Koitrek 2005 Met Arcen nog zeer voelbaar in de benen sta ik daags na de Holland Koi Show, alweer in de vroege ochtend bij Jeroen op de stoep. Verwondert vraag ik me af wat ons bezielt om een fors deel van onze vakantiedagen “op te offeren” om ons een hoop lichamelijke arbeid en geestelijke stress op de hals te halen. Natuurlijk weet ik het antwoord wel. Het is de gezelligheid en vriendschap op en rond de show en de voldoening die het geeft als een grote groep bezoekers een leuk weekend heeft gehad. Mijn vermoeidheid is op slag verdwenen als Jeroen de deur opendoet, en ik de wallen onder zijn ogen zie. Jeroen is, samen met Wim Vielvoye, gedurende de show vrijwilligerscoördinator geweest en moest gemiddeld rond de 100 vrijwilligers dagelijks “van de straat” houden. Geen benijdenswaardige functie. Niet vanwege de onwelwillendheid van de over het algemeen zeer gemotiveerde groep mensen, maar wel vanwege de enorme puist regelwerk die dit met zich meebrengt. Gelukkig realiseren de meeste vrijwilligers zich wel dat “vrijwillig” nog niet “vrijblijvend” betekent. Enige structuur is nu eenmaal nodig om de zaken goed en op tijd geregeld te hebben. Maar buiten dat kun je wel lekker tegen dat soort gasten aanzeiken; “jíj bent toch coördinator? Regel het dan!”. Ach, hadden ze maar een vak moeten leren.
Komend weekend staat voor ons, samen met Toën en Guus, de promotie van onze vereniging tijdens de 19e SouthEast Open Koi Show te Swanley (U.K.) op het programma. Met de SouthEast Section van de British Koi Keepers Society (BKKS) geldt al jaren een op vriendschap gebaseerde uitwisselingsovereenkomst. Na een bezoek aan onze Holland Koi Show, brengen wij de week erna een bezoek aan de SouthEast Show. Deze show is voor publiek geopend op zondag en maandag. Maandag is namelijk een nationale feestdag in Engeland (Bankers Holiday).
Als we naar de auto lopen moet ik Jeroen een paar keer waarschuwen, omdat hij dreigt op zijn wallen te stappen (als je het woordje “zijn” door “de” vervangt, krijgt deze zin ineens een héél andere betekenis). We kunnen niet met de “Koitrek 2005” bus mee omdat we een dag langer in Engeland zullen blijven. De bus gaat op zondag terug, simpelweg omdat een fors aantal deelnemers aan de Koitrek bestaat uit vrijwilligers die al een aardige bres in hun vakantiedagen hebben geslagen in de week ervoor. We vertrekken richting Frankrijk (Calais) om daar per boot de oversteek te maken naar Engeland (Dover). Guus gaat heen met de bus mee en terug met de auto. Ergens op een parkeerplaats in de buurt van Antwerpen pikken we Toën op. Het aankomen scheuren van een zwarte Mercedes op een afgelegen parkeerplaats, gevolgd door het snel overtillen van een aantal dozen in de auto van Jeroen, moet toch wel enkele Vlaamse wenkbrauwen aan het fronsen hebben gebracht. Dat de dozen met volledig onschuldig promotiemateriaal gevuld zijn, zal niet het eerste zijn waar men aan denkt. De boeventronies van mijn twee reisgenoten maakt de situatie er natuurlijk niet beter op. De heenweg gaat zo voorspoedig, dat we menen een bliksembezoek aan “het Viske” te kunnen brengen. Deze koidealer ligt nagenoeg op onze route. We worden hartelijk ontvangen door Hans Clement en zijn zoon Joachim, en snel door de winkel geleid. We hebben maar een half uur. Voor mij is dit het eerste bezoek aan deze, tussen een klooster ingeklemde, zaak. Best een verademing om in plaats van de standaard kunststof bakken nu eens een aantal smaakvolle, uit monolietstenen opgetrokken bakken te zien. Het pand bestaat uit twee verdiepingen. Op de tweede verdieping bevinden zich nog een aantal stenen bassins met een gezamenlijke inhoud van ruim 50 kubieke meter water. Er zullen vast wel een paar stalen bintjes in de vloer gebruikt zijn om deze last te dragen. De vissen, ook degene die aan de show hebben deelgenomen, blaken van gezondheid. Snel nemen we afscheid en racen verder naar Calais. In tegenstelling tot onze voorspoedige reis, loopt de bus flink vertraging op. Lang lijkt het erop dat ze de boot niet op tijd zullen redden. Als onze boot vertrekt zien we de bus de haven in komen rijden (nee gelukkig niet letterlijk), nét op tijd om nog in te checken op de door hun gereserveerde boot. Aangekomen in Dover, is het wachten op de bus. Toën, normaal cultuurbarbaar in hart en nieren, komt op het lumineuze idee om heel toepasselijk Fish & Chips te gaan vreten. Vreten ja! Zelden hebben we zo’n ranzige kleffe hap voorgeschoteld gekregen. We bellen met Guus op de boot en spreken af dat we de bus op een parkeergelegenheid langs de snelweg, met de ietwat vreemd aandoende naam “Three Rising Moons” op zullen wachten. Vervolgens snel op weg naar de eerste vijver die we gedurende het weekend zullen bezoeken.
In een buitenwijk van Londen komen we aan bij het huisje van Vi en Tony Hussey. Je zou verwachten dat de grote touringcar, die het nauwe straatje volledig blokkeert, en waaruit een kudde wandelende fototoestellen komt zetten, enig tumult onder de buurtbewoners zou moeten veroorzaken. Maar nee hoor, stoïcijns als de Engelsen zijn, gaan ze gewoon door met de dagelijkse beslommeringen. Geen getoeter, geen geschreeuw, eerder berusting. Aan de voorkant zou je het niet zeggen, maar achter het huisje ligt een prachtige, langgerekte Engelse tuin met daarin een dertig kuubs koivijver. De man moet volkomen geschift zijn, dat hij een stuk of zestig malloten dwars door zijn huis en over zijn minutieus gemaaide grasveld laat baggeren. Gastvrijheid staat bij die Engelsen nu eenmaal hoog in het vaandel. Ongegeneerd helpen we hem daarom van zijn voorraad bier en etenswaren af. Tony verteld dat dit zijn derde en laatste (jaja, dát horen we vaker) vijver is. De vijver is rechthoekig en bekleed met polyester. De man is al vele jaren met de hobby bezig wat blijkt uit een aantal zeer oude vissen die hij heeft zwemmen. Een Yamabuki Ogon heeft de respectabele leeftijd van 30 jaar bereikt. Het dier is zichtbaar bejaard. Verhalen over koi die ruim 100 jaar zijn, neem ik voortaan met een flinke schep zout. Vele prijzen heeft Tony al weggesleept op de SouthEast Show. Ook dit jaar zet hij weer een aantal kanshebbers in, zoals een Sanke (size 4) en een Kohaku (size 3). Ook kwaliteitsvissen uit de Kawarimono klasse zijn rijk vertegenwoordigd in deze vijver en mogen meedoen aan de wedstrijd. De enige prijs die hij nog niet heeft kunnen bemachtigen is die van “Baby Champion”. Hij heeft echter goede hoop dat een Kohaku van een centimeter of twintig dit jaar met deze eer gaat strijken. De meest wonderlijke van alle prijzen die Tony heeft gewonnen, is de Grand Champion titel van 1995. Dé jongensdroom van iedere koihobbyist! Wat is het geval? In 1987 koopt Tony voor het luttele bedrag van 25 pond een Shiro Utsuri van 16 centimeter. Zeven jaar later wordt deze vis Grand Champion op de show! De kans om de Engelse lotto te winnen moet vele malen groter zijn. Wat dit bezoek extra bizar maakt, is dat deze vis op de dag van ons bezoek is overleden. Het dier kwakkelde al een paar maanden met haar gezondheid ten gevolge van pure ouderdom. We zijn slechts enkele uren te laat om de bijna twintigjarige vis met eigen ogen te aanschouwen. Hoewel hij het tracht te verbergen, is Tony zichtbaar aangeslagen door dit verlies. Wat resteert, is eeuwige roem en een schilderij van de vis in de hal van het huis. Na dit bezoek vertrekken we snel naar het hotel voor het diner. Later die avond worden aan de bar nog de nodige pints genuttigd. Het wil maar niet lukken om Toën en Jeroen mee te krijgen het Londense nachtleven in. Misschien ook wel een beetje teveel van het goede na het chronische slaaptekort tijdens de Holland Koi Show week.
Op zaterdag heeft de SouthEast Section een heel programma voor ons in elkaar gedraaid, compleet met een programmaboekje. Hulde voor de moeite die men doet om ons een geweldig weekend te bezorgen. We zullen deze dag een bezoek aan drie bijzondere vijvers brengen. Vandaag rijdt Tony Price (officieel ZNA judge en vast jurylid op de Holland Koi Show) met ons mee. We “trakteren” hem onderweg op een overdosis “Hazes”, uiteraard muzikaal door ons ondersteunt (lees uit volle borst meegeblèrd).
Onze eerste stop is de vijver van Sue en Colin Ravenhill. De tweede vijver al sinds ze drie jaar terug dit huis betrokken. De eerste vijver, met een inhoud van ongeveer 14 kubieke meter, was geen lang leven beschoren. Op onze eigen HKS raakten Sue en Colin vorig jaar onder de indruk van de vijvers van Ma-Koi. Om een lang verhaal kort te maken, de order werd gegund, en de vijver in maart 2005 tot volle tevredenheid geleverd en geplaatst. Een week later zaten de vissen er al in. Toen we een bezoek brachten draaide deze vijver dus krap vijf maanden. De rechthoekige vijver (5 meter lang, 2,5 meter breed en 1,8 meter diep) heeft een inhoud van ongeveer 23 kubieke meter. Een waterzuiveringsinstallatie is noodzakelijk omdat het kraanwater, zoals in het grootste deel van Engeland, van slechte kwaliteit is. De nitraatwaarde van het leidingwater ligt hier boven de 75 milligram per liter. In Nederland is 50 milligram het absolute maximum, maar dit wordt hier zelden gehaald. De vijver is voorzien van twee beluchte bottomdrains en een skimmer, en wordt in de winter verwarmd. De vijver steekt vrij hoog boven het maaiveld uit en heeft een ingebouwd venster waardoor de vissen vanaf de zij- en onderkant goed te bekijken zijn. Qua filtratie worden een Nexus 300 + Eazy en een Bakki Shower van vier “verdiepingen” gebruikt. Bakki Showes zijn een ware rage in Engeland. Het zijn een soort druppelfilters van roestvrijstaal gevuld met een speciaal gebakken poreus “gesteente”. Opvallend was, dat water uit de vijver zonder voorfiltratie rechtstreeks de Bakki Shower werd ingeleid. Hierdoor lijkt het me, dat het materiaal snel verstopt raakt. Dit, terwijl in mijn optiek juist de bedoeling is, om in de poriën zoveel mogelijk bacteriegroei te verkrijgen. Op mijn vraag waarom geen voorfiltratie werd gebruikt antwoordde Colin dat dit door de leverancier zo werd voorgeschreven. Ik ben erg benieuwd naar de diepere betekenis hiervan. Op de foto ziet u links een stuk materiaal uit de bovenste filterbak en rechts uit de onderste. Het materiaal uit de bovenste bak ik volledig dichtgeslibd door draadalgen. In een blauw vat staan de vissen klaar die nog dezelfde avond naar het showterrein worden vervoerd. Grootste kanshebbers zijn een schitterende Kohaku (size 5) en een Kohaku (size 1). Een andere kanshebber (Shiro Utsuri, size 7) moet in de vijver achterblijven vanwege een lichte infectie aan de bek. Op ons verzoek is Colin toch zo vriendelijk het dier even te scheppen.
De volgende vijver is die van Rosy en Barry Alger-Street. Een 50 kubieke meter grote, rechthoekige vijver die overdekt is met een pergola. De vijver is gemetseld en bekleed met polyester. Twee gescheiden filterlijnen houden de waterwaardes binnen de perken, elk gevoed door een eigen bottomdrain en skimmer. De filterlijnen bestaan uit een vortex (gevuld met borstels) gevolgd door twee vierkante bakken met Japanse matten. Een aparte pomp voorzien van een UV lamp drijft in de zomer de waterval aan. Naast de biologische filtratie is tevens een ozoninstallatie geïnstalleerd. Verwarmen van de vijver gebeurt met behulp van een soort buizenstelsel/zonnepaneel dat over het dak van de schuur loopt. Wanneer de temperatuur op het dak minimaal één graad Fahrenheid hoger is dan de vijvertemperatuur wordt automatisch een deel van het retourwater uit de ozoninstallatie door het buizenstelsel heengeleid. Hiermee kan het vijverwater een paar graden hoger gehouden worden dan normaal. Wat het systeem in de winter gaat doen kan Barry me niet vertellen omdat het pas enkele weken geleden is geïnstalleerd. Hij hoopt hiermee het seizoen wat te kunnen verlengen en in de lente de temperatuur wat sneller omhoog te krijgen. Ook in deze vijver zwemmen een aantal stokoude vissen. Barry heeft vele jaren terug een collectie vissen van een vriend, die moest stoppen met de hobby, overgenomen. Deze vriend was één van de pioniers in de Engelse koihobby. Barry hoefde niets te betalen, mits hij de belofte deed dat hij de groep nooit zou scheiden. Enkele vissen uit deze collectie zijn nog in leven en zwemmen nog steeds hun rondjes in de vijver. Rosy en Barry hebben geen ambitie om mee te doen met de SouthEast wedstrijd. Rond de vijver hangt een vrij penetrante kattenlucht. Niet zo verwonderlijk want Rosy en Barry fokken katten voor hun bestaan. De tuin staat vol met grote verblijven voor deze katten. We laten ons vertellen dat er enkele zeer zeldzame kweekparen tussen zitten, waar astronomische bedragen voor worden neergelegd. Ziet u het vergelijk met de onbetaalbare ouderdieren van de Japanse koikwekers?
Na een karige lunch in een nabijgelegen hotel (niets dan goeds over Engeland, maar het eten…….pffff), vertrekken we voor het laatste, en meest veelbelovende bezoek van deze dag. Wanneer we op het landgoed van Ray Sawyer aankomen zijn zelfs de meest drukke persoonlijkheden van de Koitrek 2005 ploeg even stil. Rond het prachtige huis ligt een complete dierentuin. Ray, die zijn werkzame leven als ontwerper van de London Zoo heeft doorgebracht, heeft deze passie thuis nog eens dunnetjes overgedaan. Een complete kolonie Flamingo’s bevolkt een eigen vijver. Een groep kraanvogels huist op het enorme gazon voor het huis. Het mannetje probeert ons aan te vallen om zijn harem te verdedigen, maar deinst op het laatste moment telkens terug. Dit levert een hilarisch tafereel op. Als een kip zonder kop rent het dier zinloze rondjes om een boom. Tientallen grote kooien met de meest kleurrijke, uitheemse vogels staan in dit park. Enkelen koitrtekkers vragen zich af verwonderd af welke benamingen er bij al die kleurenpracht horen. Anders dan in de dierentuin staan hier geen bordjes. Wanneer je de Haagse indeling hanteert, is deze vraag echter zeer eenvoudig te beantwoorden. Er zijn volgens Haagse begrippen slechts twee soorten vogels; sìjsjes en drìjfsìjsjes. Drìjfsìjsjes vind je op en rond het water, de overige groep vogels valt onder de categorie sìjsjes. Alle kooien zijn op smaakvolle wijze omgeven door prachtige planten en bomen. We zien een groep albino walibi’s, waarvan sommigen een jong in de buidel dragen. We ontdekken een enorme schildpad met een fetisj voor teennagellak! Het dier is minstens anderhalve meter groot, ruim 140 jaar oud en moet een paar honderd kilo wegen. Iemand oppert om het beest om te draaien, het schild als wok te gebruiken en er schildpaddensoep van te maken. Ik zei het al, het was een karige lunch. Wanneer Stoffel gelakte damesnagels in het vizier krijgt waagt hij direct een uitbraakpoging. Het kippengaas blijkt niet bestand tegen het geweld van deze wandelende tank. Zijn eega is een eindje verderop onverstoorbaar bezig met het leggen van eieren in een kuil in de tuin. Last but not least blijkt Ray over een tweetal koivijvers met een klein kapitaal aan vis te beschikken. Desondanks doet ook Ray niet mee met de wedstrijd. Over de vijvers zelf valt verder niet zo heel veel bijzonders te melden. Om de vijvers heen staat echter een kapitaal aan bonsai. Werkelijk schitterend. Ach, bekijkt u de foto’s maar.
’s Avonds krijgen we van de SouthEast Section een “diner” aangeboden op het showterrein. Ik ontmoet Terry Wells (de chairman van deze show) en zijn vrouw Lynne. Bernie Woollands, huisvriend van de NVN, is uiteraard ook weer van de partij. Op het menu staat…..Jawel! “Fish & Chips”. Overigens een stuk beter te knagen dan de kleffe hap in Dover. De meeste vissen zijn inmiddels ingebracht en we hebben ruimschoots de tijd om al dat moois te bewonderen. Tussendoor richten we de verenigingstent nog even in. Op weg naar het hotel zeur ik nog wat over Londen, maar tref enkele Oostindisch dove medepassagiers. Tony Price kent inmiddels “de Vlieger” van Hazes zo’n beetje uit zijn hoofd.
Zondag, showdag. Vroeg uit de veren en snel naar Swanley. Jeroen en ik zullen de verenigingstent bemannen, Toën en Guus moeten jureren. Ook Louis van Reusel is weer als jurylid van de partij. Zijn vrouw Josée helpt ons regelmatig in de verenigingstent. De overige Koi Trekkers gaan driftig op pad langs de wedstrijdvats en de stands. Het is een bloedhete dag en we balen er een beetje van om die in de snikhete tent te moeten doorbrengen. Bovendien is de locatie niet super, we zitten achter de tombola en nog één of andere lootjesstand. Niet echt langs de looproute dus. We nemen ons heilig voor om Guus en Toën de volgende dag de honneurs te laten waarnemen. Tegen de middag nemen we afscheid van een dikke 50 Koi Trekkers waarvoor het avontuur er al weer op zit. Een bus, volgeladen met materiaal, voer en zelfs de nodige vissen vertrekt van het terrein. Ik laat Jeroen even in zijn sop gaarkoken en loop een tijdje (aan de andere kant van de vats) met de jury mee. De show is qua opzet en bezoekersaantallen onvergelijkbaar met Arcen, hoewel het aantal deelnemende vissen met ruim 300 best veel is. Bernie vertelt me dat de Holland Koi Show méér vrijwilligers heeft dan de SouthEast Show aan leden ingeschreven heeft staan. Men hoopt in totaal 2000 bezoekers naar de show te krijgen. Dat is dus nog niet de helft van het aantal leden dat de NVN rijk is. Overigens bedoel ik dat niet denigrerend, het is slecht bedoeld om een beeld te laten vormen van deze show. Doordat het lekker rustig is langs de vats, is goed te volgen wat de jury doet. Ik wordt door Bernie de jurytent ingeloodst om een paar plaatjes van de dames en heren te schieten tijdens de lunch. Lynne nodigt me uit om lekker wat op te scheppen van het fantastische buffet. Met twee volgeladen borden durf ik Jeroen “waar blééf je nou” Dregmans wel weer onder ogen te komen. Aan het einde van een zeer warme dag worden we verrast met een barbecue op het showterrein. Inmiddels is bekend dat Terry en Lynne Wells met de hoogste eer strijken. De Grand Champion titel gaat naar hun Sanke (size 6). Vi en Tony Hussy moeten nog minstens een jaartje wachten op de felbegeerde Baby Champion Award, maar mogen niet mopperen. Met hun Sanke (size 4) worden ze Youg Champion. Daarnaast winnen ze nog een flink aantal andere prijzen. Sue en Colin Ravenshill hebben minder geluk met alleen een tweede prijs met hun Kohaku (size 1). In deze klasse is de concurrentie nu eenmaal moordend. De NVN friendship award betreft een vis uit de categorie “most unique koi” en gaat naar Angie Watson. De Holland Koi Show award wordt gewonnen door een prachtige goshiki (Koromo klasse) en gaat eveneens naar Angie Watson. De Banana-Bar Koi Society (BBKS) Award wordt door Tony Price traditioneel aan een gele vis toebedeeld. Alan Archer is de gelukkige. Voor de volledige uitslag verwijs ik u naar de website (http://www.koi-clubs.com/SouthEast/2005show.htm). Terug naar het hotel is het wat krapjes in de auto omdat we nu ook Guus, door de Engelsen steevast goose (gans) genoemd, erbij hebben. Goose kent “de Vlieger” gelukkig ook, waardoor een prachtige hommage aan deze volksheld uit vijf kelen schalt. Nou ja, eigenlijk viereneenhalf, de stem van Toën is er bijna volledig mee uitgescheden.
Tony komt op het lumineuze idee om de volgende dag, vóór aanvang van de show, een bezoek te brengen aan Koi Water Barn. Deze zaak is het crème de la crème op het gebied van koizaken in Engeland. Omdat we dan vroeg uit de veren moeten zit Londen er die avond niet echt in volgens de heren. Mgrmmpf, ik had mijn toekomstige ex wel kunnen ontmoeten in het bruisende nachtleven. Of zou mijn schoonmoeder (cleanmother?) echt geen kinderen kunnen krijgen? Aangekomen bij Koi Water Barn, wordt onze blik direct getrokken naar de hoofdattractie van deze zaak. Een Chagoi van ruim 130 centimeter(!) komt ons bijna kwispelend tegemoet zwemmen. De vissen in hetzelfde bassin zijn allen rond de 70 centimeter maar vallen in het niet bij deze gigant. Het beest heeft een bek waarin je complete vuist zou passen. We boffen enorm wanneer we uitgenodigd worden voor een rondleiding langs de kweekvijvers van dit mammoetbedrijf. Hoewel, boffen? Tony Price opent nu eenmaal vele deuren voor ons! Achter de zaak ligt een groot stuk land, dat geheel is ingericht voor kweekdoeleinden. Allereerst komen we bij een enorme vijver welke bevolkt wordt door een groep eenden en ganzen en waar tot onze verbazing een aantal strobalen in ligt. Het water ziet groen van de zweefalg. Deze vijver blijkt puur bedoeld voor de “kweek” van planktonachtig leven. Het voedselrijke water wordt via een buizenstelsel beetje bij beetje in de kweekvijvers gepompt om zo een continu voedselaanbod voor het jongbroed te garanderen. Daar waar wij willen voorkomen dat eenden en ganzen ons water belasten met uitwerpselen, wordt dat hier juist gestimuleerd. Even verderop staat een gebouw waar de werkelijke kweek plaatsvindt. Zojuist uit het ei gekropen koilarven tot visjes van een centimeter of twee worden hier met tienduizenden tegelijk opgekweekt. We krijgen een uitleg over het kweekproces. Dit voert nu te ver voor dit artikel. In de nabije toekomst wil ik hier nog eens een volledig artikel over schrijven. Vervolgens komen we bij een zestal grote koepelloodsen. Deze “loodsen” bestaan uit een metalen frame met daaroverheen een transparant plastic. Binnen bevatten ze elk een drietal “mudpounds” van ongeveer 50 kubieke meter per stuk. Wanneer hier een net doorheen gehaald wordt komen tientallen visjes van een centimeter of vijf tevoorschijn. Het is snikheet in de koepeltenten, dus met de groei van het jongbroed zit het wel goed. De biofiltratie is eenvoudig doch bijzonder. Water wordt simpelweg over een grote toren van honingraadblokken gesproeid. Alle visjes in de zes loodsen blijken van hetzelfde moederdier af te stammen. Dit moederdier is een prachtige Sushui uit hetzelfde bassin als dat waar Mobi Dick (de Chagoi) rondzwemt. Wel is voor de bevruchting van de eitjes de hom van meerdere mannetjes gebruikt. Realiseert u zich dus even, dat tienduizenden vissen die binnenkort op de Engelse markt komen, van dezelfde moeder afstammen! Tot slot komen we nog langs een “projectje” dat nog “in de maak” is. Er is nog wat ruimte op het terrein waarop men heeft besloten om nog een grote “mudpound” van 2000 kubieke meter water uit te graven! Terug in de zaak komen we de eigenaar Tony Pitham tegen die ons binnen nog een blik achter de schermen gunt. Veel te laat komen we op het showterrein aan. Het eerste wat we doen is onze stand naar buiten verplaatsen. Het is een loeihete dag en we voelen er niets voor om letterlijk de tent uit te drijven. Om beurten bemannen we de openluchtstand, waardoor er voldoende tijd over blijft om lekker rond te kijken en hier en daar een beetje te ouwehoeren. Ik loop een tijdje met Louis en Josée mee rond de vats, en leer zo enorm veel over showkenmerken waaraan wedstrijdvissen moeten voldoen. Louis is iemand die heel helder zaken weet toe te lichten en uit te leggen, zodat er voor mij een flink aantal puzzelstukjes in elkaar vallen. Hierdoor verlies ik mijn tijdsbesef volledig uit het oog en moet er door een telefoontje aan herinnerd worden dat we terugmoeten naar de boot. Guus, Jeroen en Toën hebben de boel al afgebroken en de spullen in de auto geladen als ik terugkom bij de stand. Na een emotioneel afscheid van Tony, een man die ik in dit weekend enorm ben gaan waarderen, rijden we terug naar Dover en komt ook aan dit avontuur weer een einde. Maar niet voor ik namens de Koitrekkers 2005 de SouthEast organisatie hartelijk wil bedanken voor de gastvrijheid en de vriendschap die wij een heel weekend mochten proeven. Tot volgend jaar! Joop “GinRin” van Tol.
De vijver van Mees
Een half uur vroeger dan afgesproken arriveren Davy en ik bij het huis van Mees en zijn gezin. Sinds kort heb ik een navigatiesysteem (in deftig Haags ook wel vâginàtiesysteem genoemd) en ik kan u melden, dat dit voor een aanzienlijke tijdwinst zorgt. Zeker wanneer je over een iets minder goed ontwikkeld richtingsgevoel beschikt. Goed, ik geef het toe, een abominabel slecht richtingsgevoel. Om een voorbeeld te geven; als op de vaste route naar mijn werk een weg is afgezet, en er bij wijze van spreken één straat moet worden omgereden, dan ben ik het spoor al volledig bijster. Ik ben in staat te verdwalen in mijn eigen wijk. Wat zeg ik? In mijn eigen straat! Als mensen me voor de deur van mijn eigen huis de weg vragen, dan verontschuldig ik me met de smoes dat ik er nét ben komen wonen. Door de jaren heen ben ik daarom bij afspraken onbewust een reserve aan tijd gaan inbouwen. Dit dus puur ter compensatie van de standaard benodigde zoektijd (SBZ). Lang geleden (een maandje of zo), in het pré-GPS tijdperk moest ik rekening houden met de door de ANWB routeplanner aangegeven reistijd, plus een SBZ van minimaal 15%. Ik moet er dus gewoon nog even aan wennen dat mijn reistijd aanzienlijk verkort is. Wat mij betreft dus dé uitvinding van de eeuw, die digitale, kaartlezende dame op het dashboard. Een zwoele, nimmer moe of boos wordende, vrouwenstem loodst je met engelengeduld precies tot aan de gewenste locatie, ondertussen de kaart meedraaiend met de te volgen route. Net een echte vrouw dus, met als enige verschil dat je bij dit apparaatje het geluid zachter of zelfs uit kunt zetten. In het begin vond ik het zelfs wel grappig wanneer de digilady vrij bekakt “u rijdt te snel!” riep. Mezelf verkneukelend, en mijn oude rammelbak prijzend dacht ik dan; “ja, dat weet ik!”. Wanneer dit echter elke tien seconden herhaald wordt, gaat dat je al snel de strot uithangen. Ach, een kwestie van even die optie uitzetten, of iets zachter gaan rijden natuurlijk.
Het is één van de laatste echte zomerdagen van het jaar, met een temperatuur van ruim boven de 25 graden Celsius. September is al begonnen en probeert de overwegend slechte maand juli nog enigszins te compenseren. Hoewel we misschien op slechts anderhalve kilometer van de snelweg zitten, heerst hier in de polder een oase van rust. Mees had al verteld dat hij een verjaardag had, en pas om twee uur thuis zou zijn. We staan dus voor een dichte poort. Onze aanwezigheid wordt echter opgemerkt door de buurvrouw die, zoals even later duidelijk wordt, de moeder van Mees blijkt te zijn. Mevrouw is zo gastvrij om ons een drankje aan te bieden bij haar thuis. Van haar begrijpen we dat we op het terras van het ouderlijke huis van Mees zijn beland. Toen voor Mees de tijd gekomen was om het nest te verlaten, de vleugels uit te slaan en een eigen nestje met nieuwe meesjes te bouwen, hoefde hij dus geen grote afstanden te overbruggen. Het huidige huis van Mees en zijn gezin blijkt weer het ouderlijke huis van de moeder van Mees. Snapt u het nog, of krijgt u het gevoel dat u wordt opgezadeld met een puzzel? Nou, vergeet alles maar, het komt er kort gezegd gewoon op neer, dat het plaatselijke verhuisbedrijf weinig heeft verdiend aan de Meesjes. Wanneer Mees om twee uur binnen komt vliegen, fladderen we één deur verder en betreden de tuin waar we voor gekomen zijn.
Nu ken ik Mees al een paar jaartjes als collega-moderator van Nishikigoi-Online.com (een internetforum) waarvan uit we regelmatig samenkomen met de overige moderators en administrators. Daarnaast komen we elkaar vaak tegen op diverse koishows en zijn we zelfs “infostand” collega’s. Hij op de show van zustervereniging KOI2000 en ik bij onze eigen Holland Koi Show. De schitterende, bijna sprookjesachtig aandoende tuin, is iets waar we het nog niet veel over hebben gehad. Mees is niet het type dat te koop loopt met zijn tuin, maar stelde deze gelukkig wel direct beschikbaar toen ik hem vroeg voor een artikel in ons blad. Deze bescheidenheid siert hem, maar des te verder viel mijn mond open van verbazing toen we de tuin betraden. Hier had ik echt niet op gerekend.
Hoewel de foto’s boekdelen spreken zal ik toch proberen de tuin te beschrijven. De tuin is gelegen achter een volledig met eigen handen gerenoveerde en uitgebouwde woonboerderij, voorzien van een heus rieten dak. Mees is met het verbouwen van het “eigen huis en de tuin” al 15 jaar bezig, ongeveer net zo lang als het gelijknamige televisieprogramma. Met dien verstande dat hij een soort kruising is tussen Rob de tuinman en Nico de bouwvakker. Nu bedoel ik dat natuurlijk qua kennis en kunde. Het zou een mooie boel worden als u dit letterlijk ging opvatten. Mees is dus geen nichterige man met een Amsterdams accent, die zijn handjes niet thuis kan houden. Overigens doet hij deze metamorfose op zijn eigen tempo en zonder de druk te hoog op te voeren. Dat moet denk ik ook wel, wil je het zo lang volhouden. Binnen in de woonboerderij is het niet groot, maar wel landelijk en erg smaakvol ingericht. Een stukje paradijs op aarde, dat ook nog eens grenst aan een pittoresk meertje. Dit meertje is vele decennia geleden ontstaan na een dijkdoorbraak. Hoewel het meertje prachtig is en naar zeggen schijnt te “sterven” van het leven, had Mees het water toch liever wat helderder gehad. Een sliblaag van anderhalve meter op de bodem zorgt ervoor dat het water wat troebel blijft. Inmiddels heeft Mees hierover contact met Etienne. U herinnert zich vast nog wel de man waar ik vorig jaar op bezoek was en die in staat bleek, om zijn natuurvijver van 3000 kubieke meter water helder te krijgen en nieuw leven in te blazen. De tuin is verder zo aangelegd, dat je niet alles in één oogopslag kunt overzien. Even overweeg ik het navigatiesysteem uit de auto te pakken, bang dat ik ben om te verdwalen. Telkens ontdek je nieuwe details en regelmatig komen er “verborgen” hoekjes tevoorschijn. In de tuin liggen verschillende waterpartijen met als middelpunt een koivijver van 35 kubieke meter. Een grote plantenvijver mondt hier via een watervalletje in uit. Deze plantenvijver wordt gevoed door een molensteen waar een deel van het water uit de filter rustig vanaf kabbelt. De plantenvijver bevat een flinke hoeveelheid verschillende moeras-, oever-, en waterplanten en krioelt van het leven. Hierdoor is een continue aanvoer van “lekkere hapjes” naar de koivijver verzekerd. De koi en de in de vijver aanwezige elritsen doen zich te goed aan de vliegjes, slakjes en waterinsecten die via het watervalletje worden aangevoerd.
Naast een passie voor koi heeft Mees ook een passie voor modeltreinen. Deze twee hobby’s zijn op bijzondere wijze door hem gecombineerd in de tuin. Dat Mees oog heeft voor detail blijkt wel als u de foto’s minutieus bekijkt. Het mooiste voorbeeld hiervan is wel het raam in de koivijver, dat tevens dienst doet als brug voor zijn treinbaan. Door de tuin ligt een heel traject aan rails, bruggen en tunnels. Voor de geïnteresseerden, de treinbaan is van met merk “Lehmann Groß-Bahn”, dat al 150 jaar aan de weg timmert met modeltreinen. De rails en treinen zijn een stuk groter dan degene waar u en ik in onze jeugd mee hebben gespeeld, en kunnen bovendien buiten gebruikt worden. Verreweg het mooiste project vind ik de grote boogbrug op de hoge pilaren. Deze brug is geheel gemaakt van beton. Vanwege de drassige ondergrond moesten eerst betonnen palen met een lengte van vier meter de grond in. Op deze fundering werden mallen geplaatst. Deze mallen worden voorzien van een met een lijmpistool aangebrachte structuur, waardoor het na uitharding net lijkt of de pilaren uit gemetselde stenen bestaan. De mallen worden vervolgens volgestort met beton en goed aangetrild. Na het uitharden kon de mal hergebruikt worden voor de volgende pilaar. Onder de grote boogbrug is Mees nog voornemens een waterval te bouwen die uitmondt in een klein vijvertje. Ik probeer me voor te stellen hoe dit deel van de tuin er uit ziet als dit project klaar is en de grond onder de brug is voorzien van het vijvertje en begroeiing. In de tuin is tot op heden naar schatting zeven kubieke meter beton gebruikt. In het begin “draaide” Mees dit met de hand in een metselkuip. Al snel besloot hij tot de aanschaf van een tweedehands betonmolentje. Geen slechte gedachte voor een ARBO-adviseur met twee rechterhanden, zeker niet omdat ik vermoed dat er nog wel wat kubieke metertjes beton zullen volgen. Op dit moment werkt hij aan een berg waar, hoe kan het ook anders, tunnels met rails doorheen worden gelegd. Het zou me niets verbazen als hij de tunnel Calais-Dover nog eens dunnetjes over zou doen, door onder zijn vijver door te graven. Ik krijg het idee dat het nog jaren gaat duren voor het hele project klaar is, maar ach, bouwen is voor Mees een belangrijk deel van de hobby. Hij barst nog van de ideeën, maar moet helaas tussen de projecten door ook nog een beetje werken voor de kost. Overigens moet u niet denken dat hij Madurodam of de Efteling wil nabouwen, voortdurend zoekt hij de balans tussen een natuurlijk ogende tuin en leuke accessoires.
Ondertussen gaat Davy volledig uit zijn dak, wanneer hij de controle van de treinbaan in handen krijgt. Een jongensdroom komt uit op het moment dat hij de verschillende typen treinen door de tuin mag dirigeren. Dit geeft ons de gelegenheid om de filter eens grondig door te nemen. Allereerst blijkt onder een modelvuurtoren een eiwitafschuimer actief, welke op deze manier uiterst slim is weggewerkt. Onder het rangeerterrein gaat zelfs een complete filterkelder schuil. Met een trap dalen we de ruim twee meter hoge, en ik schat dertig vierkante meter grote ruimte in. Hier komt het water via drie bottomdrains, met elk een eigen aanvoerbuis binnen in een enorme vortex. De aanvoeren kunnen elk apart door kogelkranen worden bediend. Tevens is er een rechtstreekse afvoer van de bottomdrains naar het riool mogelijk. Hierdoor kunnen de leidingen op volle kracht worden schoongespoeld. De afvoer naar het riool is deels voorzien van een transparante buis, waardoor je precies kunt zien wanneer het afvalwater helder wordt en de kraan dus dicht kan. In de vortex stond eerst een Answer. Deze werkte niet naar tevredenheid omdat teveel zweefvuil werd kapotgeslagen tegen de zeef en alsnog werd doorgelaten. De Answer is daarom een paar weken geleden vervangen door een zelfbouw Easy. De Easy zit tegenwoordig standaard op de nieuwe Nexus en is in feite een pijp met sleuven, welke statisch is gevuld met Kaldnes. Statisch wil zeggen dat de Kaldnes niet in beweging wordt gebracht (door een luchtpomp).
Het ongefilterde water wordt door de pijp met statische Kaldnes geleid, waardoor ten gevolge van oppervlaktevergroting de stroomsnelheid van het water wordt verlaagd. Hierdoor kan het vuil bezinken. Door om de paar dagen de Kaldnes flink te beluchten komt het afgevangen vuil los, en kan de inhoud van de vortex geloosd worden op het riool. Mees demonstreert dit en ik constateer dat er inderdaad een enorme hoeveelheid bagger wordt afgevangen. Dit systeem draait nu twee weken, en Mees is uiterst tevreden met de nog steeds toenemende helderheid in de vijver. Vervolgens gaat het water naar een tweede vortex. Deze vortex doet dienst als bewegend bed. Een paar honderd liter KNS Bioflow (eigenlijk een kloon van Kaldnes) wordt stevig in beweging gebracht door een luchtpomp. Vanuit deze vortex wordt het water via een groot meerkamerfilter met Japanse matten en een tweetal 55 Watt UVC’s, teruggeleid naar de vijver. Het is een gravity-gevoed systeem, waarbij de pompen dus ná de filterlijn komen. Het plan is om in de nabije toekomst de meerkamerfilter wat hoger te plaatsen, om deze vanuit het bewegende bed van water te gaan voorzien. Mees is voornemens dit te gaan doen met behulp van een airlift. Het principe van een airlift komt er eenvoudig gezegd op neer, dat met behulp van het pompen van lucht in een verticale buis, het omringende water als het ware gedwongen wordt om door de buis te stromen. Hierdoor wordt het water boven de waterspiegel getild, en naar de volgende fase in de filter geleid.
Bijkomend voordeel is dat het water ondertussen sterk belucht wordt. Hierdoor kan het beluchten van de matten in de volgende meerkamerfilter achterwege blijven. De besparing zit hem in het feit dat de pompen ná de filter kunnen verdwijnen. Vanuit de meerkamerfilter loopt het water dan door de zwaartekracht terug in de vijver. Op deze manier hoopt Mees fors op de energiekosten te gaan besparen. De filterkelder is dusdanig aangelegd, dat je gemakkelijk bij alle leidingen kunt. De leidingen zijn bovendien zeer gestructureerd aangelegd. Alle kamers van de filter en de vortexen beschikken over een eigen afvoer. Een bypass maakt het mogelijk om in de winter de UV te omzeilen (die staan dan toch uit) zodat geen onnodig weerstandsverlies optreedt en de lampen gemakkelijk vervangen kunnen worden. Het grote voordeel van de strakke aanleg is, dat het systeem na een paar minuten bestuderen goed te doorgronden is. Toch heeft Mees, perfectionistisch als hij is, een aantal zaken welke hij anders zou doen als hij het systeem opnieuw zou moeten aanleggen. Een gedachte, welke we denk ik allemaal regelmatig hebben. Geen enkel systeem is perfect, geen enkele vijver is af! In de filterkelder zit nog een bak van een paar kubieke meter die door het bedienen van enkele schuifkranen gevuld kan worden en mee kan lopen in het hele circuit. Ook deze bak beschikt over een eigen afvoer naar het riool. Een ideale mogelijkheid om bijvoorbeeld jongbroed in te laten opgroeien, de filter uit te breiden, of om als ziekenboeg te fungeren. In het laatste geval draait de bak natuurlijk niet mee in het circuit, maar kan wel eenvoudig worden gevuld met vijverwater. Een hoog gebruiksgemak dus. De vijver en de schuur (waarin het quarantainesysteem is gehuisvest), worden verwarmd door een eigen verwarmingsketel. Door motorgestuurde tweeregelkleppen en twee afzonderlijke thermostaten zijn de temperatuur van de schuur en de vijver apart te regelen.
De eerste winter werd de vijver afgedekt en op een minimum temperatuur van 17 graden Celsius gehouden. Aangezien Mees het hele jaar van de vijver wil genieten vond hij de overkapping een doorn in het oog. Nu houdt hij een ondergrens van 8 graden Celsius aan, zonder overkapping. Dit bevalt goed. Aan het einde van de zomer verlengt hij het seizoen, terwijl hij in het voorjaar de kritieke temperatuur tussen de 10 en 15 graden Celsius snel overbrugt. De koi kunnen tijdens de koudste maanden dus iets gevoerd blijven worden, en komen sterk de winter uit. Mees is van mening dat verwarmen tot boven de acht graden Celsius geen toegevoegde waarde heeft voor het vijverleven. De quarantainebak in de schuur wordt gefilterd door een tricklefilter gemaakt van plastic stapelkratten en een klein kamerfiltertje met matten. Een plaatje van een Sanke heeft hier gezelschap van enkele goudvissen en wordt “klaargestoomd” om volgend voorjaar de oversteek naar de grote vijver te maken. De in de quarantainebak tot voor kort aanwezige Asagi heeft, ondanks een net over de bak, een gaatje gevonden om doorheen te springen. Asagi staan nu eenmaal bekend als springers en Mees kan zich nog steeds voor zijn kop slaan dat hij deze vis verloren heeft. Wanneer ik echter constateer hoe goed de zaakjes hier voor elkaar zijn, houd ik het op een gevalletje domme pech.
Na de indrukwekkende ondergrondse speurtocht in het filterhuis spelen we nog wat met de treintjes en genieten van de prachtige nazomer. We kunnen het niet laten om een paar flessen bier te laten meeliften op de wagonnetjes. Na het bezoek krijg ik bijna zin om met de trein naar huis te gaan. Het feit dat ik de weg van het station naar huis niet weet, weerhoudt me van deze gedachte. Mees, bedankt voor de gastvrijheid en we zien elkaar vast binnenkort wel weer. En om met één van jouw oneliners te eindigen; “Zonder dwarsliggers spoort niemand”. Joop “GinRin” van Tol
BKKS 2006
Morgen vertrekken we naar Newark on Trent (U.K.) om daar de 30e “National” van de British Koi Keeper Society (BKKS) bij te wonen. De vier Daltons van de NVN bestaan dit jaar uit Jan, Guus, Mark en ondergetekende. Ik bel Toën nog even om te vragen wie de Friendship Award meeneemt. De Friendship Award is een prijs die door bevriende koiverenigingen bij het bezoek aan een show, aan een bijzondere vis wordt uitgereikt. Toën krijgt alleen een hartgrondig, vierletterig F-woord uit zijn mond (ja, ook hij spreekt een aardig woordje Engels). Vergeten! Ach, ik zal u vertellen, dat was de reden dat ik belde, door de wol geverfd leer je, je pappenheimers kennen. Onze voorzitter maakt, evenals andere bestuursleden, ter voorbereiding op de Holland Koi Show dagen van meer dan 24 uur. Aangezien ik redelijk in de buurt van Hans “Bekâh” van Domburg woon, voel ik de bui al hangen. Er ligt die avond (weer) een ritje beker ophalen in het verschiet. Maar dat blijkt mee te vallen, die dag ziet Hans Jeroen nog, en Jeroen werkt min of meer op de route van mijn huis naar vliegveld Eindhoven. We spreken af dat ik de prijs de volgende dag bij hem oppik. Nadat ik Guus heb gebeld en hij mij verzekert dat een uurtje van tevoren aanwezig zijn op de luchthaven Eindhoven méér dan voldoende is, rijd ik de volgende dag ruim op tijd weg van mijn werk, met het idee om tijdens de prijzenpitstop nog even een bakkie te doen bij Jeroen. Nauwelijks onderweg belt Guus met de vraag waar ik zit, we moeten immers twee uur van tevoren aanwezig zijn! “Is goed Guus”, antwoord ik en bel onverstoorbaar Jeroen. “Kun je naar de parkeerplaats van je werk komen? Smijt tijdens het langsrijden de prijs maar door het autoraam naar binnen!”. Ik blijk ineens haast te hebben. Net op tijd (achteraf blijkt dat dan natuurlijk ruimschoots op tijd te zijn) kom ik op de luchthaven aan.
Vanaf het Engelse vliegveld is het nog drie uurtjes in de huurauto (Mark rijdt wel, maar kan niet met links schakelen, dus dat doet Guus). Als we bij het hotel aankomen, worden we hartelijk ontvangen door Bernie Woollands, huisvriend van de NVN. Bernie heeft in drie jaar tijd in maar liefst in 22 shows meegelopen als jurylid in opleiding (Trainee-Judge)! Dit jaar mag hij voor het eerst als echt jurylid aan de bak. Namens de NVN feliciteren we hem van harte met deze niet geringe prestatie. Het eerste dat Bernie doet als we het hotel binnenlopen, is me de pin van de komende “South East” show overhandigen. Mijn zoon Davy heeft de pinontwerpwedstrijd, die voor deze show was uitgeschreven, gewonnen! U begrijpt dat ik enorm trots op hem ben. Al twee keer eerder heeft Bernie de pin via de post verstuurd, maar ik ben bang dat onze postbode een verwoede verzamelaar is, want ze zijn nooit aangekomen. Het hotel is geheel afgevuld met koigekken, veelal een weerzien van “oude” bekenden. Het is die avond aangenaam vertoeven aan de bar.
De volgende ochtend, na een typisch Engels ontbijt (jak), vertrekken we vroeg naar het showterrein. Naast de leden van de organisatie loopt er nog slechts een handjevol mensen rond. We besluiten eerst een rondje langs de wedstrijdvats te maken. Net als vorig jaar worden we verrast door de enorm hoge kwaliteit van de wedstrijdvissen. Likkebaardend, bijna kwijlend bewonderen we al het schoons dat hier rondzwemt. Er zijn een flink aantal zeer grote vissen (size 7+) uit onder andere de Go-Sanke groep (Kohaku, Sanke, Showa) aanwezig. We kunnen ons voorstellen dat de jury een harde dobber krijgt om hieruit de Grand Champion te moeten kiezen. De jury bestaat dit jaar uit Lloyd Bartley, Keiron Burns, Carol McCall, Tony Sheffield, Bill Johnson, Gary Prichard, Kate McGill, Heather Payne, Walter Reed, Garry Hillier, Doug Raby, Louis van Reusel en “onze” Bernie Woollands. Overbodig hieraan toe te voegen is dat de laatste twee al jaren zeer gewaardeerde NVN leden zijn.Het benchen gebeurt normaliter door de juryleden in opleiding, aangevuld met juryleden die dit jaar niet jureren (Alan Coogan, Bell Ennis, Dave Pope en Wayne Eady). Wayne Eady is dit jaar de Show voorzitter (Show Chairman). Mijn persoonlijk favoriete vis van vorig jaar geeft wederom acte de présence. Dit betreft een Goshiki van een dikke 80 cm. Eigenaar is Bill Oakley. De vis was vorig jaar al adembenemend, maar heeft dit jaar een nóg betere body. Wanneer je deze elegante vis éénmaal live hebt zien zwemmen, zul je haar niet snel meer vergeten.
Aangezien we aan deze vis vorig jaar al de Friendship Award hebben toegewezen, valt deze keer de beurt aan een schitterende Tancho Showa van Paul Williams, size 5 en gekweekt door Nogami. De Tancho vlek is perfect, het wit sneeuwwit en ook het zwart is adembenemend. Achteraf wordt deze vis tweede in de “best of variety”. Toevallig ontmoeten we Graham Baily, de man die eerste wordt in deze variëteit. Deze man geeft heel sportief toe dat hij “onze” Tancho beter vindt. Eigenaar Paul toont foto’s van “onze” Tancho Showa, zoals hij haar vier jaar geleden heeft gekocht. Ongelooflijk hoe een vis zich kan ontwikkelen. De Tancho vlek was al perfect van vorm, maar redelijk faal, de huidkwaliteit was goed, maar er was nog nauwelijks Sumi (zwart) doorgekomen. Een enorm verschil met de huidige staat van deze vis. De reden dat deze vis geen eerste is geworden, komt doordat ze een gedeformeerde bek heeft. Normaliter is dat voldoende reden genoeg om een vis geheel uit te sluiten van welke prijs dan ook, maar door de adembenemende kwaliteit heeft zelfs de jury hier een oogje dichtgeknepen. Eigenaar Paul Williams won overigens de Grand Champion titel van de North East Show 2005 met een Kohaku, en dat, terwijl de man pas zes jaar met koi bezig is.
Van Bernie horen we dat Tony Price ondertussen gesignaleerd is op het terrein. Tony is ZNA Judge, maar bovenal een fantastische persoonlijkheid. Hij heeft een dosis humor waar je eng van wordt. Ondanks het feit dat hij wegens een zware hersenbloeding enkele jaren terug, wat langzamer is geworden in zijn doen en praten, zul je welke discussie dan ook, nooit van hem kunnen winnen. Ik laat me altijd graag “beledigen” door deze sympathieke man. We maken van de gelegenheid gebruik om met Tony een rondje langs de vats te maken, een betere leermeester kun je natuurlijk niet wensen. Wanneer ik hem vraag of hij mijn favoriet, de grote Goshiki, een kans geeft om Grand Champion te worden antwoord hij als volgt; “Als die vis Grand Champion wordt, laat ik me ter plaatse op het showterrein begraven”. De verklaring volgt direct daarna. Een vis uit de Go Sanke groep van dezelfde grootte kwalitatief op niveau houden is veel moeilijker. Er zijn véél meer regels met betrekking tot het patroon en ook de huidkwaliteit steekt veel nauwer. Eén shimmy (zwart vlekje) op een Kohaku en de vis is vrijwel kansloos. Bij Goshiki zijn nauwelijks regels, een beetje zwart erbij of eraf doet niet ter zake. Daarnaast is er geen voorop vastgesteld patroon. Deze verklaring, uitsluitend geredeneerd vanuit de showoptiek kan ik billijken, waardoor ik er vrede mee heb dat niet de Goshiki maar een Kohaku met de hoogste eer strijkt. En wat voor een Kohaku! Eigenaar John Hellens mag terecht trots zijn op dit schitterende achtjarige dier. Ook de Mature Champion Titel mag John op zijn naam schrijven met een prachtige Sanke. Cliff Neale wint met een 89 centimeter grote Kohaku de Jumbo Champion titel. “Mijn” Goshiki toucheert nog wel even de “Klan Award” en wordt derde in “Best in size 7”. Meer informatie, evenals de volledige lijst met prijswinnaars is te vinden op http://www.bkks.org.uk/Die avond is er de bekende “Dinner & Dance”. Totaal onvergelijkbaar met wat we tijdens de feestavond op de Holland Koi Show gewend zijn. Daar waar bij ons alle remmen los gaan, is hier sprake van een behoorlijk formele gang van zaken, inclusief tafelschikking en jasje/dasje. De organisatie doet altijd haar uiterste best om mensen, van wie zij denken dat ze het goed met elkaar kunnen vinden, aan één tafel te zetten. In ons geval is dat weer uitstekend gelukt. Jammer dat de muziek pas begint, als de bussen naar het hotel al weer voorrijden. Na een afzakkertje in het hotel vertrekken we moe maar voldaan naar de hotelkamers.
De tijd die ons zondag resteert, gebruiken we vooral om te netwerken. We ontmoeten een aantal interessante mensen, die mogelijk wat kunnen betekenen op het gebied van samenwerking en kennisuitwisseling. Daarnaast spreken we een aantal standhouders aan met artikelen, waarvan wij denken dat ze toegevoegde waarde hebben op de show in Arcen. Hierna is het de hoogste tijd om terug te rijden naar het vliegveld. Die middag moet, helaas voor de organisatie, Engeland voetballen, dus het terrein begint al langzaam leeg te stromen. Het vliegtuig is een verhaal apart. Hoewel het een Engelse maatschappij betreft, vermoed ik dat het de tegenhanger is van de Turkse prijsvechter Odeur, eh Onur Air. Nauwelijks beenruimte. Mark moet in gynaecologenhouding (benen in de nek) de overtocht maken. Door het gangpad kun je jezelf alleen zijdelings heenwurmen, waardoor de cursus linedancing van Guus en Jan toch nog tot zijn recht komt. Tijdens de vlucht worden we op een irritante manier benaderd om allerlei prularia te kopen, waardoor ik het idee niet kan onderdrukken om de vergelijking te maken met die gratis “Tel Sell” bustochtjes met als doel je zoveel mogelijk geld uit je zak te kloppen. De combinatie van de rijdende marktkraam door het te smalle gangpad en de door marktkooplui vervangen stewardessen, brengt me op het idee het vliegtuig (ik begrijp ineens het woordje tuig in vliegtuig) te kapen, eh kopen (kan toch niet meer kosten dan een paar tientjes?) en daar in het vervolg onze veilingen in te organiseren. Het smalle gangpad kan uitstekend dienst doen als veilinggoot, de stoeltjes doen dienst als de “tribune” er omheen en de intercom als geluidsinstallatie voor de veilingmeester. Maar ach, laat ik u verder niet lastigvallen met dit “herenleed”, binnen een uurtje ben je het kanaal over. Nét op tijd ben ik thuis om de “legendarische” WK wedstrijd Nederland-Portugal te zien. Had ik me achteraf maar niet zo gehaast. Joop “GinRin” van Tol
BKKS 2005 Hans “Bekâh” van Domburg is al vele jaren verantwoordelijk voor de prijzen op de Holland Koi Show (HKS) te Arcen. Bekâh betekent vrij vertaald uit het Haags overigens gewoon beker. Dit jaar gaat hij voor de tiende keer de show opsieren met zijn trofeeën. Redelijk uniek is, dat de namen van de winnaars van de Holland Koi Show ter plekke op de bekers worden gegraveerd. Dit betekent dat Hans, nadat de jury klaar is met het beoordelen van al het moois, als een debiel de graveermachine moet hanteren om de bekers vóór de prijsuitreiking klaar te hebben. Als je hem gek wilt krijgen, of eigenlijk nóg gekker wilt maken, dan moet je op dat moment aan zijn hoofd gaan zeuren. Dikke stress dus om alles ieder jaar weer op tijd af te krijgen. Daarnaast laat Hans ook ieder jaar de koipin en diverse andere gadgets voor de NVN stand fabriceren. Gebleken is, dat hij een neus heeft voor dingen die aanslaan onder koihobbyisten. Ik leerde Hans kennen op de 12e Holland Koi Show, waar hij met zijn machinepark in een tent op het binnenterrein was gestationeerd. Het wederzijdse Haagse accent schepte natuurlijk direct een band. Blij verrast was ik toen Hans me vroeg om mee te gaan naar de show van de British Koi Keepers Society (BKKS) in Newark-on-Trant (UK). Jack, zijn vaste reismaat, kon geen vrij krijgen. Erg jammer Jack, bedank je baas nog even namens mij. In de week voor de show ben ik nog even met mijn zoon op bezoek geweest op de zaak, om het productieproces met eigen ogen te aanschouwen. Best indrukwekkend, vooral voor mijn zoon die het gevoel had dat hij in het walhalla was beland, met al die mooie trofeeën. Anders dan bij de HKS is op de BKKS natuurlijk geen gelegenheid om de prijswinnaars op de bekers te graveren. De opdruk blijft, naast de datum en naam van de show beperkt tot de variëteit, en de 1e, 2e, of 3e prijs. De plaatjes voor op de bekers worden door machines met behulp van laser van deze teksten voorzien. Hans is enorm trots dat hij de 30e BKKS show van prijzen mag voorzien. Hij ziet het toch als een soort kroon op zijn werk. Mogelijk opent dit perspectieven voor andere internationale shows. De show van de BKKS in Newark werd gehouden op 25 en 26 juni 2005.
Vrijdagochtend 24 juni gaat om 5:00 uur mijn wekker. Om 6:15 uur vertrekken we na een snelle kop koffie bij de vijver (in de volksmond “sloot” genoemd) van Hans met een bus vol bekers naar Hoek van Holland, om daar op de boot te stappen naar Harwich.Met een gangetje van 75 kilometer per uur blazen we letterlijk de Noordzee over. Een kleine vier uur later zetten we voet op Britse bodem. Mijn betrouwbare gezicht compenseert dat van Hans, en zorgt ervoor dat we probleemloos door de douane glippen. Het is even wennen dat we aan de linkerkant moeten rijden, vooral de roundabounds (rotondes) zorgen soms voor enkele spannende manoeuvres. De autorit van Harwich naar Newark neemt nog bijna vier uur in beslag. Normaal zullen de 160 mijl wel iets sneller afgelegd kunnen worden, maar onderweg lopen we wat vertraging op door hevige regenval en enkele files. Op mijn vraag wat mijn taak zal zijn krijg ik als antwoord “Nâh Jopie, we plêuren dah een zoogtje bekâhs uit de bus en plèiten um naar de digsbìjzìjnde krôegh”. Dat het heel anders zou lopen bleek al snel.
Na wat omzwervingen in Newark komen we aan op het evenemententerrein. De Chairman van de BKKS is zeer nieuwsgierig naar de trofeeën, dus maken we snel een doos open. De man is helemaal lyrisch over de prijzen en Hans glimt van trots. Ook ik wordt gefeliciteerd met al dat moois, terwijl mijn bijdrage tot dan toe nihil is. Met plaatsvervangende trots neem ik de complimenten in ontvangst. Vanaf dat moment staan we bekend als “The Trofee Makers”. Vele bobo’s komen als vliegen op de stront af en de “oohhs” en “ahhhs” vliegen ons om de oren. Op dat moment begint één of andere wijsneus te smoezen met de Chairman. We voelen nattigheid en vragen wat het probleem is. Na een poosje komt het hoge woord eruit. In het graveerwerk blijkt een spelfout te staan! De tekst van een willekeurig plaatje op een trofee is als volgt:
BKKS 30th Anniversary show.
25th & 26th June 2005 Newark
2nd price, Kohaku size 6Nu blijkt dat price eigenlijk prize moet zijn. Price is iets wat je in de winkel betaald, prize is iets dat je wint. Dikke stress! Hans spurt naar de auto en haalt het orderformulier tevoorschijn. De tekst op het orderformulier blijkt, tot onze grote opluchting, ook te spreken van “price”. Toch vinden de organisatoren deze fout “onacceptable”. Eigenlijk kunnen we ons daar wel in vinden. Zulke mooie bekers en dan een spelfout. Het is voor Hans toch een soort prestigeproject. Maar wat nu? Hans klimt in de telefoon en belt zijn zaak op. Gelukkig zijn de medewerkers in de gelegenheid om een nieuwe productie te draaien. Dat betekent wel dat ze vrijdagavond en nacht door moeten werken. Probleem één opgelost. Hoe krijgen we de nieuwe plaatjes nu op tijd in Newark? Er blijkt op korte termijn geen vliegtuigstoel meer te krijgen. Onze hoop op het meebrengen van de plaatjes door de NVN delegatie wordt in de grond geslagen. De mannen zijn al onderweg naar het vliegveld. Uiteindelijk vinden we een koerier bereid om zaterdagmiddag de boot van Hoek van Holland naar Harwich te nemen.
De rest van de vrijdagmiddag en een deel van de avond zijn we bezig om 300 trofeeën uit te pakken en van oude plaatjes te ontdoen. Echt zonde van die prachtig gegraveerde gouden, zilveren en bronzen meesterwerkjes. Dat het verwijderen van de oude plaatjes met enig beleid moet, ter voorkoming van krassen op de bekers, mag duidelijk zijn. Onze nagels krijgen het zwaar voor de kiezen. “Hans, je haalt het bloed onder mijn nagels vandaan”, meestal spreekwoordelijk, maar in dit geval letterlijk te nemen. Nu moet ik zeggen dat de hulp van de Engelse vrijwilligers echt subliem is. Wat een fantastische, hulpvaardige en gemotiveerde mensen zijn dat! We doen heel wat leuke contacten op. Naarmate de dag vordert neemt de bedrijvigheid op het terrein toe. Dealers beginnen met de inrichting van hun stand en Peter Waddington arriveert om op enkele meters bij ons vandaan zijn promotiestand van in te richten. Een prima gelegenheid om even een gesigneerd exemplaar van zijn boek te scoren. Ondertussen komen er vele vissen binnen die geplaatst worden in een zestigtal vats. Tegen een uur of negen taaien we af naar het hotel om ons even op te frissen. We hebben met Jasper Kuijper van Evolution Aqua (EA) afgesproken om te gaan eten in de naastgelegen pub annex restaurant. Volle bak en berengezellig. Pas om een uur of half twaalf is er een tafel vrij, de tussenliggende tijd besteden we uiterst nuttig met het wegwerken van de nodige pints. Dat valt niet mee als het ontbijt aan boord het laatste is wat je die dag gegeten hebt. We voeren interessante discussies over water met de mensen van EA. Bier drinken en over water praten, koninklijk bijna, gezien de twee hobby’s van onze kroonprins. De Engelsen blijken qua gekkigheid niet voor ons onder te doen, waardoor het aan tafel een dolle boel wordt. De details zal ik u besparen, meer dan dat het schaamrood soms op de kaken van het bedienende personeel (en die zijn echt wel wat gewend) stond, wil ik er niet over kwijt.
Nadat ik de volgende ochtend Hans heb gereanimeerd en we van een heerlijk Engels ontbijt hebben genoten, vertrekken we naar het showterrein. We kunnen deze zaterdag volop van de show genieten. Het is prachtig weer en hebben afgesproken met de vier Daltons van de NVN (Toën, Mark, Jeroen en Jan). Gezamenlijk maken we een rondje langs te vats. Ik verbaas me over de enorme kwaliteit en afmeting van de showvissen. Kwijl!! Ik moet toegeven dat de kwaliteit over het algemeen hoger ligt dan bij de shows hier in Nederland. Duidelijk is dat de Engelsen de pioniers van het naar Europa halen van de hobby zijn. Maar wat de precieze reden is waardoor de kwaliteit hoger ligt weet ik niet. Qua kennis en ontwikkeling heb ik het idee dat we echt niet voor de Engelsen onderdoen. Blijkbaar zijn de Engelsen gewoon bereid meer te betalen voor koi van hoge kwaliteit. Op elk ander gebied is deze show veel kleinschaliger dan onze eigen Holland Koi Show. Daar waar wij het afgelopen jaar 23.000 bezoekers trokken, hoopt men hier de 4.000 bezoekers te gaan halen. Ook het aantal stands is een factor tien lager in aantal dan in Arcen. Overigens maakte dit de show er niet minder leuk om. Het voordeel is, dat je genoeg tijd overhoudt om met allerlei mensen uit de hobby te praten en een beetje te netwerken. We drinken wat met Toni Price en babbelen wat met Bernie Woollands. We maken kennis met twee Amerikanen van de show uit San Diego die mega-enthousiast zijn over de trofeeën.
De Grand Champion blijkt daar te worden “afgeserveerd” met een tegeltje. Door een beetje op ze in te praten heb ik stiekem een beetje hoop dat Hans volgend jaar de grote oversteek mag maken. Denk je dan nog eens aan je vriend Joop Hans? ’s Avonds zijn we uitgenodigd voor de feestavond. Niet te vergelijken met de feestavond van de NVN. Er is echt nagedacht over de tafelschikking en het gaat er behoorlijk formeel (stiff) aan toe. Toch is het een leuke avond, althans als je het praten over de hobby prefereert boven het als een losgeslagen malloot op de tafel dansen. Om een uur of tien bereikt ons het bericht dat de gegraveerde plaatjes op het showterrein zijn aangekomen. Ik zie toch wel een last van Hans zijn schouders afglijden. Het bleek nog nipt aan te zijn. De boot zou om half zeven aankomen. De koerier moest met dezelfde boot terug, waardoor hij slechts een klein uur had om door de douane te komen, de spullen over te dragen, en weer als de wiedeweerga op de boot te komen. Ondertussen is één van de organisatoren van de show drie uur heen en drie uur terug gereden om het pakket in ontvangst te nemen. Natuurlijk heeft de boot vertraging en wordt de in- en uitcheck tijd beperkt tot twintig minuten. Telefonisch houden de organisator van de show en de koerier contact waardoor de transactie uiteindelijk succesvol is en de koerier nét op tijd weer op de boot terug zit. Om half elf worden we “gered” door de Daltons die ons op komen halen om het Engelse nachtleven in te duiken. Toën bestuurt de huurwagen en Jeroen schakelt. Blijkbaar is het met links schakelen een vak apart. Na het bezoek aan de nodige pubs gaat ons lampje uit.
Zondag brengen we de ochtend en een deel van de middag door met het aanbrengen van de nieuwe plaatjes op de bekers. Gelukkig worden we bijgestaan door onze vrienden van de NVN. De “Trofeestand” wordt ingericht en de bekers uitgestald. Dat levert een mooi plaatje op. Een uur vóór de prijsuitreiking zijn we klaar. Het was pezen, maar we hebben het gered. Bovendien hebben we een mooi visitekaartje achtergelaten. De prijsuitreiking halen we zelf helaas niet meer, maar Jasper heeft beloofd om het te filmen, zodat we met enige vertraging zelf kunnen zien of de trofeeën in goede aarde vallen. De terugreis naar Harwich gaat een stuk voorspoediger dan de heenreis naar Newark. De roundabounds worden inmiddels met het grootste gemak genomen. Rond middernacht is het avontuur voorbij en zijn we terug in Nederland.Joop “GinRin” van Tol
Bezoek Oceanium
Op zondag 6 juni was het zover. Maanden tevoren hadden we ons al opgegeven voor de rondleiding in het Oceanium van diergaarde Blijdorp te Rotterdam. Eindelijk mochten we deelgenoot worden van de mysterieuze geheimen achter de schermen. We zouden tot het selecte groepje gaan behoren, dat het kloppende hart van deze kleine binnenzee van nabij mocht aanschouwen. Het gaf me een beetje het gevoel dat ik lid was geworden van “de bende van de zwarte hand” van Pietje Bel. Pietje Bel zelf (Jeroen Dregmans), regelateur van het hele gebeuren, stond ons op het ontmoetingspunt al op te wachten. De animo voor dit uitje was zo groot, dat er zelfs een reservelijst moest worden opgesteld.
Langzaam druppelden ook de rest van de NVN-ers binnen. Veelal een weerzien van oude bekenden. Ondanks de hoosbuien was bijna iedereen op komen dagen. Toën en ondergetekende nog half slapend na een nachtje stappen in Limboland. Drie uur slaap, gevolgd door een bijna drie uur durende autorit bleek toch wat te veel van het goede. Het water kwam ondertussen met bakken uit de hemel en creëerde kleine beekjes. Een enkeling kon zich niet aan de indruk onttrekken dat het zooitje lek geslagen was. Nadat de drie gidsen elk een man of 15 onder hun hoede hadden genomen mochten we naar binnen. Nadeel van het slechte weer was, dat de “gewone” dierentuinbezoekers massaal hun toevlucht zochten in het Oceanium. Dit maakte het, dat de gids moeilijk te verstaan was in het gedeelte waar de reguliere bezoekers ook mogen komen. Nu ben ik zelf al vele malen in het Oceanium geweest en had dus voornamelijk interesse in de logistiek er omheen. Voor de “first timers” was dit echter jammer. Gelukkig bleken deze ’s middags een nieuwe kans te hebben toen het weer was opgeklaard. Eindelijk passeerden we de bordjes “verboden toegang” en “niet voor publiek”. De rondleiding achter de schermen begon bij de kleinere aquaria. Klein betekent in Oceaniumland al gauw enkele tienduizenden liters. Drie zeebaarzen werden gehouden in een bak met een inhoud waar menig koikeeper jaloers op zou worden.
Vervolgens kwamen we in een laboratoriumachtige omgeving waar men probeert anemonen en koraal te kweken. Bij het kweken en laten grootgroeien hiervan spelen twee problemen. Ten eerste is daar het probleem van de bevruchting. Het scheppen van een romantische omgeving blijkt onvoldoende om het spul voor nageslacht te laten zorgen. In zee blijken ze éénmaal per jaar massaal hun zaadjes en eitjes te lozen in het water. Dit moment wordt bepaald door een complex samenspel van de temperatuur van het water, het dag- en nachtritme en de stand van maan. Ergens is september is het dan bal en verandert de oceaan plaatselijk in een vruchtbare soep. Het nabootsen van dit proces in een laboratorium blijkt zeer moeilijk. Tweede probleem is het licht. Het is vrijwel onmogelijk om in een diepe bak de intensiteit van zonlicht te evenaren. Helaas moet in de diepe bakken daarom naar uiterst slecht nagemaakte kunsttroep worden teruggegrepen. De plastic zeekelp was het aanschouwen nog wel waard, maar de nepkoralen en nepanemonen deden me denken aan mislukte kleiprojecten van de plaatselijke kleuterschool. Het is te hopen dat het kweken op korte termijn succesvoller wordt. In het laboratorium werden ook zeepaardjes gekweekt, met als bijzonderheid dat hier de mannetjes met het broedsel in de buidel rondsjouwen. Leuk, leuk, leuk, maar ik wilde de filterinstallatie zien. Eindelijk werd ons geduld beloond en werden we binnengeleid in het filterkamertje. Ik was op slag klaarwakker! Voor ons ontwaarde zich een fabriekshal ter grootte van een half voetbalveld! Compleet volgestouwd met enorme filterinstallaties, pompen, buizen, kranen, metertjes en elektriciteitskasten. De diameter van de buizen en de grootte van de kogelkranen welke waren aangesloten op metershoge filtercompartimenten waren werkelijk indrukwekkend.
Ivar Schimmel, u wel bekend van de serie technische artikelen, keek met een uiterst kritische blik naar het leidingwerk. Werden er wel mooie getrokken bochten gebruikt? Was de weerstand niet te hoog? Voldeden de pompen aan het beoogde doel? Eén ding was duidelijk, hier werd niet gekeken naar een paar watt stroomverbruik meer of minder. Het verbruik op de pompen werd aangeven in kilowatts, om u een indruk te geven. Tevens werd overal gebruik gemaakt van krachtstroom. Wat me het meeste opviel was de wijze van filtratie. Zelf had ik het idee dat er vooral biologische gefilterd zou worden. Onder biologische filtratie bedoel ik de manier waarop wij in de koihobby onze schadelijke stoffen (ammonia en nitriet) door middel van nitrificerende bacteriën laten omzetten naar het relatief onschuldige nitraat. Ik verwachtte dus grote biologische filterbakken met enorm veel aanhechtingsmateriaal voor deze bacteriën. Niets bleek echter minder waar! Tot mijn verbazing was er slechts relatief kleinschalig sprake van biologische filtratie. Even dacht ik dat er dan misschien heel veel ververst zou worden. Ook dat bleek niet het geval. Van de ruim zeven miljoen liter water wordt wekelijks maar ongeveer honderdduizend liter ververst. Dat is dus minder dan anderhalf procent, terwijl wij toch vaak aan tien procent per week komen. Om het te allemaal te begrijpen moet je eigenlijk het vergelijk met de koihobby even loslaten. Natuurlijk zijn er wel veel parallellen te vinden. Het water in het Oceanium wordt vooral gezuiverd door ozon, eiwitafschuimers, UV en zandfilters. De eiwitafschuimers voorkomen dat de eiwitten in het water afgebroken worden tot ammonia door ze vroegtijdig uit het systeem te verwijderen. De zandfilters zuiveren het water van de kleinte zweefvuildeeltjes zodat ook deze niet in oplossing gaat waardoor de ammoniabelasting toe zou nemen. De rest van de ammonia wordt door biologische filtratie in nitriet omgezet. Onderschat hier ook het enorme aanhechtingsoppervlak van het bassin zelf niet. Het ozon oxideert voornamelijk het nitriet tot nitraat. De UV straling is voornamelijk bedoeld om de bacteriedruk binnen de perken te houden. De bestraling van het water door UV licht werkt op een ingenieuze manier. In meerdere afgesloten kasten hangen een batterij UV lampen. Door glasvezelkabels wordt het licht getransporteerd naar een buis waar het water doorheen stroomt. Op deze manier kan een enorm geconcentreerde bundel UV stralen alles wat aan gespuis voorbijkomt afdoden zonder dat hier weerstandsverliezen optreden door nauwe kwartsbuizen.
Zeewater heeft twee grote voordelen ten opzichte van zoetwater. Eigenlijk drie, maar daar kom ik straks op. Ten eerste werken eiwitafschuimers stukken beter door de hoge zoutconcentratie. Ten tweede hebben zoutwatervissen een veel hogere nitriettolerantie. Hiermee bedoel ik dat in zeewater nitriet veel minder giftig is voor de vissen dan in zoetwater. De nadelen van zeewater zijn dat ammoniak giftiger is dan in zoetwater en dat kwalitatief hoogwaardig zeewater maken uit zoetwater zeer moeilijk is. De nitraten die uiteindelijk overblijven worden door de geringe verversing op een acceptabel peil gehouden. Deze geringe verversingen zijn ook weer verklaarbaar vanwege het feit dat de bezetting van de zeeaquaria veel lager ligt dan die in de gemiddelde koivijver. Dit verversen is overigens een verhaal apart. Vers zeewater wordt in ballasttanks via een schip aangevoerd. Schepen die vanuit de Verenigde Staten de Atlantische oceaan oversteken zijn namelijk verplicht om halverwege de ballasttanks leeg te laten lopen en opnieuw te vullen. Dit is om faunavervalsing tegen te gaan. Men wil voorkomen dat door de inname van zeewater aan de ene kant van de oceaan planten en diersoorten worden geïntroduceerd aan de andere kant. Bijkomend voordeel is dat ver buiten de bewoonde wereld ingenomen ballastwater weinig verontreiniging kent.
Het Oceanium houdt voor verversingsdoeleinden een buffer van ongeveer zevenhonderdduizend liter water aan. Na de indrukwekkende tocht langs de filterinstallaties mogen we een kijkje nemen boven het grootste bassin. Wanneer je in de “glazen” tunnel door het bassin wandelt, realiseer je je niet hoe groot het bassin in werkelijkheid is. Dat wordt pas van bovenaf duidelijk. Vergelijk het met een flink zwembad, maar dan zes meter diep! Wanneer je ervan uitgaat dat de tunnel ongeveer drie meter hoog is dan blijkt dus, dat hier een waterkolom van nog eens drie meter op rust. Vanaf beneden lijkt het of er hooguit nog een meter water boven de tunnel zit. U kunt zich voorstellen dat het glas meerdere centimeters dik, en zwaar bewapend is. Op een soort steiger staan we boven het bassin, terwijl de barracuda’s, haaien en zeeschildpadden vlak onder ons doorzwemmen. Eén zeeschildpad wordt apart gehouden. Bij zijn introductie werd het dier “lastiggevallen” door soortgenoten. Zo vlakbij wordt pas duidelijk hoe monsterlijk groot dit dier eigenlijk is. Het voeren van de haaien is iets waar het Oceaniumpersoneel door schade en schande wijs in is geworden. In het begin werden de haaien en andere bewoners van het grote bassin op één plek gevoerd. Deze voedselorgie veroorzaakte veel beschadigingen aan de dieren in het bassin. In de hitte van de strijd werd een soortgenoot nog wel eens aangezien voor een moot vis. Nu worden de haaien soort bij soort op vier verschillende plaatsen gevoerd. Dit gebeurt door ze te trainen om op hun eigen voerplek een ring aan te tikken waarna ze beloond worden met een stuk vis.
De gids vertelt dat het bassin gemaakt is van gewapend beton. Bij het vullen werden een dertigtal lekken ontdekt. Dit leidde tot enige paniek bij het Oceanium personeel. De ontwerper bleek echter uiterst tevreden met “maar” dertig lekkages. Wat de man allang wist was, dat de lekkages na een aantal dagen vanzelf zouden stoppen. Wéér een voordeel van zeewater. Door kristallisatie van het opgeloste zout werden de poriën gedicht en de lekkage gestopt. Na bijna drie uur kwam de rondleiding tot een einde. Nooit zullen we meer als “gewone” bezoeker door de tunnel heen kunnen lopen, zonder ons de enorme fabriekshal voor de geest te halen, alwaar filterinstallaties de ruim zeven miljoen liter water tot een chique leefmilieu voor een stel haaien transformeren. Hulde aan de gidsen die als vrijwilligers deze rondleidingen mogelijk maken.Het weer was ondertussen lekker opgeklaard en er was nog voldoende tijd over om de rest van de dierentuin te verkennen. Voor degene die het gemist hebben, een aanrader voor de volgende keer. Joop “GinRin” van Tol
De vijver van Etienne
Teringgg, Teringgg! Om 7:00 uur gaat deze zaterdagochtend mijn Haagse wekker af. Slaapdronken strompel ik naar de douche en vraag me af waar dat diepgewortelde koifanatisme toch vandaan komt. Vandaag staat namelijk een rit van een kleine 250 kilometer op het programma. Ik ga samen met twee vrienden op bezoek bij de vijver van Etienne Goderis. Etienne is een rasechte Vlaming die ik heb leren kennen via het Nishikigoi-Online forum op internet. Ik raakte daar diep onder de indruk van een fotoreportage over zijn natuurvijvertje, en kreeg direct de onweerstaanbare drang om dit plasje water live te willen aanschouwen. Bovendien was ik zeer nieuwsgierig naar het verhaal achter deze man en zijn vijver. Een afspraak voor een bezoek was snel gemaakt. Althans, nadat ik de “goede” Etienne te pakken had. Er bleken namelijk twee Etienne’s actief op het forum, waardoor ik in eerste instantie de “verkeerde” persoon had benaderd. Gelukkig kon deze smakelijk lachten om het misverstand wat later aan het licht kwam.
Het duo T&T (Toën en Theo), normaliter verantwoordelijk voor de bezoeken aan hobbyisten en dealers, is helaas verhinderd om mee te gaan, waardoor ik er alleen op uitgestuurd wordt. Omdat alleen maar alleen is vraag ik twee vrienden of ze zin hebben om mee te gaan. Eén blik op de foto’s is voldoende om Rob en Laurens te overtuigen dit koi-avontuur aan te gaan. Als een stel kleuters op schoolreisje vertrekken we rond 9:00 richting het zuiden. Na een rit van twee-en-een-half uur betreden we de compleet andere wereld van het Vlaamse landschap.
Verbaasd kijken wij stadsmensen naar de ruimte die hier nog voor het “oprapen” ligt. Zo blijken de huizen hier helemaal los van elkaar te staan! En wij maar denken dat je huizen alleen opgestapeld of aan elkaar kunt bouwen. De huizen liggen enkele honderden meters van elkaar af en ik vraag me af of het woord burengerucht überhaupt voorkomt in het Vlaamse vocabulaire. Precies op de afgesproken tijd, mede dankzij de goede routebeschrijving die ik doorgemaild kreeg, bellen we aan bij de poort waarna het toegangshek openzwaait. Na een hartelijke ontvangst van Etienne bekijken we eerst even snel het huis. Prachtig hoor, daar niet van, maar als door een magneet worden we aangetrokken door de aanblik van de vijver die vanuit een schitterende serre naar ons lonkt. Etienne heeft direct in de gaten dat het weinig zin heeft om even rustig te gaan zitten en stelt voor eerst een rondje om de vijver te maken alvorens we een bakkie koffie gaan drinken. Hij heeft het nog niet gezegd of we staan al bij de deur te trappelen.
Nu noemde ik de vijver gekscherend “plasje water”, maar in werkelijkheid is dit de grootste privé vijver die ik ooit “live” heb mogen aanschouwen. Ettienne schat de gemiddelde vijverinhoud op drie miljoen liter water! We worden gek, 3000 kuub! Nu moet u niet direct een vertaling van een normale, kale koivijver naar dit meer maken. U begrijpt dat een wekelijkse waterwissel, van zeg 10%, niet realistisch is en een filter met een inhoud van pakweg 300 kuub ook nog moet worden uitgevonden. Ik weet me nog net te bedwingen om niet gekscherend te vragen waar het filtertonnetje (zuurkoolvat) staat waar dit plasje water mee gezuiverd wordt. Maar nee, we hebben het hier dus over een zuivere natuurvijver welke verder niet met ander open water in verbinding staat. Het waterpeil is daardoor afhankelijk van de grondwaterstand. Hierdoor is de diameter aan het einde van de zomer een stuk kleiner dan in het voorjaar. Een ruwe schatting van Etienne leert ons dat de inhoud gedurende het jaar fluctueert tussen de 2,5 en 4 miljoen liter water. Op het diepste punt is de vijver ongeveer drie meter diep. De vijver beschikt over een overloop welke ervoor zorgt dat hij niet buiten zijn (buitenste) oevers treedt bij al te hevige regenval. Deze overloop heeft in het verleden één keer verkeerd om gestroomd waardoor vervuild water in de vijver kwam wat tot massale vissterfte heeft geleid.
Diep onder de indruk vragen we ons af of deze vijver een natuurlijke herkomst heeft of dat hij is uitgegraven. Etienne wijst ons op een kasteel een eind verderop. Daar ligt de oorzaak van deze vijver”, vertelt hij. Niet begrijpend kijken we elkaar aan. De kleigrond uit de tuin blijkt te zijn gebruikt om bakstenen te bakken waarmee het kasteel is gebouwd. Het gapende gat dat achterbleef heeft zich ongeveer een eeuw geleden gevormd tot deze enorme natuurvijver. Het woonhuis van Etienne blijkt van oorsprong een bijgebouw van het kasteel te zijn, later zijn de twee percelen grond apart verkocht. Langzaam vallen de puzzelstukjes in elkaar. Etienne vertelt dat hij het huis met drie hectare grond in 1999 heeft gekocht. Het huis was behoorlijk verwaarloosd, dus eerst moest een paar jaar verbouwd worden. Alleen de buitenmuren zijn blijven staan waarna weer met de opbouw kon worden gestart. Door deze volledige renovatie is het huis in de oorspronkelijke staat hersteld, gelukkig wel voorzien van de gemakken van de moderne tijd. De natuurvijver bleek behoorlijk verzuurd en bijna volledig dichtgeslibd waardoor leven hierin nog nauwelijks mogelijk was. Het dichtslibben is volgens Etienne één van de voornaamste reden van de verarming van een waterpartij. De vijver “slaat dan dicht”, waardoor de bodem verstikt en het leven verdwijnt door gebrek aan voeding en zuurstof. Eerst heeft hij de vijver laten uitbaggeren waarbij door een kraan ruim 2000 m3 slib is verwijderd. Dit slib is gebruikt om de rest van de tuin op te hogen. Vervolgens is een middel gebruikt dat ook voor de zuivering van afvalwater wordt gebruikt (Fixaflor). Dit middel is een poreus organisch materiaal dat uit zee wordt gewonnen en een aantal ingrediënten bevat waardoor het vuil bezinkt (de vijver wordt helder), de verzuring wordt opgeheven en enkele gifstoffen zoals zware metalen worden geabsorbeerd. Wanneer je nu naar de vijver kijkt blijkt hoe krachtig de natuur (met een beetje hulp) eigenlijk is.
In slechts een paar jaar tijd heeft zich hier een natuurlijk evenwicht gevormd waar je U tegen zegt. Vele soorten vijver-, moeras- en oeverplanten zijn in overvloed aanwezig. Naast het feit dat dit er zeer attractief uitziet zuiveren de planten op een natuurlijke wijze de vijver. Enkele planten blijken echte woekeraars, vooral de waternavel is nauwelijks in toom te houden. Etienne heeft de hulp van een kudde Canadese ganzen ingeroepen die er samen met wat zwanen en eenden voor zorgen dat een groot gedeelte van het oppervlaktewater onbegroeid blijft. De ganzen en zwanen vinden prachtige broedplaatsen op het ongerepte eiland dat zich uitstrekt over zowat de gehele breedte van de vijver. Eigenlijk zou ik vrijwel ongerept moeten zeggen, want er dient jaarlijks wel het nodige snoeiwerk plaats te vinden om te voorkomen dat het eiland uitgroeit tot een ondoordringbaar woud. De hiervoor benodigde roeiboot oefent een onweerstaanbare aantrekkingskracht op Laurens uit, maar deze realiseert zich dat hij zich vandaag als representatieve NVN-er dient te gedragen en weet zich te beheersen. Vanwege de kou (het is begin december) zijn er geen vissen te zien en we vragen ons af hoeveel koi er in de vijver zitten. “Geen idee”, is het achteraf logische antwoord. Nog steeds hebben we moeite de gedachtes die wij normaliter bij een koivijver hebben los te laten. Daar, waar wij gewend zijn om tijdens het voeren even de visjes te tellen op aanwezigheid, is dit in deze vijver natuurlijk een ondoenlijke taak. Daarnaast heeft de natuur niet stilgezeten, en hebben de van oorsprong Japanse koi voor het nodige nageslacht gezorgd. Om overbevolking van de vijver te voorkomen zijn hiervoor een aantal snoeken geplaatst. Deze zorgen ervoor dat de duizenden jonge vissen die jaarlijks in het ondiepe, warme gedeelte rondzwemmen, een beetje in toom worden gehouden.
Het bijzondere van deze vijver is dat je alleen in de zomer sporadisch koi zult zien. Een enkele keer zal een Kohaku uit de donkere diepte opstijgen of kun je een Chagoi aantreffen die tussen het riet ligt te zonnen. Dit verassingelement heeft zo zijn charmes omdat er telkens iets nieuws valt te ontdekken. U begrijpt dat het onzin is om kwalitatief hoogwaardige (lees dure) koi in deze vijver te plaatsen. Omdat Etienne toch een vervent koigek is heeft hij om deze reden nog een strakke koivijver gebouwd van ruim 40 kuub. Jaarlijks schaft hij een twintigtal babykoi aan die gedurende de winter in een verwarmde quarantainebak alvast een stukje mogen groeien. In het voorjaar verhuizen ze naar de koivijver. Na nog eens een jaar kiest hij de mooiste uit waarna de rest naar de natuurvijver verhuist. Op deze manier heeft hij een collectie leuke koi vergaard voor niet al te veel geld. Bovendien, en dat is een belangrijk onderdeel van zijn hobby, kan hij het proces qua ontwikkeling van veelbelovende koi op de voet volgen. De bouw van deze koivijver kende overigens, hoe kan het ook anders, de nodige tegenslag. Toch mag Etienne nog van geluk spreken dat hij het kan navertellen. Op het moment dat hij nét uit de pas gegraven, ruim twee meter diepe put is geklommen stort de volledige zijwand in! U kunt zich voorstellen wat er gebeurd zou zijn wanneer hij zich nog in dit gat zou bevinden. Bij het opnieuw uitgraven bleek de ladder totaal verwoest te zijn onder het gewicht van de zware kleigrond. Met recht kan hier gesproken worden over een geluk bij een ongeluk. Uiteindelijk is het met de bouw allemaal goed gekomen en ligt er een strakke koivijver die prima past in dit formele deel van de tuin. De koivijver is op het moment van ons bezoek afgedekt. Op een open veld, waar de wind vrij spel heeft, koelt een vijver natuurlijk snel af. Een blik onder de overkapping toont een collectie levendige koi die duidelijk lekker in hun schubbenjasje zitten. Een soort zonnepaneel van enkele vierkante meters waar door een buizenstelsel water wordt gepompt, blijkt in staat de temperatuur iets hoger te houden dan normaal.
Een fraaie oplossing vinden we een bewegend bed filter dat tevens als een soort waterornament fungeert. Een buis met een grote diameter steekt een twintigtal centimeter boven het wateroppervlak van het plantengedeelte uit. Deze buis is gevuld met K1 en wordt van onderuit gevoed door de retour van de filter en een luchtpomp. Het water stroomt hierdoor boven uit de buis het plantengedeelte in wat een fraai gezicht is. Een rooster voorkomt dat de K1 uit de buis spoelt. Verder is de enige filtratie een grote diameter vortex en een plantenfilter. Deze combinatie van filtratietechnieken blijkt in staat een uitstekende waterkwaliteit te waarborgen. Hoe leuk we de koivijver ook vinden, de aanblik van de grote natuurvijver blijft als een magneet aan ons trekken. Het is dat Rob niet met zijn eigen auto is, want ik weet zeker dat hij anders zijn hengels (standaard uitrusting in zijn auto) zou gaan halen. Geïnspireerd door films over het leegvissen van Japanse Mudpounds denk ik er zelf eerder aan om een sleepnet door de vijver te trekken zodat de “oogst” van nabij bewonderd kan worden. Gezien de begroeiing en de woeste oevers aan de eilandzijde zou dit helaas gedoemd zijn te mislukken. Met moeite laten we de vijver achter ons en worden we door de rest van de tuin geleid.
Naast deze watertuin bestaat het land rond het huis nog uit een parktuin en een formele tuin. Schitterend en in stijl aangelegd, hoewel het onderhoud hiervan gigantisch moet zijn. Etienne deelt ons mee dat hij het tuinonderhoud allemaal alleen doet. Wanneer de dag komt dat hij dit niet meer kan zal hij naar de stad zal verhuizen. Wij kunnen niet geloven dat hij dit paradijs ooit zal kunnen verlaten. Eenmaal terug in het huis worden we verwend met koffie, Belgische bonbons en echt Belgisch bier. Met moeite nemen we afscheid, niet alleen van de vijver, maar zeker ook van Etienne, die boeiend kan vertellen over zijn bewogen leven. Hoewel deze vijver zoals uit de foto’s blijkt bij ieder seizoen zijn charmes heeft, ben ik zeker voornemens de vijver nogmaals te bezoeken als alles volop in bloei staat. Etienne, bedankt voor je gastvrijheid en het beschikbaar stellen van de foto’s.
8 april 2006 Tourtocht Belgische Koidealers
Het is pas 06:00 uur als op zaterdag 8 april 2006 de wekker mij onaangenaam uit mijn slaap rukt ten teken dat ik moet opstaan. En dat op een zaterdag, die meestal wat langer slapen betekent. Ik kijk uit het raam en zie dat het weer niet al te geweldig is. Als dit maar goed komt!
Om kwart voor zeven vertrek ik met Audrey, mijn dochter, richting Veldhoven om nog twee Koi-gekken op te halen: Cindy en Niels van der Meer. Met zijn vieren arriveren we ruimschoots op tijd in Breda, ook al hebben we even moeten zoeken, want we hadden de afslag Breda-Noord gepakt i.p.v Rijsbergen.
Op de parkeerplaats staan al de nodige NVN-ers te wachten op de komst van de twee bussen. Helaas moeten wij in de tweede bus plaats nemen, die eerst de mensen uit het westen, in Rotterdam moest ophalen.
De bus was te laat uit Rotterdam vertrokken omdat een drietal Hagenezen, of zijn het Hagenaars, een half uur te laat waren. Normaal is dat niet zo erg, maar omdat het bitter koud is op de parkeerplaats, is dit natuurlijk minder aangenaam. Eindelijk kan onze bus ook vertrekken richting België.
Onderweg begint het lekker te regenen, nog niet al te hard, maar voldoende om goed nat te worden als je buiten rond loopt. Dit voorspelt niet veel goeds. Ons eerste bezoek is Nippon Koi Garden te Brecht-Overbroek, waar we ondanks ons late vertrek ruim op tijd aankomen.
We worden welkom geheten door Piet Jacobs en al vlug is het hele gezelschap verspreid over de tuin en de hal. Ik maak eerst een vlugge rondgang voordat ik me concentreer op de Koi, maar eerst moet ik erop toe zien dat de poster van de komende Holland Koi Show netjes op een opvallende plaats wordt opgehangen, opdat iedere bezoeker in de komende tijd het niet kan ontgaan dat de 14e Show aanstaande is. Wat me verder opvalt, is dat er in de verschillende prijsklassen, veel mooie Koi aanwezig zijn. Menige liefhebber staat dan ook met zeer veel aandacht de Koi te bewonderen en her en der ontstaan er al gauw interessante discussies, over natuurlijk de kwaliteit. Gelukkig is het weer ons gunstig gezind en blijft het droog tijdens dit eerste bezoek en niet alleen tijdens dit bezoek, zoals later zal blijken. De buien vallen alleen tijdens de busreis, tijdens alle vier de bezoeken blijft het droog.
Aangezien we wat eerder bij Nippon waren dan gepland besluiten Hans Borst, de regiovertegenwoordiger, en ik om wat eerder te vertrekken en na een ieder gewaarschuwd te hebben, vertrekken we een kwartiertje eerder.
Helaas hebben we geen rekening gehouden met het bekende drietal uit den Haag, dat niet in de bus zit. Hierdoor moeten we weer terug om dit illustere gezelschap op te halen. Eigenlijk onze eigen schuld: hadden we maar moeten tellen! Eindelijk om half elf kunnen we onze reis echt voort zetten, richting Kampenhout.
Onze tweede stop en de vooraf geplande reistijd van een uur blijkt voldoende te zijn, wordt Kim’s Koi. Een niet al te grote zaak, want we hebben enige moeite om er te geraken, zoals onze zuiderburen zeggen. We zijn eigenlijk meer op zoek naar de ‘Mosselen Bols’, waar de bus geparkeerd kan worden. Kim Kloet wordt wel een beetje bleek als hij de horde liefhebbers, zo’n kleine 80, zijn zaak ziet binnen stormen. Al is stormen een beetje overdreven. Ook hier geef ik nieuwe posters af en ga door de winkel naar achteren om snel de kas binnen te lopen. Wat een drukte! En zeer logisch, want hier zwemt de crème de la crème van Kim’s Koi. Het is behoorlijk dringen geblazen om de juwelen te bewonderen met zo velen tegelijk. Ik ben zelf nogal gecharmeerd van een Doitsu Showa en een Ginrin Ochiba Chigura. Twee Koi, die in mijn vijver beslist niet zouden misstaan. Het is alleen jammer dat het gezelschap wat aan de grote kant is, waardoor je niet in staat bent om op je gemak te Koi te bewonderen. Ted en Karel kunnen het natuurlijk weer niet laten om wat kleinere Koi aan te schaffen om te kijken hoe deze zich zullen ontwikkelen. Voor de vrijwilligers op de Holland Koi Show zijn Ted en Karel twee zeer bekende NVN-ers, die als ik het goed heb, in augustus als vrijwilliger aan hun 13e of 14e Koishow gaan deelnemen.
Deze keer vertrekken we op het afgesproken tijdstip, al wordt dit enigszins iet wat vertraagd, door een aantal hongerige reisgenoten, die de alom bekende en aanwezige Mac ontdekt hebben en een snackje moesten halen.
We gaan op zoek naar een wegrestaurant, waar we aan zullen leggen om een hapje te eten. De bedoeling is, dat beide bussen dan samen komen en er wat ervaringen kunnen worden uitgewisseld. Helaas is dit mislukt.
Het restaurant, waar we stoppen is helaas niet helemaal berekent op een dergelijke grote toeloop, ook al omdat we natuurlijk niet de enige hongerlijders zijn. Het gevolg is dat slechts een gedeelte er in slaagt iets warms te eten. Een groot gedeelte, waaronder mijn drie reisgenoten moeten genoegen nemen met een broodje en wat drinken in het ernaast gelegen tankstation. Maar dit kan de pret natuurlijk niet drukken.
In de bus heeft praktisch iedereen zijn schroom afgegooid en stijgt de sfeer, maar ook de temperatuur. De verwarming kan schijnbaar niet uitgezet worden en de temperatuur is niet te regelen. De enige verkoeling ontstaat door het openen van de dakluiken, tenminste als het niet regent.
De temperatuur in de bus stijgt in groot contrast met de buitentemperatuur, als we op weg gaan naar Paradise of Japanese Koi te Kalken-Laarne, de zaak van Luc en Annie van Alboom. Diegene, die de eerste keer hier een bezoek brengen, zijn diep onder de indruk van de geweldig mooie aanleg van zijn tuin en vijvers. Ook hier worden we zeer gastvrij ontvangen. Helaas wil Luc niet, dat er foto’s van zijn Koi gemaakt worden, nog steeds bang voor diefstal van waardevolle Koi. Vandaar dat er alleen foto’s zijn van de bezoekers, die zich vergapen aan de talrijke schitterende Koi in zijn vijvers en verkoopbakken. Aan de achterzijde wordt flink gebouwd en ik ben benieuw hoe e.e.a. er uitgaat zien. Het belooft in ieder geval veel goeds. In de schuur aan de voorzijde genieten veel bezoekers van de verfrissingen en pannenkoeken, die bij de toch wat gure wind, erg in trek zijn. Maar al te vlug moeten we weer de bus in om naar de vierde en laatste zaak te gaan.
We gaan weer richting Breda, naar Putte-Kapelle ten noorden van Antwerpen, waar we volgens schema rond kwart voor vier arriveren bij Koi San Belgium, de zaak van Rudy en Josée van Opdorp. Deze zaak is de jongste van de vier in ons rijtje, maar daarom nog niet de minste. Je kunt wel zien, dat dit eigenlijk de tuin van een liefhebber is, wiens liefhebberij uitgegroeid is tot professionele zaak. Hier moeten we wel uitkijken om niet in een van de vijvers terecht te komen, want het is een dringen op de vlonders. Gelukkig gaat er niemand te water, behalve een van de medewerkers, die met een vervaarlijke plons kopje ondergaat. Gelukkig houdt hij er niets van over dan een nat pak. Er zwemmen ook hier enkele pracht exemplaren rond, die veel aandacht opeisen van de bezoekers. Ze zijn echter wat cameraschuw, ik slaag er niet in om de Koi in de vijvers goed op de foto te krijgen. Maar ja, de waterval staat er goed op, hoewel ik me de kikker niet kan herinneren. Ook hier worden een aantal Koi door deze en gene gekocht.
Als we ook hier om een uur of zes vertrekken, worden we nog verrast met een kleine attentie in de vorm van een potje koi-voer. Vol van geweldige indrukken aanvaarden we de reis huiswaarts. Op dat moment weten we nog niet dat dit wel een heel lange reis gaat worden. Om een lang verhaal kort te houden, zal ik alleen maar vermelden dat, door de afzetting van de autoweg naar Bergen op Zoom in verband met asfalteringswerkzaamheden en het niet correct volgen van de omleidingroute, we drie aanlopen nodig hebben om via Roosendaal naar Breda te rijden, waar we uiteindelijk om half 19:30 aankomen. Ik deel de laatste paar posters uit en neem, samen met enkele anderen die vanaf Breda verder op eigen gelegenheid naar huis gaan, afscheid van onze NVN-ers die als eindbestemming Rotterdam hebben.
Ik vraag me echter af of zij wel aangekomen zijn, want als ik dit verslag schrijf, realiseer ik me dat ik niets meer van hen vernomen heb.
Al en al durf ik te beweren, dat deze busreis een groot succes is geweest en beslist navolging verdient. Dus tot de volgende reis.
Guus Roijen
KoiTrek 2005 (augustus 2005)
Met Arcen nog zeer voelbaar in de benen sta ik daags na de Holland Koi Show, alweer in de vroege ochtend bij Jeroen op de stoep. Verwondert vraag ik me af wat ons bezielt om een fors deel van onze vakantiedagen “op te offeren” om ons een hoop lichamelijke arbeid en geestelijke stress op de hals te halen. Natuurlijk weet ik het antwoord wel. Het is de gezelligheid en vriendschap op en rond de show en de voldoening die het geeft als een grote groep bezoekers een leuk weekend heeft gehad. Mijn vermoeidheid is op slag verdwenen als Jeroen de deur opendoet,.............
........en ik de wallen onder zijn ogen zie. Jeroen is, samen met Wim Vielvoye, gedurende de show vrijwilligerscoördinator geweest en moest gemiddeld rond de 100 vrijwilligers dagelijks “van de straat” houden. Geen benijdenswaardige functie. Niet vanwege de onwelwillendheid van de over het algemeen zeer gemotiveerde groep mensen, maar wel vanwege de enorme puist regelwerk die dit met zich meebrengt. Gelukkig realiseren de meeste vrijwilligers zich wel dat “vrijwillig” nog niet “vrijblijvend” betekent. Enige structuur is nu eenmaal nodig om de zaken goed en op tijd geregeld te hebben. Maar buiten dat kun je wel lekker tegen dat soort gasten aanzeiken; “jíj bent toch coördinator? Regel het dan!”. Ach, hadden ze maar een vak moeten leren. Komend weekend staat voor ons, samen met Toën en Guus, de promotie van onze vereniging tijdens de 19e SouthEast Open Koi Show te Swanley (U.K.) op het programma. Met de SouthEast Section van de British Koi Keepers Society (BKKS) geldt al jaren een op vriendschap gebaseerde uitwisselingsovereenkomst. Na een bezoek aan onze Holland Koi Show, brengen wij de week erna een bezoek aan de SouthEast Show. Deze show is voor publiek geopend op zondag en maandag. Maandag is namelijk een nationale feestdag in Engeland (Bankers Holiday). Als we naar de auto lopen moet ik Jeroen een paar keer waarschuwen, omdat hij dreigt op zijn wallen te stappen (als je het woordje “zijn” door “de” vervangt, krijgt deze zin ineens een héél andere betekenis). We kunnen niet met de “Koitrek 2005” bus mee omdat we een dag langer in Engeland zullen blijven. De bus gaat op zondag terug, simpelweg omdat een fors aantal deelnemers aan de Koitrek bestaat uit vrijwilligers die al een aardige bres in hun vakantiedagen hebben geslagen in de week ervoor. We vertrekken richting Frankrijk (Calais) om daar per boot de oversteek te maken naar Engeland (Dover). Guus gaat heen met de bus mee en terug met de auto. Ergens op een parkeerplaats in de buurt van Antwerpen pikken we Toën op. Het aankomen scheuren van een zwarte Mercedes op een afgelegen parkeerplaats, gevolgd door het snel overtillen van een aantal dozen in de auto van Jeroen, moet toch wel enkele Vlaamse wenkbrauwen aan het fronsen hebben gebracht. Dat de dozen met volledig onschuldig promotiemateriaal gevuld zijn, zal niet het eerste zijn waar men aan denkt. De boeventronies van mijn twee reisgenoten maakt de situatie er natuurlijk niet beter op. De heenweg gaat zo voorspoedig, dat we menen een bliksembezoek aan “het Viske” te kunnen brengen. Deze koidealer ligt nagenoeg op onze route. We worden hartelijk ontvangen door Hans Clement en zijn zoon Joachim, en snel door de winkel geleid. We hebben maar een half uur. Voor mij is dit het eerste bezoek aan deze, tussen een klooster ingeklemde, zaak. Best een verademing om in plaats van de standaard kunststof bakken nu eens een aantal smaakvolle, uit monolietstenen opgetrokken bakken te zien. Het pand bestaat uit twee verdiepingen. Op de tweede verdieping bevinden zich nog een aantal stenen bassins met een gezamenlijke inhoud van ruim 50 kubieke meter water. Er zullen vast wel een paar stalen bintjes in de vloer gebruikt zijn om deze last te dragen. De vissen, ook degene die aan de show hebben deelgenomen, blaken van gezondheid. Snel nemen we afscheid en racen verder naar Calais. In tegenstelling tot onze voorspoedige reis, loopt de bus flink vertraging op. Lang lijkt het erop dat ze de boot niet op tijd zullen redden. Als onze boot vertrekt zien we de bus de haven in komen rijden (nee gelukkig niet letterlijk), nét op tijd om nog in te checken op de door hun gereserveerde boot. Aangekomen in Dover, is het wachten op de bus. Toën, normaal cultuurbarbaar in hart en nieren, komt op het lumineuze idee om heel toepasselijk Fish & Chips te gaan vreten. Vreten ja! Zelden hebben we zo’n ranzige kleffe hap voorgeschoteld gekregen. We bellen met Guus op de boot en spreken af dat we de bus op een parkeergelegenheid langs de snelweg, met de ietwat vreemd aandoende naam “Three Rising Moons” op zullen wachten. Vervolgens snel op weg naar de eerste vijver die we gedurende het weekend zullen bezoeken. In een buitenwijk van Londen komen we aan bij het huisje van Vi en Tony Hussey. Je zou verwachten dat de grote touringcar, die het nauwe straatje volledig blokkeert, en waaruit een kudde wandelende fototoestellen komt zetten, enig tumult onder de buurtbewoners zou moeten veroorzaken. Maar nee hoor, stoïcijns als de Engelsen zijn, gaan ze gewoon door met de dagelijkse beslommeringen. Geen getoeter, geen geschreeuw, eerder berusting. Aan de voorkant zou je het niet zeggen, maar achter het huisje ligt een prachtige, langgerekte Engelse tuin met daarin een dertig kuubs koivijver. De man moet volkomen geschift zijn, dat hij een stuk of zestig malloten dwars door zijn huis en over zijn minutieus gemaaide grasveld laat baggeren. Gastvrijheid staat bij die Engelsen nu eenmaal hoog in het vaandel. Ongegeneerd helpen we hem daarom van zijn voorraad bier en etenswaren af. Tony verteld dat dit zijn derde en laatste (jaja, dát horen we vaker) vijver is. De vijver is rechthoekig en bekleed met polyester. De man is al vele jaren met de hobby bezig wat blijkt uit een aantal zeer oude vissen die hij heeft zwemmen. Een Yamabuki Ogon heeft de respectabele leeftijd van 30 jaar bereikt. Het dier is zichtbaar bejaard. Verhalen over koi die ruim 100 jaar zijn, neem ik voortaan met een flinke schep zout. Vele prijzen heeft Tony al weggesleept op de SouthEast Show. Ook dit jaar zet hij weer een aantal kanshebbers in, zoals een Sanke (size 4) en een Kohaku (size 3). Ook kwaliteitsvissen uit de Kawarimono klasse zijn rijk vertegenwoordigd in deze vijver en mogen meedoen aan de wedstrijd. De enige prijs die hij nog niet heeft kunnen bemachtigen is die van “Baby Champion”. Hij heeft echter goede hoop dat een Kohaku van een centimeter of twintig dit jaar met deze eer gaat strijken. De meest wonderlijke van alle prijzen die Tony heeft gewonnen, is de Grand Champion titel van 1995. Dé jongensdroom van iedere koihobbyist! Wat is het geval? In 1987 koopt Tony voor het luttele bedrag van 25 pond een Shiro Utsuri van 16 centimeter. Zeven jaar later wordt deze vis Grand Champion op de show! De kans om de Engelse lotto te winnen moet vele malen groter zijn. Wat dit bezoek extra bizar maakt, is dat deze vis op de dag van ons bezoek is overleden. Het dier kwakkelde al een paar maanden met haar gezondheid ten gevolge van pure ouderdom. We zijn slechts enkele uren te laat om de bijna twintigjarige vis met eigen ogen te aanschouwen. Hoewel hij het tracht te verbergen, is Tony zichtbaar aangeslagen door dit verlies. Wat resteert, is eeuwige roem en een schilderij van de vis in de hal van het huis. Na dit bezoek vertrekken we snel naar het hotel voor het diner. Later die avond worden aan de bar nog de nodige pints genuttigd. Het wil maar niet lukken om Toën en Jeroen mee te krijgen het Londense nachtleven in. Misschien ook wel een beetje teveel van het goede na het chronische slaaptekort tijdens de Holland Koi Show week. Op zaterdag heeft de SouthEast Section een heel programma voor ons in elkaar gedraaid, compleet met een programmaboekje. Hulde voor de moeite die men doet om ons een geweldig weekend te bezorgen. We zullen deze dag een bezoek aan drie bijzondere vijvers brengen. Vandaag rijdt Tony Price (officieel ZNA judge en vast jurylid op de Holland Koi Show) met ons mee. We “trakteren” hem onderweg op een overdosis “Hazes”, uiteraard muzikaal door ons ondersteunt (lees uit volle borst meegeblèrd). Onze eerste stop is de vijver van Sue en Colin Ravenhill. De tweede vijver al sinds ze drie jaar terug dit huis betrokken. De eerste vijver, met een inhoud van ongeveer 14 kubieke meter, was geen lang leven beschoren. Op onze eigen HKS raakten Sue en Colin vorig jaar onder de indruk van de vijvers van Ma-Koi. Om een lang verhaal kort te maken, de order werd gegund, en de vijver in maart 2005 tot volle tevredenheid geleverd en geplaatst. Een week later zaten de vissen er al in. Toen we een bezoek brachten draaide deze vijver dus krap vijf maanden. De rechthoekige vijver (5 meter lang, 2,5 meter breed en 1,8 meter diep) heeft een inhoud van ongeveer 23 kubieke meter. Een waterzuiveringsinstallatie is noodzakelijk omdat het kraanwater, zoals in het grootste deel van Engeland, van slechte kwaliteit is. De nitraatwaarde van het leidingwater ligt hier boven de 75 milligram per liter. In Nederland is 50 milligram het absolute maximum, maar dit wordt hier zelden gehaald. De vijver is voorzien van twee beluchte bottomdrains en een skimmer, en wordt in de winter verwarmd. De vijver steekt vrij hoog boven het maaiveld uit en heeft een ingebouwd venster waardoor de vissen vanaf de zij- en onderkant goed te bekijken zijn. Qua filtratie worden een Nexus 300 + Eazy en een Bakki Shower van vier “verdiepingen” gebruikt. Bakki Showes zijn een ware rage in Engeland. Het zijn een soort druppelfilters van roestvrijstaal gevuld met een speciaal gebakken poreus “gesteente”. Opvallend was, dat water uit de vijver zonder voorfiltratie rechtstreeks de Bakki Shower werd ingeleid. Hierdoor lijkt het me, dat het materiaal snel verstopt raakt. Dit, terwijl in mijn optiek juist de bedoeling is, om in de poriën zoveel mogelijk bacteriegroei te verkrijgen. Op mijn vraag waarom geen voorfiltratie werd gebruikt antwoordde Colin dat dit door de leverancier zo werd voorgeschreven. Ik ben erg benieuwd naar de diepere betekenis hiervan. Op de foto ziet u links een stuk materiaal uit de bovenste filterbak en rechts uit de onderste. Het materiaal uit de bovenste bak ik volledig dichtgeslibd door draadalgen. In een blauw vat staan de vissen klaar die nog dezelfde avond naar het showterrein worden vervoerd. Grootste kanshebbers zijn een schitterende Kohaku (size 5) en een Kohaku (size 1). Een andere kanshebber (Shiro Utsuri, size 7) moet in de vijver achterblijven vanwege een lichte infectie aan de bek. Op ons verzoek is Colin toch zo vriendelijk het dier even te scheppen. De volgende vijver is die van Rosy en Barry Alger-Street. Een 50 kubieke meter grote, rechthoekige vijver die overdekt is met een pergola. De vijver is gemetseld en bekleed met polyester. Twee gescheiden filterlijnen houden de waterwaardes binnen de perken, elk gevoed door een eigen bottomdrain en skimmer. De filterlijnen bestaan uit een vortex (gevuld met borstels) gevolgd door twee vierkante bakken met Japanse matten. Een aparte pomp voorzien van een UV lamp drijft in de zomer de waterval aan. Naast de biologische filtratie is tevens een ozoninstallatie geïnstalleerd. Verwarmen van de vijver gebeurt met behulp van een soort buizenstelsel/zonnepaneel dat over het dak van de schuur loopt. Wanneer de temperatuur op het dak minimaal één graad Fahrenheid hoger is dan de vijvertemperatuur wordt automatisch een deel van het retourwater uit de ozoninstallatie door het buizenstelsel heengeleid. Hiermee kan het vijverwater een paar graden hoger gehouden worden dan normaal. Wat het systeem in de winter gaat doen kan Barry me niet vertellen omdat het pas enkele weken geleden is geïnstalleerd. Hij hoopt hiermee het seizoen wat te kunnen verlengen en in de lente de temperatuur wat sneller omhoog te krijgen. Ook in deze vijver zwemmen een aantal stokoude vissen. Barry heeft vele jaren terug een collectie vissen van een vriend, die moest stoppen met de hobby, overgenomen. Deze vriend was één van de pioniers in de Engelse koihobby. Barry hoefde niets te betalen, mits hij de belofte deed dat hij de groep nooit zou scheiden. Enkele vissen uit deze collectie zijn nog in leven en zwemmen nog steeds hun rondjes in de vijver. Rosy en Barry hebben geen ambitie om mee te doen met de SouthEast wedstrijd. Rond de vijver hangt een vrij penetrante kattenlucht. Niet zo verwonderlijk want Rosy en Barry fokken katten voor hun bestaan. De tuin staat vol met grote verblijven voor deze katten. We laten ons vertellen dat er enkele zeer zeldzame kweekparen tussen zitten, waar astronomische bedragen voor worden neergelegd. Ziet u het vergelijk met de onbetaalbare ouderdieren van de Japanse koikwekers? Na een karige lunch in een nabijgelegen hotel (niets dan goeds over Engeland, maar het eten…….pffff), vertrekken we voor het laatste, en meest veelbelovende bezoek van deze dag. Wanneer we op het landgoed van Ray Sawyer en Lady Rothschild aankomen zijn zelfs de meest drukke persoonlijkheden van de Koitrek 2005 ploeg even stil. Rond het prachtige huis ligt een complete dierentuin. Ray, die zijn werkzame leven als ontwerper van de London Zoo heeft doorgebracht, heeft deze passie thuis nog eens dunnetjes overgedaan. Een complete kolonie Flamingo’s bevolkt een eigen vijver. Een groep kraanvogels huist op het enorme gazon voor het huis. Het mannetje probeert ons aan te vallen om zijn harem te verdedigen, maar deinst op het laatste moment telkens terug. Dit levert een hilarisch tafereel op. Als een kip zonder kop rent het dier zinloze rondjes om een boom. Tientallen grote kooien met de meest kleurrijke, uitheemse vogels staan in dit park. Enkelen koitrtekkers vragen zich af verwonderd af welke benamingen er bij al die kleurenpracht horen. Anders dan in de dierentuin staan hier geen bordjes. Wanneer je de Haagse indeling hanteert, is deze vraag echter zeer eenvoudig te beantwoorden. Er zijn volgens Haagse begrippen slechts twee soorten vogels; sìjsjes en drìjfsìjsjes. Drìjfsìjsjes vind je op en rond het water, de overige groep vogels valt onder de categorie sìjsjes. Alle kooien zijn op smaakvolle wijze omgeven door prachtige planten en bomen. We zien een groep albino walibi’s, waarvan sommigen een jong in de buidel dragen. We ontdekken een enorme schildpad met een fetisj voor teennagellak! Het dier is minstens anderhalve meter groot, ruim 140 jaar oud en moet een paar honderd kilo wegen. Iemand oppert om het beest om te draaien, het schild als wok te gebruiken en er schildpaddensoep van te maken. Ik zei het al, het was een karige lunch. Wanneer Stoffel gelakte damesnagels in het vizier krijgt waagt hij direct een uitbraakpoging. Het kippengaas blijkt niet bestand tegen het geweld van deze wandelende tank. Zijn eega is een eindje verderop onverstoorbaar bezig met het leggen van eieren in een kuil in de tuin. Last but not least blijkt Ray over een tweetal koivijvers met een klein kapitaal aan vis te beschikken. Desondanks doet ook Ray niet mee met de wedstrijd. Over de vijvers zelf valt verder niet zo heel veel bijzonders te melden. Om de vijvers heen staat echter een kapitaal aan bonsai. Werkelijk schitterend. Ach, bekijkt u de foto’s maar. ’s Avonds krijgen we van de SouthEast Section een “diner” aangeboden op het showterrein. Ik ontmoet Terry Wells (de chairman van deze show) en zijn vrouw Lynne. Bernie Woollands, huisvriend van de NVN, is uiteraard ook weer van de partij. Op het menu staat…..Jawel! “Fish & Chips”. Overigens een stuk beter te knagen dan de kleffe hap in Dover. De meeste vissen zijn inmiddels ingebracht en we hebben ruimschoots de tijd om al dat moois te bewonderen. Tussendoor richten we de verenigingstent nog even in. Op weg naar het hotel zeur ik nog wat over Londen, maar tref enkele Oostindisch dove medepassagiers. Tony Price kent inmiddels “de Vlieger” van Hazes zo’n beetje uit zijn hoofd. Zondag, showdag. Vroeg uit de veren en snel naar Swanley. Jeroen en ik zullen de verenigingstent bemannen, Toën en Guus moeten jureren. Ook Louis van Reusel is weer als jurylid van de partij. Zijn vrouw Josée helpt ons regelmatig in de verenigingstent. De overige Koi Trekkers gaan driftig op pad langs de wedstrijdvats en de stands. Het is een bloedhete dag en we balen er een beetje van om die in de snikhete tent te moeten doorbrengen. Bovendien is de locatie niet super, we zitten achter de tombola en nog één of andere lootjesstand. Niet echt langs de looproute dus. We nemen ons heilig voor om Guus en Toën de volgende dag de honneurs te laten waarnemen. Tegen de middag nemen we afscheid van een dikke 50 Koi Trekkers waarvoor het avontuur er al weer op zit. Een bus, volgeladen met materiaal, voer en zelfs de nodige vissen vertrekt van het terrein. Ik laat Jeroen even in zijn sop gaarkoken en loop een tijdje (aan de andere kant van de vats) met de jury mee. De show is qua opzet en bezoekersaantallen onvergelijkbaar met Arcen, hoewel het aantal deelnemende vissen met ruim 300 best veel is. Bernie vertelt me dat de Holland Koi Show méér vrijwilligers heeft dan de SouthEast Show aan leden ingeschreven heeft staan. Men hoopt in totaal 2000 bezoekers naar de show te krijgen. Dat is dus nog niet de helft van het aantal leden dat de NVN rijk is. Overigens bedoel ik dat niet denigrerend, het is slecht bedoeld om een beeld te laten vormen van deze show. Doordat het lekker rustig is langs de vats, is goed te volgen wat de jury doet. Ik wordt door Bernie de jurytent ingeloodst om een paar plaatjes van de dames en heren te schieten tijdens de lunch. Lynne nodigt me uit om lekker wat op te scheppen van het fantastische buffet. Met twee volgeladen borden durf ik Jeroen “waar blééf je nou” Dregmans wel weer onder ogen te komen. Aan het einde van een zeer warme dag worden we verrast met een barbecue op het showterrein. Inmiddels is bekend dat Terry en Lynne Wells met de hoogste eer strijken. De Grand Champion titel gaat naar hun Sanke (size 6). Vi en Tony Hussy moeten nog minstens een jaartje wachten op de felbegeerde Baby Champion Award, maar mogen niet mopperen. Met hun Sanke (size 4) worden ze Youg Champion. Daarnaast winnen ze nog een flink aantal andere prijzen. Sue en Colin Ravenshill hebben minder geluk met alleen een tweede prijs met hun Kohaku (size 1). In deze klasse is de concurrentie nu eenmaal moordend. De NVN friendship award betreft een vis uit de categorie “most unique koi” en gaat naar Angie Watson. De Holland Koi Show award wordt gewonnen door een prachtige goshiki (Koromo klasse) en gaat eveneens naar Angie Watson. De Banana-Bar Koi Society (BBKS) Award wordt door Tony Price traditioneel aan een gele vis toebedeeld. Alan Archer is de gelukkige. Voor de volledige uitslag verwijs ik u naar de website (http://www.koi-clubs.com/SouthEast/2005show.htm). Terug naar het hotel is het wat krapjes in de auto omdat we nu ook Guus, door de Engelsen steevast goose (gans) genoemd, erbij hebben. Goose kent “de Vlieger” gelukkig ook, waardoor een prachtige hommage aan deze volksheld uit vijf kelen schalt. Nou ja, eigenlijk viereneenhalf, de stem van Toën is er bijna volledig mee uitgescheden. Tony komt op het lumineuze idee om de volgende dag, vóór aanvang van de show, een bezoek te brengen aan Koi Water Barn. Deze zaak is het crème de la crème op het gebied van koizaken in Engeland. Omdat we dan vroeg uit de veren moeten zit Londen er die avond niet echt in volgens de heren. Mgrmmpf, ik had mijn toekomstige ex wel kunnen ontmoeten in het bruisende nachtleven. Of zou mijn schoonmoeder (cleanmother?) echt geen kinderen kunnen krijgen? Aangekomen bij Koi Water Barn, wordt onze blik direct getrokken naar de hoofdattractie van deze zaak. Een Chagoi van ruim 130 centimeter(!) komt ons bijna kwispelend tegemoet zwemmen. De vissen in hetzelfde bassin zijn allen rond de 70 centimeter maar vallen in het niet bij deze gigant. Het beest heeft een bek waarin je complete vuist zou passen. We boffen enorm wanneer we uitgenodigd worden voor een rondleiding langs de kweekvijvers van dit mammoetbedrijf. Hoewel, boffen? Tony Price opent nu eenmaal vele deuren voor ons! Achter de zaak ligt een groot stuk land, dat geheel is ingericht voor kweekdoeleinden. Allereerst komen we bij een enorme vijver welke bevolkt wordt door een groep eenden en ganzen en waar tot onze verbazing een aantal strobalen in ligt. Het water ziet groen van de zweefalg. Deze vijver blijkt puur bedoeld voor de “kweek” van planktonachtig leven. Het voedselrijke water wordt via een buizenstelsel beetje bij beetje in de kweekvijvers gepompt om zo een continu voedselaanbod voor het jongbroed te garanderen. Daar waar wij willen voorkomen dat eenden en ganzen ons water belasten met uitwerpselen, wordt dat hier juist gestimuleerd. Even verderop staat een gebouw waar de werkelijke kweek plaatsvindt. Zojuist uit het ei gekropen koilarven tot visjes van een centimeter of twee worden hier met tienduizenden tegelijk opgekweekt. We krijgen een uitleg over het kweekproces. Dit voert nu te ver voor dit artikel. In de nabije toekomst wil ik hier nog eens een volledig artikel over schrijven. Vervolgens komen we bij een zestal grote koepelloodsen. Deze “loodsen” bestaan uit een metalen frame met daaroverheen een transparant plastic. Binnen bevatten ze elk een drietal “mudpounds” van ongeveer 50 kubieke meter per stuk. Wanneer hier een net doorheen gehaald wordt komen tientallen visjes van een centimeter of vijf tevoorschijn. Het is snikheet in de koepeltenten, dus met de groei van het jongbroed zit het wel goed. De biofiltratie is eenvoudig doch bijzonder. Water wordt simpelweg over een grote toren van honingraadblokken gesproeid. Alle visjes in de zes loodsen blijken van hetzelfde moederdier af te stammen. Dit moederdier is een prachtige Sushui uit hetzelfde bassin als dat waar Mobi Dick (de Chagoi) rondzwemt. Wel is voor de bevruchting van de eitjes de hom van meerdere mannetjes gebruikt. Realiseert u zich dus even, dat tienduizenden vissen die binnenkort op de Engelse markt komen, van dezelfde moeder afstammen! Tot slot komen we nog langs een “projectje” dat nog “in de maak” is. Er is nog wat ruimte op het terrein waarop men heeft besloten om nog een grote “mudpound” van 2000 kubieke meter water uit te graven! Terug in de zaak komen we de eigenaar Tony Pitham tegen die ons binnen nog een blik achter de schermen gunt. Veel te laat komen we op het showterrein aan. Het eerste wat we doen is onze stand naar buiten verplaatsen. Het is een loeihete dag en we voelen er niets voor om letterlijk de tent uit te drijven. Om beurten bemannen we de openluchtstand, waardoor er voldoende tijd over blijft om lekker rond te kijken en hier en daar een beetje te ouwehoeren. Ik loop een tijdje met Louis en Josée mee rond de vats, en leer zo enorm veel over showkenmerken waaraan wedstrijdvissen moeten voldoen. Louis is iemand die heel helder zaken weet toe te lichten en uit te leggen, zodat er voor mij een flink aantal puzzelstukjes in elkaar vallen. Hierdoor verlies ik mijn tijdsbesef volledig uit het oog en moet er door een telefoontje aan herinnerd worden dat we terugmoeten naar de boot. Guus, Jeroen en Toën hebben de boel al afgebroken en de spullen in de auto geladen als ik terugkom bij de stand. Na een emotioneel afscheid van Tony, een man die ik in dit weekend enorm ben gaan waarderen, rijden we terug naar Dover en komt ook aan dit avontuur weer een einde. Maar niet voor ik namens de Koitrekkers 2005 de SouthEast organisatie hartelijk wil bedanken voor de gastvrijheid en de vriendschap die wij een heel weekend mochten proeven. Tot volgend jaar! Joop “GinRin” van Tol.
6 juni 2005 excursie Oceanium Blijdorp
Op zondag 6 juni was het zover. Maanden tevoren hadden we ons al opgegeven voor de rondleiding in het Oceanium van diergaarde Blijdorp te Rotterdam. Eindelijk mochten we deelgenoot worden van de mysterieuze geheimen achter de schermen. We zouden tot het selecte groepje gaan behoren, dat het kloppende hart van deze kleine binnenzee van nabij mocht aanschouwen.
Het gaf me een beetje het gevoel dat ik lid was geworden van “de bende van de zwarte hand” van Pietje Bel. Pietje Bel zelf (Jeroen Dregmans), regelateur van het hele gebeuren, stond ons op het ontmoetingspunt al op te wachten. De animo voor dit uitje was zo groot, dat er zelfs een reservelijst moest worden opgesteld. Langzaam druppelden ook de rest van de N.V.N.-ers binnen. Veelal een weerzien van oude bekenden. Ondanks de hoosbuien was bijna iedereen op komen dagen. Toën en ondergetekende nog half slapend na een nachtje stappen in Limboland. Drie uur slaap, gevolgd door een bijna drie uur durende autorit bleek toch wat te veel van het goede. Het water kwam ondertussen met bakken uit de hemel en creëerde kleine beekjes. Een enkeling kon zich niet aan de indruk onttrekken dat het zooitje lek geslagen was. Nadat de drie gidsen elk een man of 15 onder hun hoede hadden genomen mochten we naar binnen. Nadeel van het slechte weer was, dat de “gewone” dierentuinbezoekers massaal hun toevlucht zochten in het Oceanium. Dit maakte het, dat de gids moeilijk te verstaan was in het gedeelte waar de reguliere bezoekers ook mogen komen. Nu ben ik zelf al vele malen in het Oceanium geweest en had dus voornamelijk interesse in de logistiek er omheen. Voor de “first timers” was dit echter jammer. Gelukkig bleken deze ’s middags een nieuwe kans te hebben toen het weer was opgeklaard. Eindelijk passeerden we de bordjes “verboden toegang” en “niet voor publiek”.
De rondleiding achter de schermen begon bij de kleinere aquaria. Klein betekent in Oceaniumland al gauw enkele tienduizenden liters. Drie zeebaarzen werden gehouden in een bak met een inhoud waar menig koikeeper jaloers op zou worden. Vervolgens kwamen we in een laboratoriumachtige omgeving waar men probeert anemonen en koraal te kweken. Bij het kweken en laten grootgroeien hiervan spelen twee problemen. Ten eerste is daar het probleem van de bevruchting. Het scheppen van een romantische omgeving blijkt onvoldoende om het spul voor nageslacht te laten zorgen. In zee blijken ze éénmaal per jaar massaal hun zaadjes en eitjes te lozen in het water. Dit moment wordt bepaald door een complex samenspel van de temperatuur van het water, het dag- en nachtritme en de stand van maan. Ergens is september is het dan bal en verandert de oceaan plaatselijk in een vruchtbare soep. Het nabootsen van dit proces in een laboratorium blijkt zeer moeilijk. Tweede probleem is het licht. Het is vrijwel onmogelijk om in een diepe bak de intensiteit van zonlicht te evenaren. Helaas moet in de diepe bakken daarom naar uiterst slecht nagemaakte kunsttroep worden teruggegrepen. De plastic zeekelp was het aanschouwen nog wel waard, maar de nepkoralen en nepanemonen deden me denken aan mislukte kleiprojecten van de plaatselijke kleuterschool. Het is te hopen dat het kweken op korte termijn succesvoller wordt. In het laboratorium werden ook zeepaardjes gekweekt, met als bijzonderheid dat hier de mannetjes met het broedsel in de buidel rondsjouwen. Leuk, leuk, leuk, maar ik wilde de filterinstallatie zien.
Eindelijk werd ons geduld beloond en werden we binnengeleid in het filterkamertje. Ik was op slag klaarwakker! Voor ons ontwaarde zich een fabriekshal ter grootte van een half voetbalveld! Compleet volgestouwd met enorme filterinstallaties, pompen, buizen, kranen, metertjes en elektriciteitskasten. De diameter van de buizen en de grootte van de kogelkranen welke waren aangesloten op metershoge filtercompartimenten waren werkelijk indrukwekkend. Ivar Schimmel, u wel bekend van de serie technische artikelen, keek met een uiterst kritische blik naar het leidingwerk. Werden er wel mooie getrokken bochten gebruikt? Was de weerstand niet te hoog? Voldeden de pompen aan het beoogde doel? Eén ding was duidelijk, hier werd niet gekeken naar een paar watt stroomverbruik meer of minder. Het verbruik op de pompen werd aangeven in kilowatts, om u een indruk te geven. Tevens werd overal gebruik gemaakt van krachtstroom. Wat me het meeste opviel was de wijze van filtratie. Zelf had ik het idee dat er vooral biologische gefilterd zou worden. Onder biologische filtratie bedoel ik de manier waarop wij in de koihobby onze schadelijke stoffen (ammonia en nitriet) door middel van nitrificerende bacteriën laten omzetten naar het relatief onschuldige nitraat. Ik verwachtte dus grote biologische filterbakken met enorm veel aanhechtingsmateriaal voor deze bacteriën. Niets bleek echter minder waar! Tot mijn verbazing was er slechts relatief kleinschalig sprake van biologische filtratie. Even dacht ik dat er dan misschien heel veel ververst zou worden. Ook dat bleek niet het geval. Van de ruim zeven miljoen liter water wordt wekelijks maar ongeveer honderdduizend liter ververst. Dat is dus minder dan anderhalf procent, terwijl wij toch vaak aan tien procent per week komen. Om het te allemaal te begrijpen moet je eigenlijk het vergelijk met de koihobby even loslaten. Natuurlijk zijn er wel veel parallellen te vinden. Het water in het Oceanium wordt vooral gezuiverd door ozon, eiwitafschuimers, UV en zandfilters. De eiwitafschuimers voorkomen dat de eiwitten in het water afgebroken worden tot ammonia door ze vroegtijdig uit het systeem te verwijderen. De zandfilters zuiveren het water van de kleinte zweefvuildeeltjes zodat ook deze niet in oplossing gaat waardoor de ammoniabelasting toe zou nemen. De rest van de ammonia wordt door biologische filtratie in nitriet omgezet. Onderschat hier ook het enorme aanhechtingsoppervlak van het bassin zelf niet. Het ozon oxideert voornamelijk het nitriet tot nitraat. De UV straling is voornamelijk bedoeld om de bacteriedruk binnen de perken te houden. De bestraling van het water door UV licht werkt op een ingenieuze manier. In meerdere afgesloten kasten hangen een batterij UV lampen. Door glasvezelkabels wordt het licht getransporteerd naar een buis waar het water doorheen stroomt. Op deze manier kan een enorm geconcentreerde bundel UV stralen alles wat aan gespuis voorbijkomt afdoden zonder dat hier weerstandsverliezen optreden door nauwe kwartsbuizen.
Zeewater heeft twee grote voordelen ten opzichte van zoetwater. Eigenlijk drie, maar daar kom ik straks op. Ten eerste werken eiwitafschuimers stukken beter door de hoge zoutconcentratie. Ten tweede hebben zoutwatervissen een veel hogere nitriettolerantie. Hiermee bedoel ik dat in zeewater nitriet veel minder giftig is voor de vissen dan in zoetwater. De nadelen van zeewater zijn dat ammoniak giftiger is dan in zoetwater en dat kwalitatief hoogwaardig zeewater maken uit zoetwater zeer moeilijk is. De nitraten die uiteindelijk overblijven worden door de geringe verversing op een acceptabel peil gehouden. Deze geringe verversingen zijn ook weer verklaarbaar vanwege het feit dat de bezetting van de zeeaquaria veel lager ligt dan die in de gemiddelde koivijver. Dit verversen is overigens een verhaal apart. Vers zeewater wordt in ballasttanks via een schip aangevoerd. Schepen die vanuit de Verenigde Staten de Atlantische oceaan oversteken zijn namelijk verplicht om halverwege de ballasttanks leeg te laten lopen en opnieuw te vullen. Dit is om faunavervalsing tegen te gaan. Men wil voorkomen dat door de inname van zeewater aan de ene kant van de oceaan planten en diersoorten worden geïntroduceerd aan de andere kant. Bijkomend voordeel is dat ver buiten de bewoonde wereld ingenomen ballastwater weinig verontreiniging kent. Het Oceanium houdt voor verversingsdoeleinden een buffer van ongeveer zevenhonderdduizend liter water aan. Na de indrukwekkende tocht langs de filterinstallaties mogen we een kijkje nemen boven het grootste bassin. Wanneer je in de “glazen” tunnel door het bassin wandelt, realiseer je je niet hoe groot het bassin in werkelijkheid is. Dat wordt pas van bovenaf duidelijk. Vergelijk het met een flink zwembad, maar dan zes meter diep! Wanneer je ervan uitgaat dat de tunnel ongeveer drie meter hoog is dan blijkt dus, dat hier een waterkolom van nog eens drie meter op rust. Vanaf beneden lijkt het of er hooguit nog een meter water boven de tunnel zit. U kunt zich voorstellen dat het glas meerdere centimeters dik, en zwaar bewapend is. Op een soort steiger staan we boven het bassin, terwijl de barracuda’s, haaien en zeeschildpadden vlak onder ons doorzwemmen. Eén zeeschildpad wordt apart gehouden. Bij zijn introductie werd het dier “lastiggevallen” door soortgenoten. Zo vlakbij wordt pas duidelijk hoe monsterlijk groot dit dier eigenlijk is. Het voeren van de haaien is iets waar het Oceaniumpersoneel door schade en schande wijs in is geworden. In het begin werden de haaien en andere bewoners van het grote bassin op één plek gevoerd. Deze voedselorgie veroorzaakte veel beschadigingen aan de dieren in het bassin. In de hitte van de strijd werd een soortgenoot nog wel eens aangezien voor een moot vis. Nu worden de haaien soort bij soort op vier verschillende plaatsen gevoerd. Dit gebeurt door ze te trainen om op hun eigen voerplek een ring aan te tikken waarna ze beloond worden met een stuk vis. De gids vertelt dat het bassin gemaakt is van gewapend beton. Bij het vullen werden een dertigtal lekken ontdekt. Dit leidde tot enige paniek bij het Oceanium personeel. De ontwerper bleek echter uiterst tevreden met “maar” dertig lekkages. Wat de man allang wist was, dat de lekkages na een aantal dagen vanzelf zouden stoppen. Wéér een voordeel van zeewater. Door kristallisatie van het opgeloste zout werden de poriën gedicht en de lekkage gestopt.
Na bijna drie uur kwam de rondleiding tot een einde. Nooit zullen we meer als “gewone” bezoeker door de tunnel heen kunnen lopen, zonder ons de enorme fabriekshal voor de geest te halen, alwaar filterinstallaties de ruim zeven miljoen liter water tot een chique leefmilieu voor een stel haaien transformeren. Hulde aan de gidsen die als vrijwilligers deze rondleidingen mogelijk maken.Het weer was ondertussen lekker opgeklaard en er was nog voldoende tijd over om de rest van de dierentuin te verkennen. Voor degene die het gemist hebben, een aanrader voor de volgende keer.
Joop “GinRin” van Tol
20 maart 2005 excursie Burgers Ocean
Zondag 20 maart even voor 10 uur. Er staan al ruim 30 leden te wachten voor de poorten van Burgers Dierenpark in Arnhem. Klokslag 10 uur gaat de hele meute het park in op naar de Bush waar afgesproken is om de gidsen te ontmoeten die ons vanmorgen zullen gaan rondleiden. Het geluk is wat betreft het weer helemaal aan onze zijde en het is jammer dat de rondleiding die we gaan krijgen zich binnen afspeelt.
Laten we maar hopen dat het mooie weer aanhoud en we na de rondleiding nog van het weer kunnen genieten in de dierentuin. Aangekomen bij het restaurant van de Bush ontmoeten we onze twee gidsen die na het kennismaken de groep in tweeën splitsen. De eerste groep gaat rechtstreeks naar de Bush en de tweede groep loopt krijgt eerst even een korte toelichting in de Bush alvorens het Ocean gedeelte te betreden. Al vrij snel nadat we in het Ocean gedeelt waren aangekomen blijkt dat er iets niet helemaal goed gaat. De gids verteld bij elk aquaria heel mooi wat voor dieren hier inzitten en wat ze zoal nodig hebben om te overleven. Op het moment dat hij begint over het filteren van deze inmense hoeveelheid water zie ik de groep opleven, dit is waarvoor iedereen is gekomen! Nog géén minuut later is de beste man klaar met zijn uitleg over de filtering en wil hij met ons naar het volgende bassin lopen.
Voor mij mooi de gelegenheid om hem aan te geven dat wij speciaal voor het filtergedeelte zijn gekomen. De gids schrok hiervan en vertelde mij dat hij en zijn collega hiervan niet op de hoogte waren gesteld. Geen enkel probleem. De andere groep werd weer opgezocht en hiermee samengevoegd. De gids vroeg mij om met hem mee te gaan zodat we konden kijken wat we op zo een korte termijn konden regelen. Bij de eerste de beste souvenirshop belde de gids met de filterkamer die aangaf dat het geen probleem was zolang er maar toestemming was van de directie. Hoogstpersoonlijk kwam mevrouw van Hoof ons even later meedelen dat het geen probleem was en ze ons veel plezier wenste. Eenmaal terug in Burgers’ Ocean hebben we de groep weer opgezocht en zijn we onder leiding van de gidsen de trappen opgegaan naar de filterruimten.
Bij de meeste bezoekers viel hun mond open. Stellages van dikke eikenhouten balken moesten steun bieden aan de filterinstallaties die vaak wel een meter of 4 hoog waren. Pompen zo groot dat er krachtstroom voor nodig is. Al met al een heel indrukwekkend geheel en een gigantische wirwar van leidingen. Een van de bassins is door de zon aanschenen en worst daarnaast nog eens geholpen door enkele tientallen halogeen lampen om zodoende een subtropische sfeer na te bootsen, dit in verband met het koraal en de diverse tropische vissoorten die in dit bassin aanwezig zijn. Ook de speciale quarantaineruimte werd door ons niet overgeslagen. Roggen, alen en diverse andere oceaanbewoners werden hier gekweekt of geholpen om te herstellen.
Gezien het feit dat de gidsen niet op dit gedeelte waren voorbereid kreeg iedereen de mogelijkheid om alles eens goed en op het gemak te bekijken. Naar het gerucht gaat zijn we één van de eerste verenigingen die op deze manier de filterruimte hebben mogen bewonderen.
Waar we overigens ook zeer trots op mogen zijn is op het feit dat we als groep getuige mochten zijn van het voederen van de haaien in het haaienbassin. Iets waar normaal absoluut geen buitenstaanders bij worden toegelaten. Vanaf een balkon konden wij precies zien hoe de twee verzorgers nauwkeurig de haaien voerden. Hierna zat de rondleidng er voor ons helaas op kregen we bij het verlaten van het Ocean gedeelte nog een kleine toelichting van de gidsen.
Hierna gingen de gidsen hun weg en kregen de aanwezigen de gelegenheid om de rest van de dag nog op hun gemak van de dierentuin te genieten. Dit werd dan ook door nagenoeg iedereen gedaan.
Jeroen Dregmans april 2005, Schoonhoven
KoiTrek 2003 (augustus 2003)
Ik heb de voorbije week na onze Engeland reis vaak nagedacht over de titel van dit reisverslag en uiteindelijk maar besloten het heel eenvoudig te houden. Op de reisbeschrijving stond: “N.V.N.Tour of the South East Section BKKS 2003” en op de speciale pin, hiervan zijn er maar 150 gemaakt en nu al een gewild verzamelobject, staat “South East / N.V.N. 2003 Tour”.
Enkele andere titels, die in mij opkwamen, waren:
“Engelse gastvrijheid ten top”, “Mud pond in Engeland”, “Nieuwe bonsai variant”, “Gezellige knusse show”, “Nieuw jaarlijks evenement”........................
Het gemeenschappelijke van al deze ‘onder’-titels is dat ze allemaal van toepassing zijn op deze reis en een speciale indruk weergeven, die deze trip op mij gemaakt heeft.
Op vrijdagochtend begon de reis, verzorgd door ‘Garden Tours’ in samenwerking met de Nishikigoi Vereniging Nederland, om 08:00 uur in Utrecht, de eerste opstap plaats. Via Breda en Jabekke in België, waar zich nog een viertal Belgische leden bij het gezelschap voegden, reden we door naar Calais. Hier konden we vrij snel inschepen op de boot naar Dover, maar moesten wel de bus verlaten voor de paspoort controle.
De overtocht van het kanaal verliep zeer rustig. Helaas hing er nogal wat laag hangende bewolking, waardoor er weinig te zien was. In Dover aangekomen wachtte ons een tweede paspoortcontrole, dus weer de bus uit. Klaarblijkelijk worden wij Nederlanders nog steeds verdacht na de Engels / Nederlandse oorlogen in een ver verleden. In het Engels bestaan er dan ook nog legio voorbeelden waaruit onze twijfelachtige reputatie van weleer valt af te leiden, zoals: Dutch uncle (onbetrouwbare oom), doubble Dutch, (wartaal uitslaan), The Dutch are coming, (als waarschuwing voor gevaar), Dutch treat (zelf betalen), e.d.
Tijdens de ontvangst door onze Engelse gastheer Bernie Woollands de “Public Relations Officer van de South East sectie was hier echter helemaal geen sprake van. In tegendeel, we werden met open armen ontvangen en als vrienden begroet.
Onze eerste bezoek vond plaats in Northiam bij Keith en Nicky Phipps van Koi Care Consultants. Niet alleen werden we onthaald op een heuse picknick, maar konden we ons verbazen over de twee heuse mud ponds, die achter in de tuin lagen. Ik denk dat iedereen aangenaam verrast was. Zoiets verwacht je niet als je rondom Londen naar koivijvers gaat kijken. Komend jaar gaat Keith hier vissen uit zetten en ik ben benieuwd naar de resultaten. We zullen onze lezers op de hoogte houden. In zijn 4 verkoopbakken, aangesloten op twee Nexus systemen, zwommen mooie, hoofdzakelijk jonge koi. De prijs lag wat hoger dan op het vasteland, maar de kwaliteit loog er niet om.
Als tweede werd de tuin van Graham en Jacky Bunyan in Pembury bezocht. Ook hier werden we hartelijk ontvangen en konden we genieten van een mooie tuin, een mooie vijver en prachtige Koi. De vijver, inclusief filter, bedraagt zo’n 36 kuub water. De filter bevat 7 kamers, waarin twee met een anwer, 1 borstelkamer, 2 kamers gevuld met Japanse matten, 1 met Kaldnes en 1 met geplette oesterschelpen. De vijver is verwarmd en wordt ’s winters afgedekt. Met recht een vijver om trots op te zijn.
Nu werd het langzaamaan tijd om ons richting hotel te begeven. We hadden daar om 19.00 Engelse tijd moeten zijn voor het diner. Maar met zoveel te zien bij onze Engelse Koi vrienden en de rit over smalle, bochtige wegen door een heel mooi landschap kwamen we maar een uur te laat bij het Ramada Jarvis Hotel te East Grinstead. Na een eeuwigheid (enkele minuten) in de bus gewacht te hebben op onze chauffeur, we begonnen al te vrezen dat we niet meer welkom waren, konden we opgelucht de sleutels van onze kamers in ontvangst nemen en ons gaan opfrissen voor het diner. Het vinden van de kamers was al een hele prestatie, want de gangen leken veel op de wegen, waarover onze chauffeur de bus door Kent en West-Sussex had weten te manoeuvreren.
Het diner bestond uit een welverzorgd groot buffet, met een ruime keuze uit de Engels en Indische keuken, zoals: een crème soep, Yorkshire pudding, rijst, gebakken en roasted aardappelen, roast beef, kip Tika, diverse groenten, salades en sauzen. Als nagerecht een keuze uit: chocolade taart, diverse mousses en bavarois, vers fruit en fruitsalades.
Na het diner was het voor de meeste van ons gezelschap tijd om naar bed te gaan. Al met al een lange, vermoeiende, maar zeer leuke dag. Dit beloofde nog wat voor de rest van het weekend.
Op zaterdag 23 augustus zaten we al om 08.00 uur aan het ontbijt. En niet zo maar een ontbijt met een boterhammetje met een plakje kaas. De echte liefhebbers konden hun hart ophalen aan een zogenaamd full Englisch breakfast of te wel uitgebreid Engels ontbijt. De Engelsen hebben goed onthouden, dat het ontbijt een belangrijke, zo niet de belangrijkste maaltijd van de dag is. Wat te denken van gebakken ei, roerei, worstjes, gebakken spek, tomaat en champignons met bruine bonen.
Thuis neem ik als ontbijt slechts een bordje cornflakes, maar een uitgebreid Engels ontbijt sla ik toch niet af.
Na dit ontbijt met zijn allen weer de bus in naar ons eerste bezoek van deze dag. Ditmaal naar Oxted, waar de vijver van Terry en Lynne Wells werd bezocht. Deze vijver van zo’n 20 kuub ligt in een mooie aflopende tuin, waardoor je een wisselende kijk op de vijver hebt. Helaas waren zij al druk bezig op het showterrein als Show Chairman and Show Secretary, evenals hun topvissen. Ik heb hen ’s avonds wel ontmoet en ook dit weerzien (ik had al kennis gemaakt met hen op de BKKS-show dit jaar) was zeer hartelijk.
Van Oxted naar Croydon was weer een aardige rit. Deze keer door voorsteden van Londen. Een compliment aan onze buschauffeur, die regelmatig de moeilijkste straatjes in en uit moest rijden om onze voorzitter en Bernie Woollands in Toën´s auto te kunnen volgen, is hier op zijn plaats. Bernie Woollands heeft de trip voor ons samengesteld en speelt en passant ook nog gids. Bovendien heeft hij als rechtgeaarde Koipin verzamelaar een prachtige speciale pin ontworpen en laten maken als herinnering aan deze trip.
Bij Chris Ball, de vice-voorzitter van de zuid-oost sectie, konden we niet alleen genieten van zijn zeer mooie vissen, maar ook van een mooie Japanse tuin met achterin een groot aantal bonsai. Zijn vijver bedraagt zo’n 28 kuub. Over deze vijver is geen zonwering aanwezig en verklaart wellicht de aanwezigheid van draadalgen, waar de koi helemaal geen last van hebben. Wat me hier het meest van is bijgebleven is de rust waarmee Chris zijn koi nette. Het leek wel of zijn Koi het op prijs stelden om van dichtbij te worden bewonderd door een stelletje vaste-landers uit Europa. Ze deden praktisch geen enkele poging om het net te ontwijken en in het net bleven ze zeer rustig, zodat we ze in alle rust konden aanschouwen.
De volgende halte was in Keston, de Greyhound pub, voor lunch. Hier werd een zo genaamde ”Ploughmans” geserveerd. Een lunch voornamelijk bestaand uit brood, kaas en pickles. Bij dit laatste moet je niet alleen aan een zure augurk denken, maar ook aan een saus. Deze wordt vooral bij deze lunch over de kaas gedaan.
Hierna weer op weg naar de volgende tuin in Catford en wel naar Alan en Margarete Cooke. Niet alleen is dit een prachtige tuin waar je van verschillende zijden van de tuin kunt genieten, maar waar op technisch niveau ook naar perfectie wordt gestreefd. Zijn vijver heeft daarom ook al eens in het Engelse blad Koi Ponds & Gardens gestaan. Bijna alles wordt gestuurd via tijdklokken, is er camera bewaking, onder water verlichting en video, maar ook op gebied van visgezondheid vind je hier het neusje van de zalm. In zijn laboratorium staan twee microscopen, aangesloten op een tv-scherm, twee koelkasten vol met allerlei medicijnen, waar menig dierenarts jaloers op zou zijn, een behandelbak en ga zo maar door. Alan is de Heath Officer van de sectie.
Het volgende adres was Koi Water Barn in Chesfield, een van de grootste dealers in het zuiden van Engeland. Hier was o.a. een Koi van 135 cm. te bewonderen. Een ware jumbo. Deze dealer is qua assortiment te vergelijken met de meeste dealers in België en Nederland. Wat ook hier op viel, is dat de prijzen van de Koi iets hoger zijn dan bij ons, maar de ‘hardware’: pompen, UV’s e.d. iets goedkoper. Op de parkeerplaats stond een auto met een speciaal kenteken. Zoals ik eerder al in Engeland had kunnen constateren gaat de liefde voor Koi soms nogal ver.
Tot slot brachten we nog een bezoek bij Janet en Peter Mitchell. Hier stonden niet de Koi, maar de bonsai in het middelpunt. In de tuin, waarin zich een mooie natuurvijver van zo.n 15 kuub bevond met leuke ornamenten, konden we genieten van enkel prachtige bonsai. In het voorste gedeelte van de tuin lagen mooie platte stenen. Navraag leverde op dat dit stukken leisteen waren afkomstig van biljarttafels en dus gratis. Janet en Peter zouden we zondag weer op de show zien in de stand van de North Kent Bonsai Society. Maar daar over later.
Na afscheid genomen te hebben van dit vriendelijke echtpaar vertrokken we naar het Show terrein. Het Show terrein, idyllisch gelegen op het grondgebied van een school voor speciaal onderwijs, ligt in Swanley. Hier werden we weer aller hartelijks ontvangen en konden we alles in ogenschouw nemen.
Het wedstrijdgedeelte stond er mooi strak en efficiënt bij. Ook hier alleen maar lof voor. Men was nog bezig met het benchen, dat gedeeltelijk ook nog morgen zou plaats vinden. Naast het wedstrijdterrein bevond zich het gedeelte van het cricketveld, waar wordt geboled en het wicket staat. Het heilige der heilige en was ontoegankelijk voor iedereen. Zoiets kan natuurlijk alleen maar in Engeland. Om deze twee gedeelten heen waren alle stands -inclusief die van de N.V.N. natuurlijk- gepositioneerd, waardoor het totaal een knusse gezellige indruk gaf.
Ter gelegenheid van ons bezoek was de normale barbecue aan de vooravond van de show vervangen door een typisch Engels diner, n.l. “Fish & Chips”. Aan lange tafels namen we samen met de vrijwilligers van de zuid-oost sectie plaats voor dit diner. Dat voor deze gelegenheid werd opgediend in bakjes, zoals wij die ook kennen van onze afhaalkebab. Het smaakte voortreffelijk en de stemming zat er goed in. Tegen 21.30 uur waren we weer terug in het hotel, waar een enkeling nog de fut en energie had om een drankje aan de bar te nemen. Voor de meeste van ons was het alweer bedtijd na een zeer geslaagde tweede dag.
Zondag 24 augustus begon met het inladen van de koffers in de bus, waarna om 08:00 uur voor de tweede en tevens laatste keer deze reis een onvolprezen Engels ontbijt kon worden genuttigd. Om half negen vertrokken we met de bus naar het showterrein om als eersten een kijkje te kunnen nemen. Om half tien, een half uur voor de officiële opening, waren we op het terrein. Mijn eerste rondje gold de wedstrijdvats, anderen kozen voor de handelaren. Ook al heb ik in dit verhaal bewust geen foto’s van Koi gebruikt, dat wil niet zeggen, dat de Koi geen foto waardig zouden zijn. In tegendeel. Ik was geen echte fan van Koromo of Goshiki. Hier zwommen van beide variëteiten exemplaren, die ik beslist in mijn vijver een plaatsje zou willen geven.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de ingezonden Koi:
South EAST Section 2003 Show Matrix
Sizes
1
2
3
4
5
6
Totals
Kohaku
8
19
18
8
5
0
58
Sanke
14
15
21
11
1
0
62
Showa
9
8
13
4
1
0
35
Bekko
1
0
3
4
1
0
9
Utsurimono
4
5
4
2
2
2
19
Asagi/Shusui
4
4
1
2
0
0
11
Koromo
8
6
3
5
1
0
23
Kawarimono
3
3
3
3
6
1
19
Hikarimuji
7
5
5
5
3
1
26
Hikariutsuri
0
0
1
2
0
0
3
Hikarimoyo
7
1
2
9
2
0
21
Tancho
2
4
6
2
0
0
14
Ginrin
1
2
6
4
0
0
13
Totals
68
72
86
61
22
4
313
Rond het middaguur verscheen ineens onze voorzitter in zijn paasbeste pak. Er stond namelijk een kleine revolutie voor de deur. “Behoudend” is een van de voornaamste trekken van de BKKS de overkoepelende Engelse vereniging. Vanuit deze zienswijze weren ze daarom al jaren buitenlandse juryleden op hun National en section shows. Omdat Mike Harvey uit Zuid Afrika en Hayamasa Ikeda uit Japan na de Holland Koi Show door waren gereisd naar deze show. Waren ze door de sectie uitgenodigd om het juryteam te versterken met een “International Judging Panel” Het panel werd vervolgens nog uitgebreid met Gary Pritchard uit Engeland en onze eigen voorzitter. Hun inbreng werd wel beperkt tot het kiezen van alle speciale prijzen maar het begin was er in ieder geval. De speciale N.V.N. prijs voor de Most Unique Koi ging vervolgens naar Neil Smith voor zijn schittenrende Goromo Showa
De Grand Champion werd uiteindelijk na lang soebatten een size 6 Shiro Utsuri van Terry en Lynne Wells. Alle prijswinnaars kunt u bekijken op de site van de BKKS South East Section: www.koi-clubs.com/SouthEast .
De tijd, die we konden doorbrengen op de show was voorbij, voordat we het in de gaten hadden. Ondanks het feit dat hun show kleiner is dan de onze, kwam ik tijd te kort om bij de handel enkele aantrekkelijk geprijsde artikelen aan te schaffen. Waar ik wel tijd voor had, was het in grote bewondering aanschouwen van een nieuwe bonsai soort, die ter ere van onze voorzitter tentoon gesteld werd. Schijnbaar heeft hij nog geheim gehouden talenten, wie zal het zeggen.
Om half twee vertrok de bus weer naar Dover en het was een haastklus om van iedereen afscheid te nemen. Ik heb er gegarandeerd een aantal gemist.
De bus vertrok iets later dan gepland omdat een van onze leden, ik zal zijn naam niet noemen, nog zo nodig aan het inkopen was geslagen. Had ik dat geweten dan had ik waarschijnlijk nog tijd gehad om een paar pins aan te schaffen.
In Dover aangekomen, hadden we het geluk dat we nog mee konden met een boot eerder dan gepland. Dit scheelde een uur. Een uur dat we op de weg naar Gent ruimschoots verspeelden door de grote terugtocht van veel dagjesmensen, die het weekend of in ieder geval de zondag aan zee hadden doorgebracht.
De sfeer in de bus tijdens de terugreis was voortreffelijk. Het wordt echt tijd dat iemand een N.V.N.-lied gaat componeren. Nu hebben we het moeten doen met liedjes als “Huilen kan niet meer” en de topper “Kom van dat dak af” .
Voor ons eindigde de reis in Breda en tegen 23.00 uur waren we, Frances en ik, weer thuis.
Het was een vermoeiend, o.a. door de naweeën van Arcen vermoed ik, maar zeer geslaagd weekend en ik verheug me al weer op het volgend jaar en vermoed dat we dan met nog meer mensen zullen gaan.
Ik wil de reisorganisator bedanken voor zijn goede zorgen en een speciaal bedankje aan Bernie Woollands is hier zeker op zijn plaats.
Bedankt Bern.
Guus Roijen
Het Twentse KVA-avontuur
We zullen ons eerst even voorstellen. Twee tukkers en een westerling resp. René, Jos en Kees uit Hengelo.
We willen u even laten meegenieten van ons avontuur binnen de KVA-groep.
De twee tukkers zijn met de groep in aanraking gekomen door uit nieuwsgierigheid eens een vergadering bij te wonen. Tot onze verbazing werd ons na de vergadering gevraagd om het team in het oosten te versterken. Dat hier veel haken en ogen en vooral veel vrije uren in gingen zitten konden we toen nog niet vermoeden. Maar hierover later meer........
We zullen ons eerst even voorstellen. Twee tukkers en een westerling resp. René, Jos en Kees uit Hengelo.
We willen u even laten meegenieten van ons avontuur binnen de KVA-groep.
De twee tukkers zijn met de groep in aanraking gekomen door uit nieuwsgierigheid eens een vergadering bij te wonen. Tot onze verbazing werd ons na de vergadering gevraagd om het team in het oosten te versterken. Dat hier veel haken en ogen en vooral veel vrije uren in gingen zitten konden we toen nog niet vermoeden. Maar hierover later meer.
De westerse inbreng kwam door het feit dat hij veel problemen had met zijn vissen en in zijn naaste omgeving mensen ook problemen hadden. Voor Kees dus de reden om KVA-er te worden.
Zo zijn we dus in Barneveld terechtgekomen. Waar in oktober ons gezamenlijke avontuur bij het IPC begon. Men heeft hier getracht ons in 16 lange avonden te leren de Koi en zijn omgeving gezond te houden. Hier werden we door een zeer sceptische leraar met de neus op de feiten gedrukt over het houden van Koi in een onnatuurlijke omgeving.
De cursus begon met een pittig avondje chemie, want watersamenstelling en kwaliteit zijn de basis van een goede Koihobby. Op de resterende avonden werd aandacht besteed aan anatomie, ziekteleer, medicijnleer en microscopie wat toch een van de belangrijkste onderdelen is voor het herkennen van parasieten en ziekteverwekkers.
Na de toch wel lange vermoeiende avonden werd de cursus afgesloten met een examen.
Ondanks dat ze het ons niet gemakkelijk hebben gemaakt willen we Tony Achterkamp en Lucia Bakker via deze weg hartelijk bedanken voor de leerzame avonden.
Met ons certificaat op zak dachten we klaar te zijn om de strijd tegen problemen aan te gaan. Want we waren toch onvervalste KVA´ers? Niets was minder waar.
De vereniging had nog meer voor ons in petto. Zoals een dagje bij de universiteit van Wageningen. Waar ons van alles werd uitgelegd over het kweken en de kleurmutaties van Koi. Uiteraard werd ook het filtergebeuren stevig onder de loep genomen.
Twee weken later mochten we weer met zijn drieën een zondag spenderen op het Koi Onderzoeksinstituut van Rob Heijmans in Herwijnen. Op de weg ernaartoe waren we zo druk in gesprek, dat we de afslag misten en al stevig op weg waren richting Rotterdam. We moesten weer 15 minuten terugrijden en waren dus te laat.
Maar aangekomen werd onze praktijkervaring even opgefrist. Door het maken van afstrijkjes van echte zieke vis en de behandeling hiervan. Ook werd er sectie verricht op dode vissen om de doodsoorzaak te achterhalen. Het was een goed georganiseerde dag, waar we weer veel hebben geleerd.
Op 6 april mochten we onze kennis in de praktijk brengen. Na het uitreiken van de microscopen en testsets, gingen we onze ervaring op twee vijvers uittesten. In twee groepen werden de vijvers van Toën Feyen en Patrick Krijnen onderzocht. We gingen aan de hand van een vragenlijst, het testen van het water en het maken van een afstrijkje over tot het stellen van een diagnose. Uiteindelijk werd een advies gegeven om het probleem op te lossen.
De dag werd afgesloten met een evaluatie, zodat we nu als echte KVA-ers de medehobbyisten kunnen helpen met hun problemen.
Dus medehobbyisten als jullie problemen hebben komen wij er aan om een zo goed mogelijke diagnose te geven, maar laten we hopen dat dit niet nodig is.