Terug naar de homepage
Gezondheid
  K.V.A. (introductie)
  Bacteriedrukmetingen
  De rode draad
  Preventieve maatregelen  ►
    Waterkwaliteit
    Stress
    Voeding
    Besmetting
    Erfelijke factoren
  Controlerende maatregelen ►
  Parasieten ►














Voeding

Een uitgebalanceerde voeding is letterlijk van levensbelang. Alles waar “te” voor staat is niet goed. Koop voer van een gerenommeerd merk, en varieer. Let erop dat bij dierlijke eiwitten “lichaamseigen” eiwitten (vismeel, garnalen, watervlooien etc.) worden gebruikt. Deze zijn voor een koi veel beter verteerbaar, waardoor minder voer nodig is en de belasting van het water afneemt. Plantaardige eiwitten zijn voor een koi vrijwel altijd goed verteerbaar. Let ook eens op de houdbaarheidsdatum van het voer. 

Pas de voeding aan op de seizoenen. Een vis is koudbloedig en heeft in de wintermaanden veel minder behoefte aan (eiwitrijk) voer. Het lichaam van een koudbloedig dier draait bij een koudeperiode immers op een laag pitje. Pas op met teveel snelle koolhydraten (suikers), zoals die voorkomen in honing en mais.

Voer niet teveel, maar zeker ook niet te weinig. Een verkeerd voerpatroon of slechte voeding kan tot gevolg hebben dat de koi vermagert of juist vervet. Stop helemaal met voeren als de watertemperatuur onder de 6 graden Celsius komt. Dit is niet zielig, een koudbloedig dier is onvergelijkbaar met een warmbloedig dier dat continu voeding nodig heeft om de lichaamstemperatuur op peil te houden. Het doorvoeren bij lage temperaturen kan tot gevolg hebben dat de vis méér energie verliest door de vertering dan dat het oplevert. 

Een goed voer bevat voldoende vitaminen en mineralen.
 Eventueel kunt u nog wat versproducten bijvoeren (sinaasappel, doperwten, een bruine boterham etc.). Pas op met voedingssupplementen gemaakt voor de mens. De behoefte van een vis wijkt hier van af. Pas zeker op met teveel in vet oplosbare vitamines (A, D, K en E) en koper. Vetoplosbare vitamines worden opgeslagen in het vetweefsel en de lever. Anders dan bij de wateroplosbare vitamines (B en C) wordt een teveel hier niet door de vis uitgescheden. Vetoplosbare vitamines zijn giftig in te grote hoeveelheden. Beperkt het geven van “koisnoepjes” tot heel incidenteel, hoe lekker die zoetekauwen het ook vinden. 

Meerdere keren kleine beetjes voeren en het voer eerst even voorweken komt de vertering ten goede.
 U haalt op deze manier meer rendement uit het voer, de organische belasting van de vijver vermindert en de vissen blijven actiever. Een voerautomaat is geen overbodige luxe!


kva_za_h2_prev_voeding_150kva_za_h2_prev_voeding2_150kva_za_h2_prev_voeding3_150kva_za_h2_prev_voeding4_150kva_za_h2_prev_voeding5_150kva_za_h2_prev_voeding6_150

(c) Joop van Tol, Nishikigoi Vereniging Nederland.