onder de loep te nemen. Neen, maakt u zich geen zorgen, er gaat geen cent uit de verenigingskas mee, deze trip is niet gesponsord. In gedachte hoor ik een enkeling al weer “snoepreisje” murmelen. Het is de bedoeling dat we daadwerkelijk gaan meewerken op de plaatselijke farms. Oogsten, selecteren enzovoort.
Ff naar China, het klinkt simpel, maar dat is het niet. Door mijn ziekelijke nieuwsgierigheid ben ik, nadat we enthousiast “ja” riepen op het idee van Toën om China aan te doen, een avondje gaan Chinezen op Google. Binnen een kwartiertje leerde ik twee dingen, waar onze regelneef ff niet aan gedacht had.
1): Je moet een rits inentingen hebben, waarvan de gedachte je alleen al ziek maakt. 2): Zonder visum zet je geen stap in dat landje.
Een afspraak met de tropendokter was snel gemaakt. De man keek al redelijk bedenkelijk toen ik het gebied op de kaart aanwees waar we naar toe gingen. Toen ik hem vertelde dat we daar ook nog eens een groot deel van de tijd gingen doorbrengen in het oppervlaktewater én we mogelijk onder redelijk primitieve omstandigheden bivakkeerden, zag het velletje papier waarop hij bijhield welke inentingen ik nodig had al snel zwart van de kruisjes. Difterie, Tetanus, Polio, Hepatitis, Gele Koorts, Cholera, Tyfus murmelde de arts. Ik meende een liedje van de tribunes van het ADO Den Haag stadion te herkennen en begon vrolijk mee te zingen. Half platgespoten, als een bij de methadonbus weggetrapte junk, stond ik een half uur later buiten met de mededeling dat ik nog drie keer terug mocht komen. Lekkerrrrrr!
In een sociale bui bood ik aan de visums voor mijn medepassagiers wel even te regelen, de Ambassade zit hemelsbreed drie kilometer bij mijn werk vandaan. Hoe moeilijk kan dat zijn, dacht ik nog. Formuliertje downloaden, invullen, ondertekenen, passpoorten verzamelen, allemaal een extra pasfoto inleveren (helemaal niet nodig, maar ik wilde altijd al graag een foto van Ted) en Jopie was op weg naar de Chinese ambassade.
Poging 1, dinsdagochtend 10:00 uur. Een vrolijk pamflet op het hek vertelt dat het in China dinsdag en woensdag feestdagen zijn, dusssss….de ambassade is gesloten.
Poging 2: donderdag 9:00 uur. Het lijkt Chinatown wel, het ziet letterlijk zwart van de mensen, tot ver buiten de ambassade. Alle 1,2 miljard Chinezen blijken in Nederland te wonen en willen vandáág een visum! Parkeren is in een straal van 200 kilometer godsonmogelijk.
Poging 3: vrijdag 8:00 uur. Ik ben niet de eerste, verre van zelfs. We (ik en een 100 tal anderen) verzamelen ons voor het hek, de ambassade gaat immers pas om 9:00 uur open. Tegen openingstijd staan we met een dikke 300 man en begint de run op de nummertjesautomaat. Met een aantal gemene slidings, het nodige ellebogenwerk, drie tackles, een kopstoot en de dreiging met een vuurwapen (aansteker in m’n jaszak) bemachtig ik nummertje 62, babi gangbang met mihoen. Drie uurtjes later (waarom zou je meer dan één loket opendoen) ben ik aan de beurt en verlaat ik na de gebruikelijke “sambal bij?” het pand. 140 euro lichter, maarrrrr vier stempeltjes rijker. Koitrek goes Asia……..Again!
Joop “GinRin” van Tol
Koilum 13 - Onbezoldigde responsabiliteit
Misschien hebt u zich wel eens verkneukeld als de handel, de overheid, de kweker of zelfs uw partner in deze Column op de hak werd genomen?
Vandaag bent u aan de beurt!
Hebt u enig idee hoeveel werk er in het besturen van de mooiste vereniging van Nederland gaat zitten? Nee, maakt u zich geen zorgen, dit wordt geen klaagzang. Nou ja, misschien een beetje. Natuurlijk hebt u gelijk als u zegt dat we daar zelf voor kiezen. Aan de andere kant, als er niet een aantal mensen gek genoeg is om de kar te trekken, dan moet u door het leven zonder dit prachtblad. Je moet er toch niet meer aan denken om in dat zwarte gat te vallen?
Toch weet je van tevoren niet helemaal waar je aan begint. Zo ben ik er bijvoorbeeld van lieverlee vanzelf ingerold. Bij mij begon het met een melig verhaal over de bouw van mijn vijver, welke ik in een balorige bui eens op een internetforum had gepleurd. Dit verhaal werd “gespot” door headhunter Toën, opperhoofd der Nishikigoi Vereniging Nederland. “Geinig stukkie, mag het in ons blad?”, mailde hij me. Zelf was ik nooit op het idee gekomen om ook maar iets te gaan schrijven voor nota bene mijn eigen lijfblad. Behoorlijk vereerd stemde ik direct toe en zegde tussen neus en lippen door nog een aantal vervolgdelen toe. De “Overpeinzingen van een Koigek” waren geboren.
Tijdens de gevorderde cursus visziekten in Barneveld, wist Guus, nu penningmeester maar toen nog KVA (KoiVijverAdviesdienst) coördinator, me te overtuigen dat ik niet aan het KVA-team mocht ontbreken. Ik weet het, ik kan geen nee zeggen. Op dat moment had ik nog geen idee dat ik enkele jaren later in het bestuur zou toetreden als redactielid en KVA coördinator. Voor je het weet vervul je naast je onderbetaalde fulltime dienstverband, een onbetaald parttime dienstverband.
Televisie? Hoe ziet zo een ding er ook al weer uit? Het kan raar lopen. En ach, zo heeft ieder zijn eigen verhaal. Wat wel een beetje jammer is, is dat al het werk van een vereniging meestal door slechts een handjevol mensen moet worden opgeknapt. Het maken van een blad, het organiseren van “The Biggest Koishow on Earth and Beyond”, het schrijven en geven van cursussen, het organiseren van lezingen, bezoeken, reizen en veilingen, het bijhouden van de website en het forum, de ledenadministratie, public relations, de KoiVijverAdviesdienst, de boekhouding, contracten, adverteerders, telefoontjes, de webwinkel, informatieverzoeken, honderden mailtjes, inkopen, investeringen, vergaderingen enzovoort, enzovoort.
Dit alles drukt op de schouders van hooguit tien personen (oké, twee handjes vol dan). Natuurlijk verwacht u voor die vijf tientjes per jaar ook nog eens topkwaliteit, én verdomd, die krijgt u nog ook! Toch zou het leuk zijn als er bij een oproep om extra “handjes” eens wat meer mensen zouden reageren, zodat er bijvoorbeeld bij een regioactiviteit wat meer ondersteuning zou zijn vanuit onze brede aanhang. Of dat de wat meer begenadigde schrijvers, ons eens op een mooi edoch zinvol stukje proza voor het blad zouden vergasten. Dit is overigens géén verwijt.
Zoals uit het bovenstaande valt af te leiden, ben ik er zelf ook min of meer toevallig ingerold. Stond ik er ook niet bij stil wat er vooraf ging aan het moment dat de postbode de KOI door de brievenbus wurmde. Had ik geen idee wat er georganiseerd moest worden voordat ik nietsvermoedend maar zwaar genietend door de kasteeltuinen van Arcen kon banjeren. Medelijden hoeft u met ons niet te hebben. We hebben er over het algemeen vreselijk veel plezier in.
Maar toch, probeert u zich eens iets meer lid van een vereniging te voelen, en wat minder abonnee. Alstublieft?
Joop “GinRin” van Tol
Koilum 12 - Koude prijzenoorlog
Soms heb ik het idee dat we met onze hobby dertig jaar terug in de tijd zijn beland. Krampachtig proberen fabrikanten en groothandelaren elkaar af te troeven met de nieuwste hitec snufjes op het gebied van filtratie. Niets ten nadele van deze ontwikkelingen hoor. Lang leve de vooruitgang! Maar ik kan het vergelijk met de tot de jaren ‘90 durende wapenwedloop tussen de USA en de voormalige USSR soms nauwelijks onderdrukken.
Zou het kunnen, dat alle voormalige dubbel en driedubbelspionnen uit die tijd, zich bij gebrek aan een baan op de koiwereld hebben gestort? Het zóu een verklaring kunnen zijn, voor het feit dat wanneer er iets nieuws verschijnt, er binnen no time allerlei klonen en afgeleide modellen de markt overspoelen. Meestal ben ik nog het meest onder de indruk van de naam van het nieuwe stukje technisch vernuft. De één nog klinkender dan de ander. The Solution, the Answer, the Easy, de Makkie en de Ernie, om er maar een paar te noemen. Mogelijk zijn de naweeën van de koude oorlog ook verantwoordelijk voor het spasme waarmee sommige handelaren reageren op het moment dat een andere handelaar in hun bijzijn wordt genoemd.
Het is te hopen dat de boel niet escaleert, liquidaties zullen uitblijven en het bij een koude oorlog blijft. Het IJzeren Gordijn zie ik in de koiwereld nog niet zo snel geslecht. Die voortdurende filterwedloop brengt wel een hoop concurrentie met zich mee. Een beetje concurrentie is natuurlijk voor ons, consumenten, alleen maar goed. Het rare is dat de prijzen, zoals bij een normale concurrerende marktwerking, maar niet naar beneden lijken te gaan. U kunt zich vast de recente supermarktoorlogen nog wel herinneren, waar dit wel het geval was, en waar wij als consumenten als lachende derden ongegeneerd van konden profiteren. Dat het geld vervolgens aan de pomp weer net zo hard uit onze zakken vloog, vergeten we voor het gemak maar even.
Zou er binnen onze hobby misschien sprake zijn van kartelvorming? Prijsafspraken? Hebben we niet dringend behoefte aan een klokkenluider, al dan met tussen-n? Maar ja, welke gek is gek genoeg om zich in deze poel des verderf te begeven. Dat zou toch een rare situatie zijn. Enerzijds elkaar aftroeven met nóg betere zeven en filters, en aan de andere kant afspraken maken om de prijs kunstmatig hoog te houden. Natuurlijk moeten de ontwikkelkosten worden terugverdiend heren, maar moet dat in één maand? Een wat lagere prijs kan tot dezelfde of zelfs een hogere omzet en nettowinst leiden, maar ik zal u met deze korte noodkreet niet met omloopsnelheden, naamsbekendheid, neveneffecten (oh ja, ik heb óók nog een zak voer nodig) en dergelijke lastigvallen. Soms vind ik het een wonderlijke situatie, wanneer achterloos méér euro’s worden neergeteld voor een kilo koivoer dan voor een kilo biefstuk. Overigens ben ik me zeer bewust van het feit dat het maken van kwaliteitsvoer een kostbaar procédé is. Maar hoe wordt dat toch “verkocht” aan de beheerder van de huishoudpot? Of is dit één van de geheimen tussen partners, welke angstvallig wordt stilgehouden? Een onuitgesproken gedoogbeleid wellicht? Wat een geluk voor de handel, dat onze hobby voornamelijk een mannenhobby is. Ik heb mezelf namelijk nooit op enig prijsbewustzijn kunnen betrappen, waarmee ik mezelf natuurlijk niet als een doorsnee afspiegeling van de mannelijke samenleving wil kenschetsen. Ik bedoel, wat kost een pak melk tegenwoordig? Drie, vier euro? “Mag het ietsje méér zijn?” Misschien moeten wij mannen dáár wat vaker “nee” op durven verkopen?
Joop “GinRin” van Tol
Koilum 11 - Flashback
Piepers jassen, pannen ragen, als je leiding hebt gepest. Heel de troep is losgeslagen, maar de sfeer is opperbest. Laat je schaterlach weerklinken, in het groene kampgedruis. Zeven keer de zon zien zinken en dan moet je weer naar huis.
Tranen in mijn ogen van pure nostalgie als ik weer terugdenk aan het fantastische jeugdkamp waar ik gedurende een tiental jaren ben mee geweest. Vooral de liedjes, waarvan het bovenstaande een voorbeeld is, spoken regelmatig door mijn hoofd. Piepers jassen betekent “aardappelen schillen” terwijl “pannen ragen” niets anders betekent dan afwassen. Het heeft een paar jaar geduurd voor ik wist, wat ik vol overgave zong. Waarschijnlijk zal ik de liedjes in de toekomst nog wel eens hardop durven zingen, wanneer ik als dementerende bejaarde vanachter de geraniums naar mijn jeugd flashback.
Zingen bij het kampvuur, ontluikende pubertijd, je eerste zoen. Nooit zouden we elkaar uit het oog verliezen. Toen beklonken liefdes waren eeuwigdurend. Dát wisten we zeker. Bonzende harten, gierende zenuwen, gillende hormonen. Verkering, die door tussenpersonen werd geregeld alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. Alles moest nu eenmaal snel, want we hadden maar een week! Niet nadenken; ja of nee en wel nu! Een uur niet gelachen, was een week niet geleefd. Vrienden waar je voor door het (kamp)vuur ging, ondanks dat je ze toch maar éénmaal per jaar zag. En dat terwijl we allemaal in dezelfde stad woonden. Het meisje waar ik jaarlijks minstens een maand van wakker lag, woonde drie straten verderop. Nooit zochten we elkaar tussentijds op. Raar genoeg kwam dat niet eens in ons op. Misschien wisten we onderbewust dat de sfeer van het kamp niet te evenaren was. En ach, het jaar erna gingen we gewoon door, met waar we het kamp ervoor waren gestopt.
School was eigenlijk een saaie overbruggingsperiode tussen twee kampen in. Het toeval wil, dat mijn school heel toepasselijk “De Brug” heette. Tien jaar, met een nauwelijks van samenstelling veranderende groep. De roes van het kamp duurde precies één dag langer dan het kamp zelf. Een dag, die vanwege het chronische slaapgebrek van de week ervoor, nauwelijks bewust beleefd werd. De laatste twee jaar mocht je naar de “tieners”. Het hoogst haalbare! Jaren keek je tegen die grote gasten op, en plotseling was je er zelf één. Een apart kampement, los van de A’tjes, B’tjes, C’tjes en de D’és. Gelimiteerd bier drinken en slap ouwehoeren. “Zeven keer de zon zien zinken en dan moet je weer naar huis”. Zucht…….
Deze flashback naar mijn jeugd kwam tijdens de Holland Koi Show. We zaten op de camping voor de tenten (on)gelimiteerd bier te drinken en slap te ouwehoeren. Op dát moment zag ik toch wel een aantal overeenkomsten met mijn jeugdkamp. Veel mensen zie je maar één week per jaar. Toch zijn de vriendschap, de saamhorigheid en het slaapgebrek groot. Zo mooi als het toen was, wordt het natuurlijk nooit meer….. Maar de sfeer op de camping rond de koidagen moét u éénmaal geproefd hebben. Kunnen we u alvast als vrijwilliger optekenen?
Joop “GinRin” van Tol
Koilum 10 - Rare jongens……
Hebt u wel eens geprobeerd om uw hobby uit te leggen aan iemand die totaal niets met vissen heeft? Vast wel. Hebt u toen ook voor uzelf de conclusie getrokken dat zoiets volslagen zinloos is? De enige vraag die gesteld wordt is of die goudvissen nu echt zo duur zijn, waarna u vervolgens meewarig wordt aangekeken, als u daar bevestigend op heeft geantwoord. Wat is dat toch eigenlijk raar. Een ander geeft een godsvermogen uit aan een zinloze auto-assesoires, een zeldzame fles wijn of van mijn part een flesje reukwater, een lappie stof of wat glittertjes. En komt daar probleemloos mee weg!
Ik, die in een oud wrak rijd, omdat ik nu eenmaal andere prioriteiten heb, wordt minimaal voor randdebiel, en in het ergste geval voor kapitalist uitgemaakt, vanwege die paar karpertjes in dat veel te kleine vijvertje. Tegenwoordig beantwoord ik de vraag wat die “beesten” nu eigenlijk kosten standaard met 25 euro. Dán nóg zijn er mensen die dat “best wel” duur vinden. “Haha, duur harinkje” en meer van die soort ludieke, oubollige standaardgrappen. “Smaken ze goed?”, vraagt men in de hoop me te shockeren. Pfff, alsof ik een paardengek pubermeisje ben, waaraan gevraagd wordt of ze paardenrookvlees ook zo lekker vindt. Om mij te shockeren is wel ietsjes meer nodig! Toch zijn we natuurlijk hartstikke lijp. Sterker nog, als ik er objectief over nadenk, vind ik het niets vreemd dat wij koihobbyisten niet voor vol worden aangezien.
Laatst vroeg iemand van het andere geslacht me in een diepgaand gesprek hoe mijn ultieme dag eruit zag. Natuurlijk had ik daar op moeten antwoorden, dat deze bestond uit een lange strandwandeling op een gure herfstdag, warme chocomel met slagroom in een romantisch strandtentje, gevolgd door een lekker etentje in een bistrootje en eindigend met een goed glas wijn bij de open haard. Maar nee hoor, eerlijk als ik ben gaf ik aan dat mijn ultieme dag bestaat uit het oogsten van een mudpound, ergens in de middle of nowhere, waarin ik tot mijn oksels in de bagger en omgeven door bijtgrage, vleesetende schildpadden, slijmerige padden en stekende waterinsecten en onder het slaken van opgewonden vreugdekreetjes de ene vis na de andere in een kinderbadje sta te scheppen.
U begrijpt dat het niets geworden is…..? Sorry hoor, maar op het moment dat ik mezelf hoor zeggen dat ik winkelen eigenlijk “best wel leuk” vindt, hoop ik dat er een haan drie keer zal kraaien om te herinneren dat ik op dát moment mezelf aan het verloochenen ben. Ik weet het, ik heb een ongeneeslijk probleem, ik ben Koi Kichi (koigek). NOU EN?!
Joop “GinRin” van Tol
Koilum 9 - Van de regen in de drup
Misschien is het u opgevallen dat ik vrij actief ben op de diverse koifora dat digitaal Nederland rijk is? U kunt daar werkelijk een schat aan informatie vinden. Toch moet u natuurlijk niet alle beweringen die daar worden gedaan als zoete koek slikken. Het is soms hemeltergend wat er soms door een kudde kwakzalvers aan “medicatie” wordt “voorgeschreven”.
De term alternatieve geneeswijze wordt wel erg letterlijk genomen. De ene pot gif is nog niet uitgewerkt of de volgende wordt er achterloos achteraan geflikkerd. Liefst een dubbele dosis en, hoewel het nergens vermeld staat, graag vergezeld van de nodige kilo’s zout. Ik dacht dat het doen van dierproeven aan strenge regels onderhevig was? Niets lijkt echter minder waar. Raar hè, dat er zoveel resistentie blijkt te bestaan tegen antibiotica? Soms krijg ik het idee dat met antibiotica wordt omgegaan als ware het december strooigoed.
Verkeerd en onzorgvuldig gebruik kan op termijn wel eens een serieus probleem voor de volksgezondheid gaan opleveren. U en ik kunnen daar letterlijk de dupe van worden. Dat lijkt vergezocht, maar er bestaan bacteriële en virale aandoeningen die van dier op mens kunnen overslaan (zoönose). Denkt u in dit kader maar eens aan de vogelgriep. Daarnaast komt het in zeldzame gevallen voor dat twee verschillende bacteriën genetisch materiaal uitwisselen, waardoor resistentie van vispathogenen kan overslaan op bacteriën die de mens bedreigen, en waar dus geen kruid meer tegen gewassen is. Dus, vooral géén specialist inschakelen, maar afgaan op de mening van de eerste de beste horrordokter die aan de hand van een vage omschrijving van het ziektebeeld, een loepzuivere diagnose kan stellen.
Hoe zou u het vinden wanneer u een chemokuur voorgeschreven zou krijgen, na een belletje met uw huisarts waarin u verteld dat uw neus verstopt zit? Theo van Bladel kwam enige tijd geleden uit de kast, door schoorvoetend toe te geven dat hij tijdens zijn vakantie een karper had genuttigd. Ik houd mijn hart vast waarmee hij nog meer uit de kast zal komen, maar dat terzijde. Gezien zijn spijtbetuigingen in het betreffende artikel kon ternauwernood worden voorkomen, dat koiminnend Nederland zijn boek “In de ban van koi” letterlijk in de ban zou gooien. Koren op de molen van kwaadwillende vogelaars. Zij zijn het schrikdraadbeleid rondom onze vijvers meer dan beu, en beraden zich over een nieuw boek: “In de pan van koi”. Hierin zullen enkele tientallen gerechten met de door ons zo aanbeden juwelen staan. Ik probeer tegengas te geven door te dreigen om met een boek “Wokken met Reigers” op de markt te komen.
Mocht u, als rechtgeaarde visliefhebber, toch gecharmeerd zijn van het idee om eens een koitje weg te happen, gebruik dan in godsnaam géén vis uit de hierboven door mij beschreven vijvers. U valt na enig hevig stuiptrekken en schuimbekken vrijwel direct dood neer ten gevolge van een acute kopervergiftiging, verbranding van de slokdarm en een geperforeerde maag. Ik hoor in gedachten enkele koiliefhebbers “net goed!” denken, maar laten we ons niet heiliger voordoen dan de Paus. Een harinkje happen we tenslotte ook moeiteloos naar binnen. Het mag trouwens een wonder heten, dat bij sommige koi de overlevingsdrang zo groot is, dat ze het nog zo lang uithouden.
Hoezo is koi een zwakke vis? Bikkels zijn het! Mocht de vis het uiteindelijk toch niet trekken, gooi hem dan niet in de biobak, maar geef hem mee met de plaatselijke chemokar. Moraal van het verhaal; Wees wijs en schakel bij problemen voor een paar tientjes een specialist in. De koi, en uiteindelijk ook de mensheid zullen u dankbaar zijn!
Koilum 8 - Overgereguleerd
Hebben wij teveel regeltjes in dit land? Ik durf daar volmondig “ja” op te antwoorden. Van alle kanten worden we betutteld met onnozele dingetjes. Half Nederland is bezig met het maken van regeltjes voor de andere helft. Je “hangt eraan” als je om vier uur ’s nachts op een uitgestorven, maar goed verlichte snelweg drie kilometer te hard rijdt, daar waar de snelheid van 120 terug is gebracht naar 30 kilometer per uur, omdat er mogelijkerwijs in de verre toekomst misschien wel eens wegwerkzaamheden gepland zijn in de vorm van het verwisselen van het lampje bij lantaarnpaal honderdenzeventien.
De matrixborden “70” gillen je tegemoet, zodra je vanuit het vrije Vlaanderen de Nederlandse grens passeert. Ondertussen loopt wel half TBS’end Nederland vormfoutvrij rond en rent veertig man als wezenloze achter een spookpoema op de Veluwe aan. Vlak bij mijn werk zijn ze bezig met het bouwen van tunnel. Natuurlijk loopt dat uit. De ene arbeider met de kruiwagen, die het eigenlijke werk moet doen, wordt systematisch in zijn nek gehijgd door een kudde ARBO-adviseurs, die beurtelings “rug recht!”, “vanuit de knieën tillen!” en “pauze!” roepen. Bovendien is hij 75% van zijn tijd kwijt met het voeren van functioneringsgesprekken, het aanhoren van peptalks en het bijwonen van cursussen “zelfsturing” en “effectief vergaderen”. Uiteindelijk verplaatst de man nog geen 20 kruiwagens zand in zijn actieve loopbaan. Ondertussen is 72 man in conclaaf over de kleur van de ventilatieroostertjes, in een complete demontabele flat, daar waar vroeger een gammele “Pipo de Clown” bouwkeet nog volstond.
Nog even en iedere gemeente heeft zijn eigen “koivijverwelstandstoetsingscommissaris”. Een zeer irritante persoonlijkheid die het gehele proces van uw vijverbouw begeleid. Met het verkrijgen van alle benodigde vergunningen is gemiddeld zeven jaar gemoeid. Iedere meter afvoerpijp gaat vergezeld met een stapel paperassen en handtekeningen van diverse bobo’s mogen niet ontbreken. Wekelijks dient u de exacte samenstelling van het afvalwater in vijfvoud door te faxen.
Uw vijver heeft drie nooduitgangen! Bij stroomuitval floept de in de bodem aangebrachte noodverlichting aan, welke de vis naar het dichtstbijzijnde noodbassin moet begeleiden. Dit dient driemaal per week geoefend te worden. De hypoallergene, luchtdoorlatende stoelen bij uw vijver moeten in alle standen verstelbaar zijn en u wordt onderricht in het blessurevrij werpen van voer in de vijver. Speciale waterbestendige helmpjes voorkomen dat uw koi “op de korrel” worden genomen. U vindt dat ik overdrijf? Nee hoor, ik schets slechts een beeld van de zeer nabije toekomst. Regelrecht naar de klote!
Joop “GinRin” van Tol
Koilum 7 - Miss Management
Op mijn werk zitten we momenteel midden in een reorganisatie van heb ik jou daar. Dat dit gepaard gaat met veel stress, onzekerheid, belangenverstrengelingen, likken naar boven, trappen naar beneden, ellebogenwerk en kont-tegen-de-krib reacties, hoef ik denk ik niet uit te leggen.
Bezin dus voor u aan de reorganisatie van uw vijver begint!
Nu bent u weliswaar zelf directeur en hoofd technische dienst van uw eigen vijver, maar vergeet niet dat de belangrijkste managementfuncties zoals personeelszaken, inkoop en esthetische zaken in handen van uw vrouw liggen. Daarnaast bent u behalve president-directeur ook gewoon grondarbeider, en zult u dus het gros van de uitvoerende taken zelf voor uw rekening moeten nemen. Maak dus niet de vergissing om vanuit uw rol als directeur in driedelig pak uw krater met grondwater in te springen.
Verreweg de zwaarste dobber krijgt u met het overtuigen van uw vrouw. Zij herinnert zich nog als de dag van gisteren de bouw van de oorspronkelijke vijver. Een in haar ogen te groot en te duur obstakel in de tuin. En nu wilt u uitbreiden? Gelukkig ken ik uw vrouw en zal enkele tips geven. Vanuit haar rol als hoofd personeelszaken zult u moeten aantonen dat er voldoende tijd overblijft om aan uw gezin te wijden. Een uitspraak als; “wie is toch die man die iedere zondag het vlees komt snijden” dient voorkomen te worden.
Vanuit haar rol als hoofd inkoop zult u zich ook financieel moeten verantwoorden. Hier staat u voor een dilemma. Het opgeven van een begroting die later hoger uitpakt kan funest zijn voor de sfeer. Natuurlijk doet ieder zichzelf respecterend bouwbedrijf het op deze manier. Een tweemaal langere doorlooptijd en een factor anderhalf hoger uitvallende kosten zijn eerder regel dan uitzondering. Maar of deze aanpak slim is? Voordeel is wel, dat er op het moment van budgetoverschrijding meestal geen weg meer terug is, waardoor de financiële tegenvaller uiteindelijk wordt geaccepteerd. In uw geval zou ik echter kiezen voor het ouderwetse handjeklap. Zet hoog in en verzin een paar posten, welke u helemaal niet nodig hebt. Laat haar even wennen aan het bedrag. Zak dan, door het langzaam en onder protest laten varen van de niet benodigde onderdelen langzaam naar het werkelijk benodigde budget.
U hebt uw zin en uw vrouw denkt geld te hebben bespaard. Praat onder geen beding over kosten als energie- en waterverbruik en probeer tegenvallers zo laconiek mogelijk over te brengen. Denk in potjes. Kleine potjes klinken vriendelijker en vormen opgeteld gewoon uw benodigde budget. Schuif zo vaak mogelijk met bedragen tussen de potjes. Maak het zo ondoorzichtig als mogelijk. Natuurlijk bent u eigenlijk veel te laat met uw verbouwingsplannen.
In de overgangsfase gulden/euro kon in uiterste nood altijd nog het valutateken worden aangepast. “Nee schat, ik had het over euro’s hoor”, ”ja best wennen hè dat omrekenen?”. Dan is er nog het esthetische aspect. Modderpoten op de vloerbedekking gaat ten koste van het gedoogbeleid. Rondslingerend gereedschap even opruimen verhoogd, ondanks alle spierpijn, de welwillendheid. ’s Avonds onderuit op de bank is fout. Wek de suggestie dat u door de vijverbouw vol energie en levenslust zit en neem uw vrouw mee uit eten. Tja, het is even doorbijten. Sterkte!
Joop “GinRin” van Tol
Koilum 6 - Doctorandus Koi
Hoe meer ik leer, hoe meer ik weet, hoe meer ik weet, hoe meer ik vergeet, hoe meer ik vergeet, hoe minder ik weet, dus waarom zou ik leren?
Een rijmpje waar we vroeger dankbaar gebruik van maakten om de onzin van school aan te tonen. Toch lijkt het wel alsof dit rijmpje geschreven is voor koihobbyisten die graag een stapje verder willen gaan in het verwerven van kennis.
Ik ben zelf een persoon dat graag zoveel mogelijk kennis vergaart op mijn interessegebieden (koi, koi en koi). Ik realiseerde me pas hoe ver dat ging toen mijn zoon me “nerd” begon te noemen. Vroeger nam ik alles dat iemand, met maar een beetje autoriteit in de koiwereld, zei klakkeloos aan en papegaaide dat vrolijk door. Door figuren als mijn vroegere ik zijn er heel wat fabeltjes in koiland een eigen leven gaan leiden. Fabeltjes die zó hardnekkig zijn, dat ze nauwelijks meer zijn uit te roeien.
Op Discovery Channel is tegenwoordig een leuke serie genaamd “Myth Busters” aan de gang. Vrij vertaald betekent dat zoiets als het ontkrachten van fabeltjes. Twee compleet, maar prettig, gestoorde bollebozen testen allerlei fabeltjes en bakerpraatjes in de praktijk uit. Een droombaan!
Weet u wat er gebeurd wanneer u tegen het schrikdraad rond uw vijver plast? Niets! De vraag is waarom u dat zou willen. Maar goed, wie ben ik om uw fetisjistische gedrag te gaan beoordelen. Altijd al willen weten of een met een kanon afgeschoten ontdooide kip harder aankomt dan een bevroren exemplaar? Kijken! Deze gasten hebben zelfs het geheugen van een goudvis getest omdat het fabeltje gaat dat dit niet verder reikt dan drie seconden. Mooi dat die beesten na een week vlekkeloos een parcours aflegden naar de voerplek! Wie voelt zich geroepen om iets dergelijks op te zetten, specifiek toegespitst op onze hobby? Fabeltjes zat! Zeker genoeg voor drie jaargangen. Wat zal er veel onzin naar het rijk der fabelen worden verwezen.
Tegenwoordig neem ik dan ook geen genoegen meer met een niet beargumenteerd antwoord. Het waarom van het gegeven antwoord is voor mij nog belangrijker geworden dan het antwoord zelf. De ellende is alleen dat, wanneer ik het ene eindelijk begrijp, er direct twee nieuwe vragen voor in de plaats komen. Als dié dan weer beantwoord zijn, stroken ze weer niet met het eerste antwoord en roepen bovendien weer vier nieuwe vragen op.
Kunt u het nog volgen? Eigenlijk is de koihobby dus enorm gecompliceerd. Dit komt mede door de verschillende takken van sport die eraan te pas komen. Biologie, scheikunde, natuurkunde, wiskunde, techniek, diergeneeskunde. Het is allemaal vertegenwoordigd in deze ene hobby. Hoe meer ik leer, hoe minder ik weet. Een samenvatting van bovenstaand rijmpje, maar een waarheid als een koe. Ik ken een koihouder die zich nergens druk over maakt. Weet niets, kan niets, wil niets weten! Toch gaat het al jaren goed. De vraag wie van ons tweeën ‘s zomers nu meer geniet langs de vijverrand durf ik niet te beantwoorden, laat staan te beargumenteren.
Koilum 5 - Toverkollenpasta
Valt het u ook wel eens op dat er soms nogal geheimzinnig wordt gedaan over middeltjes op koigebied met spannende geheime ingrediënten? Soms lees ik nietszeggende bijsluiters met een hoog Harry Potter gehalte. Ellenlange lofbetuigingen over de heilzame werking van het betreffende middel. Wat de daadwerkelijk ingrediënten zijn en hoe het middel precies werkt vertelt het verhaal niet. Als je de bijsluiters mag geloven zijn de producenten zelf naar Japan afgereisd om daar op de blote knietjes de drooggevallen mudponds met een theelepeltje af te graven.
Vervolgens is een kudde Einsteins jarenlang opgesloten in een hi-tech laboratorium en na een ritje in de deeltjesversneller wordt het achtste wereldwonder met veel bombarie aangekondigd: Toverkollenpasta!
Nooit meer zieke vissen, glashelder water, einde draadalg, sprankelende kleuren en nog veel meer mooie beloftes. En verdomd, men krijgt bijval van mensen die beweren dat, na toediening van de pasta, alle vijverproblemen als sneeuw voor de zon zijn verdwenen. Totdat de werking wetenschappelijk is aangetoond wijd ik dat aan toeval, cq. zien wat je graag wil zien. Maar goed, Klazien “uut Zalk” is rijk geworden met uitspraken als “eet dagelijks drie paardebloemen ter bevordering van de stoelgang” en dat soort nonsens. Dat Nico Haak vrijwel direct omviel nadat hij zich leende voor de promotie van een heilzame armband vergeten we voor het gemak maar even. Gelukkig trapt u niet in al deze wondermiddeltjes en bent u al helemáál niet bijgelovig…Toch? Ik hoop echter wel dat u voor de bouw van uw vijver de locatie onderzocht hebt op de aanwezigheid van verkeerde aardstralen? En dat u bij volle maan drie keer met de klok mee om de vijver een regendans hebt uitgevoerd? Uw vijverwater is toch wel ingestraald? Bent u niet vergeten een glaasje saké in de vijver te gooien bij het vullen, om geluk af te dwingen? Wanneer u minder dan vier van de bovenstaande vragen met ja kunt beantwoorden, dan valt het met uw *kuch* bijgeloof nog wel mee…
Joop "GinRin" van Tol
Koilum 4 - Proletarisch vissen
Waar ik me vreselijk aan erger, is de alsmaar toenemende berichtgeving over koi die van de rechtmatige eigenaar worden ontvreemd. Dat moet je trouwens eens aan een Japanse kweker proberen uit te leggen. Die gasten hebben geen idee wat stelen is. Waarschijnlijk is er niet eens een Japans woord voor.
Waarom is het in de westerse wereld dan zo moeilijk om met je jatten van andermans spullen af te blijven? Is het omdat de hype over die extreem dure vissen wordt aangewakkerd door de media? De mythe dat koi alleen gehouden kunnen worden door Quote-500 genoteerden? Als er ook maar iets over koi op televisie getoond wordt, gaat het elf van de tien keer over de prijs. De vissen als zodanig zijn voor de gemiddelde journalist totaal niet interessant. Het prijskaartje, dáár draait het om.
Het enige doel is om de argeloze kijker zich te laten verkneukelen over de rug van “die lijpen”, die bereid zijn om astronomische bedragen neer te tellen voor een “lullig” visje. Nu is dit natuurlijk geen vrijbrief voor een gauwdief die denkt snel euro’s te kunnen scoren ten koste van een hardwerkende handelaar of gedreven hobbyist.
Veel potentiële proletarische proleten worden er echter wel door op een idee gebracht. Meestal heeft de jatmoos geen enkel benul van deze levende have en is de gestolen koi, door onzorgvuldig handelen, gedoemd te sterven. De eigenaar ongelukkig en de gapper geen cent rijker. Vervelend bijverschijnsel is dat bijna niemand meer een medehobbyist mee durft te nemen naar zijn zwaar beveiligde koiparadijs. Iedere goedbedoelde en geïnteresseerde koihouder wordt met argusogen aangekeken door zijn collegae.
Bijna niemand stelt zijn tuin nog beschikbaar voor regionale Koitrips, uit angst voor die éne rotte appel. Soms laat ik me verleiden te denken dat de betrapte penoze zwaar gestraft moet worden. Stenigen, kielhalen, handen afhakken, kaalscheren en tentoonstellen zijn dingen die dan in me opkomen. Gelukkig zijn we zo beschaafd dat dit soort barbaarse praktijken al lang tot het verleden behoren. Drong dié beschaving nu ook maar eens door tot deze respectloze asocialen.
Koilum 3 - Contradictio in terminis
Hé Joop, hoe is het met de visjes? Dit is een begroeting met een daaraan gekoppelde vraag die ik vaak te horen krijg. Hoe het met mij persoonlijk gaat is zeker niet interessant genoeg. Blijkbaar staat mijn hoofd synoniem voor koi. Redactielid van de koi blad, KVA-er, moderator van een koiforum, vrijwilliger op de Holland Koi Show en koitrips met vrienden. Niet zo gek dat men wel eens denkt dat ik alleen maar met die onderwatervarkens bezig ben.
Het is wel leuk dat je je zo voor de hobby inzet, maar je hebt nauwelijks vrije tijd om van je eigen vissen te genieten. Het bezoek aan mijn eigen vijver beperkt zich de laatste tijd dan ook meestal tot voeren en het noodzakelijke onderhoud. Eigenlijk weet ik het antwoord op de vraag hoe het met mijn vissen gaat niet eens.
Een beetje hetzelfde effect dat je krijgt als je bij een schilder thuis komt en overal afgebladderde verf aantreft, of een bouwvakker die zijn eigen huis maar niet afkrijgt. Misschien is het een idee om eens een artikel aan mijn eigen vijver te wijden. Een soort van “De vijver van Joop door Joop”. Op deze manier combineer ik het schrijven van een artikel met een bezoek aan mijn eigen vijver.
Je moet wel een beetje schizofreen zijn om je zelf te interviewen maar dat is voor mij geen enkel probleem. Soms krijg ik het gevoel dat het misschien een goed idee zou zijn om eens een paar weken in een ontwenningskliniek te gaan doorbrengen. Ik was van plan om professionele hulp in te schakelen totdat ik een overspannen kennis sprak. Hij kreeg van de psycholoog enkele tips om zich te ontspannen. Eén van deze tips was dat hij eens moest gaan vissen. Ze zien me al aankomen thuis!
Joop “GinRin” van Tol.
Koilum 2 - Evolutie versus traditie
Is het u ook opgevallen dat de kwaliteit van de koi de laatste jaren met sprongen vooruit is gegaan? Ik zag laatst een ongeveer vijfentwintig jaar oude foto van de toenmalige Japanse Grand Champion. Je zou er nu niet eens een blik op werpen als het dier nu in een gemiddelde verkoopbak bij het tuincentrum op de hoek rond zou zwemmen.
Dit gegeven maakt het, dat ik zo benieuwd ben naar hoe onze juwelen er over pakweg nog eens twintig jaar bij zullen zwemmen. Ik ben ervan overtuigd dat de “vooruitgang” alleen maar sneller zal gaan. Zeker nu we door genetische manipulatie in staat zijn om de “natuur” meer en meer naar eigen hand te zetten.
Perfecte Tancho’s waarvan de stip met een passer lijkt te zijn geplaatst. Utsuri’s met een wiskundig bepaalde vlakverdelingen. Koi in pasteltinten of koi die in het donker oplichten met neon reclameletters. Kameleonkoi die zich moeiteloos naar de stemming van het baasje kleuren. Zweefalg- en nitraatvretende koi. Koi met dubbele staarten die door een hoepeltje kunnen springen en luchtademende koi die je gerust een uurtje op schoot kunt nemen.
Waar houdt het op? De vraag is of het de hobby er leuker op maakt. Elke koi is per definitie een Tategoi, waarvan de ontwikkeling griezelig nauwkeurig vaststaat. Het gevaar van eenheidsworst loert om de hoek. Een unieke koi, mooi door zijn lelijkheid, vind je niet meer. Je kunt je alleen nog onderscheiden wanneer je een koi hebt van een nieuwe variëteit met een laag serienummer. Alle vissen in die variëteit zien er immers exact hetzelfde uit. Of denkt u dat het in het traditionele Japan niet zo’n vaart zal lopen?
Joop “GinRin” van Tol
Koilum 1 - Slavendrijver!
Ja, ik heb het tegen u.
Oh, u bent u zich van geen kwaad bewust? Ik verzeker u echter, wanneer u dit stukje heeft gelezen durft u uit schaamte het huis niet meer uit. U bent zeker het type dat kinderarbeid, mensenhandel en uitbuiting verafschuwt? U bent misschien zelfs tegen de legbatterij? Steek dan eerst de hand eens in eigen boezem!
Ik had liever gezegd dat u een slechte werkgever bent, maar aangezien u geen loon betaald is zelfs die kwalificatie nog te vriendelijk. Wat dat betreft is slavendrijver een term die veel beter bij u past. Hoe kunt u nou zo velen in dienst nemen onder dergelijke erbarmelijke omstandigheden? Geen daglicht, te klein behuisd, lange dagen en eenzijdige voeding. Ze werken zich kapot en omdat ze niet beter weten maakt u daar schaamteloos en zonder enige gewetenswroeging misbruik van.
Van een Collectieve Arbeidsovereenkomst hebben ze nog nooit gehoord, laat staan van ADV, RSI en partnerpensioen. Af en toe een uurtje pauze kan er zeker niet af? Even luchten gewoon onder werktijd hè? Stel dat de productiviteit er eens onder zou leiden! Een beetje waardering of een vriendelijk woord hoeven ze van u niet te verwachten. Een koude douche met de tuinslang kunnen ze krijgen.
Durft u wel, tegen die kleintjes? Bah!
Joop “GinRin” van Tol. Initiator A4B (A for B) (Actiecomité arbeidsverbetering afvalstoffen afbrekende Bacteriën).