Terug naar de homepage
Gezondheid
  K.V.A. (introductie)
  Bacteriedrukmetingen
  De rode draad
  Preventieve maatregelen  ►
  Controlerende maatregelen ►
    Technische controle
    Fysieke controle
    Gedragscontrole
    Waterkwaliteit controle
    Koi uitrusting
  Parasieten ►














Gedragscontrole


Periodiciteit: dagelijks/wekelijks.


Hiervoor is enige oefening/ervaring nodig. Hoewel een koudbloedig dier geen emotie kan tonen, is aan het gedrag veel af te leiden. Wanneer voldoende tijd bij de vijver wordt doorgebracht, is precies bekend wat het normale gedrag van koi is. Het is soms verbazend hoe lang het duurt voordat vijveraars in de gaten hebben dat er iets niet in de haak is met de vissen.

Te vaak worden menselijke eigenschappen aan een vis toebedeeld. “Nee joh, niets aan de hand, Sjakie Chagoi is blij, en springt van pure vrolijkheid” of  “Ja, Remi zondert zich vaak af, want hij kan niet goed met de andere vissen opschieten” of “Ja, grappig hè, doornroosje slaapt op haar zijkant”.

Een vis is een (geestelijk) veel minder complex wezen dan de mens. Afwijkend gedrag is een indicatie dat er iets aan de hand is. Dit gedrag kan zich uiten in de volgende verschijningsvormen: Schuren (flitsen), springen, schokkerig zwemmen, “geknepen” vinnen, lusteloosheid, “hangen” bij de instroom van het water, afzonderen, verschuilen, op de bodem liggen, schuwheid, versnelde ademhaling, oriëntatieverlies, evenwichtstoornissen, met de kop naar beneden “hangen”, kantelen, verminderde of gestopte eetlust.

Wel van belang is het volkomen natuurlijke paaigedrag van een koi niet te verwarren met een mogelijke aandoening. Ook het opzoeken van de bodem bij een temperatuur die richting zes graden Celsius gaat is normaal.


(c) Joop van Tol, Nishikigoi Vereniging Nederland.