Van Ei tot Jumbo Via de cursus visziekten, die ik via de Nishikigoi Vereniging Nederland (NVN) volgde, werd ik gegrepen door de wondere wereld van het leven onder de microscoop. Vanwege mijn activiteiten voor deze club als vrijwilliger van de Koi Vijver Advies Dienst (KVA) kom je op locatie nog wel eens wat gespuis tegen op een vissenlichaam. Hoewel je natuurlijk hoopt dat je vissen gevrijwaard blijven van “enge beestjes” is het fascinerend te zien wat zich allemaal afspeelt op de vierkante millimeter. Je waant je in een compleet andere wereld. Een wereld overigens die er wellicht anders uitziet maar waar wel dezelfde wetten van “eten en gegeten worden” gelden. Ook op microscopisch niveau leven we in een wrede wereld. Eén van de leukere kanten van een goede microscoop is het feit dat je hiermee ook het ontstaan van pril karperleven uitstekend kunt volgen. Vanaf het moment van afzetting van de eitjes tot het ontstaan van een echt, veertien dagen oud, visje heb ik alles op foto en video vastgelegd. Helaas heeft een magazine de beperking dat je er geen bewegende beelden mee kunt weergeven. Ik verzeker u dat het adembenemend is om beelden van een kloppend hartje te zien en om de bloedsomloop in een eitje te kunnen volgen. U zult het voorlopig moeten doen met de stilstaande beelden. Ook prachtig, daar niet van. Verwacht a.u.b. geen wetenschappelijk verantwoord artikel. Bij voorbaat bied ik mijn excuses aan voor eventuele omissies of misinterpretaties van mijn kant.
Hetgeen u in het komende fotoserie te zien krijgt is het resultaat van vele uren priegelwerk en het maken van een selectie uit honderden foto’s. Ik schrijf dit niet om medelijden op te wekken maar wil u slechts waarschuwen dat, mocht u hetzelfde overwegen, u aan een tijdrovende klus begint. Ik schat de grootte van een eitje op ongeveer één millimeter. Wellicht kunt u zich voorstellen dat je een redelijk vaste hand moet hebben om met een pipet één eitje in één druppeltje water op het kijkglaasje van de microscoop te krijgen. Vervolgens is het zoeken naar de juiste positie van het eitje door dit veelvuldig te manoeuvreren totdat je een optimaal uitgangspunt hebt voor het maken van een foto of filmpje. Dat valt nog niet mee, want het eitje heeft de neiging terug te draaien naar de oorspronkelijke positie. Dit alles moet ook nog eens snel gebeuren omdat de lamp van de microscoop enorm veel warmte produceert. Het laatste wat je natuurlijk voor ogen hebt is om dit prille leven op te offeren omwille van de “wetenschap”. Op dat gebied kan ik u geruststellen. Geen enkel eitje is in dit proces verloren gegaan. Hoewel het dus een geduldig werkje is, ben je al het gepriegel op slag vergeten op het moment dat je de microscoop scherp stelt. Welkom in de wondere wereld van Moedertje Natuur:
Dag 1: Easter eggs. Deze foto is gemaakt amper 10 uur na de afzetting van de eitjes. Het “oogsten” van de eitjes uit de vijver deed me denken aan het vroegere eieren zoeken met Pasen. Het viel me op dat de eitjes best sterk zijn. Je kunt de eitjes gerust tussen duim en wijsvinger voorzichtig los trekken van de algen zonder ze te beschadigen. Een afzetborstel in zijn geheel overplaatsen in een aquarium was natuurlijk een stuk handiger geweest, maar dat is achteraf makkelijk praten. Het afzetten van de eitjes vond toch nog geheel onverwachts plaats. De grote bol in het midden is niet de bevruchte eicel maar de dooier. Deze dient als voedsel voor het larfje dat zich de komende dagen gaat ontwikkelen. Dat een eitje veel voedingsstoffen moet bevatten blijkt wel uit het feit dat de koi in de vijver zich als echte kannibalen gedragen. Wanneer je de eitjes in de vijver laat zitten dan is de overlevingskans bijzonder klein.
Dag 2: 24 hours of fame.
Het embryo groeit als het ware om de dooier heen. Onderin dit eitje begint in het midden de kop van het larfje. Met de klok mee en om de dooier heen eindigt het bij de staart rechtsonder. De verhoudingen zijn, in vergelijking met een volwassen koi, nog volledig zoek, het lichaam is veel te lang in vergelijking met de kop en de staart. Deze hele ontwikkeling heeft zich in slecht één dag afgespeeld. Onvoorstelbaar snel dus. Van niets tot iets in 24 uur. Een mooie titel voor een film.
Dag 3: ET phone home. Reeds op de derde dag heb ik het hartje zien kloppen en zijn de “sapstromen” tussen dooier en larfje zichtbaar. Het embryo groeit snel en de omvang van de dooier neemt af. Op deze foto is ook duidelijk de ontwikkeling van de ogen waar te nemen. Ook hier zijn de verhoudingen, die je zou verwachten, ver te zoeken. De ogen zijn onevenredig groot in vergelijking met de kop van het larfje. We gaan er maar van uit dat Moedertje Natuur precies weet waar ze mee bezig is en deze puzzel tot een goed einde brengt. Ik heb er in ieder geval alle vertrouwen in, hoewel het geheel in dit stadium meer weg heeft van een buitenaards wezen dan van een vis.
Dag 4: Under attack.
Op de vierde dag is de eerste zwemblaas al duidelijk te herkennen (de ovale bol links boven het midden). Deze zwemblaas is logischerwijs nog niet gevuld met lucht. Lucht in water ziet er onder de microscoop overigens zwart uit. De ogen zijn verder ontwikkeld en het larfje groeit gestaag. Ondertussen wordt het eitje aan de buitenkant belaagd door allerlei organismen zoals gesteelde klokdiertjes, schimmels en bacteriën die allen graag een graantje meepikken van dit eiwitrijke dieet. De buitenkant van het eitje heeft iets weg van een koraalrif. Anemoonachtige klokdiertjes en wieren in de vorm van draadalgjes en schimmels worden omringd door ééncelligen en kleine kreeftachtigen zoals cyclops en roeipootkreeftjes.
Dag 5: Alive and kicking.
Het larfje wordt erg onrustig en draait zich vaak om in het eitje. Het reageert zichtbaar op het licht van de microscoop wanneer ik dit hoger draai. Dit zou door de warmte die de lamp produceert kunnen komen maar het is ook goed mogelijk dat de ogen inmiddels functioneren. Er hebben zich rode bloedlichaampjes gevormd waardoor de bloedstromen nog beter te volgen zijn. De rode gloed in het lichaampje wordt hierdoor veroorzaakt. Het hart bestaat nu uit twee zichtbare kamers welke het bloed krachtig rondpompen.
Dag 6: Let me out! Het inmiddels veel te krappe eitje moet erg ongemakkelijk aanvoelen. Het larfje is dan ook helemaal klaar om de wijde wereld in te trekken. Dit wordt ook de hoogste tijd want het eitje wordt van buitenaf door allerlei micro-organismen opgegeten en is allang niet meer het perfect ronde bolletje van dag één. Bij de vorige lichting had ik hier minder last van omdat ik een druppeltje FMC aan het water had toegevoegd. Het stond me eigenlijk tegen om de visjes in zo’n pril stadium al met gif te confronteren. Vandaar dat deze lichting het alleen met veel water verversen heeft moeten doen. Dit lukt op zich prima, hoewel het uitkomen van de eitjes denk ik geen dag langer had moeten duren. De duur tussen afzetten en uitkomen van de eitjes is sterk afhankelijk van de watertemperatuur. Om deze reden wordt bij professionele kwekerijen de temperatuur kunstmatig hoog gehouden. De overlevingskans van het visje wordt hiermee sterk vergroot.
Dag 6: Outbreak. Op het zwakste punt breekt eindelijk het eitje. De staart is er al uit en de rug kan gestrekt worden. Even uitrusten en dan op volle kracht verder worstelen. Bij de paar eitjes waarvan ik het uitkomen heb gadegeslagen kwam steeds de staart eerst. Of dit toeval is weet ik niet. Wanneer je het lege eierschilletje voelt dan blijkt dit verbazend hard. Dit zou wel eens een verklaring kunnen zijn voor het feit dat een aantal larfjes mismaakt (krom) is doordat ze het ei niet tijdig konden verlaten. Natuurlijk biedt het harde schilletje wel de broodnodige bescherming tegen aanvallers.
Dag 6: Free at last.
Met een paar krachtige bewegingen slaagt het larfje er als een ware Houdini in om uit zijn gevangenis te ontsnappen. Kramp in mijn vingers van het vasthouden van de camera om dit cruciale moment maar niet te missen. Ik heb het geluk dat ik na (slechts) een half uurtje wachten een paar mooie foto’s en zelfs een filmpje kan schieten van dit hoogtepunt. Ondertussen zwemmen er in het aquarium een paar larfjes rond met het eitje als een soort helm nog op hun kop. Overbodige luxe is dit niet, want van enige coördinatie is bij deze kamikazepiloten nog geen sprake.
Dag 7: Little sea horses.
Met een flinke voedselreserve in de vorm van een dooierzak is het larfje goed voorbereid ter wereld gekomen. De eerste dagen hoeft het zich geen zorgen om voedsel te maken en kan alle aandacht op het zwemmen worden gericht. Op de foto is goed te zien dat de darmen zich reeds hebben gevuld met afvalstoffen terwijl het larfje nog geen hap heeft gegeten. Sommige larfjes liggen doelloos op de bodem, anderen hebben zich als een soort zeepaardje aan de algen of het glas van het aquarium vastgehecht. Er is nog weinig activiteit te bespeuren hoewel de larfjes wel vluchtgedrag vertonen op het moment dat ik er één met een pipet wil vangen.
Dag 7: Almost human.
Als ik naar een close-up van de kop van het larfje kijk dan vind ik dat het bijna iets menselijks heeft, maar mogelijk heb ik iets te lang door de microscoop getuurd? Zwemmen is vanwege de enorme ballast in de vorm van de dooierzak nog nauwelijks mogelijk. Af en toe wordt een kort baantje getrokken waarna het larfje weer als een baksteen naar de bodem zinkt. Het is nauwelijks voor te stellen dat dit larfje de potentie in zich heeft om uit te groeien tot een koi van wereldformaat.
Dag 9: Down the drain.
De dooier is zo’n twee tot vier dagen na het uitkomen van de eitjes opgebruikt. De larfjes zijn enorm gegroeid en moeten nu op zoek naar voedsel. Eigeel en tot poeder gestampte korrels gaan er goed in. Het is wel oppassen geblazen want schimmel slaat snel toe op de afvalstoffen en voedselresten. Het aquarium moet om de dag bijna geheel worden ververst. Dit valt niet mee. Ik moet uitkijken dat die speldenknopjes niet in de afvoer verdwijnen.
Dag 10: Colour my life.
Er beginnen zich pigmentcellen te vormen. Deze zijn natuurlijk broodnodig wil het larfje kunnen uitgroeien tot de nieuwe kampioen. Pigmentcellen lijken op inktspetters. De pigmentcellen hebben de mogelijkheid zich in stresssituaties samen te trekken. Hierdoor onstaat de bleke kleur die je vaak bij gestresste of zieke vissen waarneemt. Helaas begint het pigment, naarmate het toeneemt, het zicht op de interne organen te belemmeren.
Dag 14: Say cheese. De zwemblaas is inmiddels gevuld met lucht, hetgeen te zien is aan de zwarte kleur. Ik vraag me af wanneer de tweede zwemblaas zichtbaar wordt. Ook de kieuwen hebben een enorme groei doorgemaakt. Hoewel sommige boeken anders suggereren kan ik in dit stadium slechts drie in plaats van de genoemde vier hartkamers ontdekken. Ik kan me nauwelijks voorstellen dat er later nog een hartkamer bijkomt. Hoewel, van het tweede deel van een zwemblaas is ook nog niets te bespeuren.De larfjes zijn echte visjes geworden en zwemmen vrolijk in de rondte. Het aquarium wordt uitgebreid verkend terwijl alles wat de visjes tegenkomen kritisch wordt geproefd. Het visje kan niet meer in een druppeltje water onder de microscoop. Als oplossing heb ik een minivijvertje gemaakt van het transparante dekseltje van het doosje waar de afdekglaasjes in zitten. Erg fotogeniek zijn de visjes niet. Even stilliggen en poseren voor de foto is er nauwelijks bij. Ik hoop dat ze over een paar jaar in Arcen wel netjes de vinnetjes wijd zetten wanneer ze gefotografeerd worden. Joop “GinRin” van Tol